Terug naar het keuzemenu van de pausen

Urbanus V

Fransman

199ste paus

ca. 1310 - 1370

Regeerde van 6 november 1362 tot 19 december 1370

Het conclaaf koos na de dood van Innocentius VI (1352-1362) de broer van Clemens VI (1342-1352) tot paus - de kardinalen hoopten duidelijk dat "the good old days" uit het pontificaat van Clemens VI zo zouden terugkeren - maar de gekozene bedankte voor de eer. Omdat de kardinalen niemand uit hun eigen kring het pontificaat gunden, kozen ze tenslotte unaniem een benedictijner monnik tot nieuwe paus: Guillaume de Grimoard, die zijn sporen al had verdiend in de diplomatie via missies naar Itali als pauselijk gezant.

De officile lijst van het Vaticaan laat zijn pontificaat beginnen op de dag van zijn verkiezing, 28 september, maar hij kon pas bisschop van Rome worden toen hij op 6 november gewijd. Urbanus V was de zesde en waarschijnlijk de beste van de zeven Avignon-pausen; hij bracht het pausschap gedurende drie jaar terug naar Rome en keerde pas kort voor zijn dood naar Avignon terug. Ten tijde van zijn verkiezing was Guillaume de Grimoard abt van Saint-Victoire in Marseille en een bekend canoniek jurist. Tijdens het conclaaf was hij op diplomatieke missie in Napels.

Na zijn terugkeer in Frankrijk werd de nieuw gekozen paus op 31 oktober in Avignon geVnstalleerd en vervolgens tot bisschop van Rome gewijd op 6 november door kardinaal Andouin Aubert, de bisschop van Ostia. Zowel bij zijn installatie als bij zijn kroning werden de gebruikelijke pracht en praal achterwege gelaten: Urbanus V droeg zijn zwarte habijt, bleef zelf de benedictijnse leefregel volgen en zette de hervormingsplannen van zijn voorganger verder. Hij drong de luxe van het pauselijk hof nog verder terug dan zijn voorganger Innocentius VI al had gedaan en bestreed het bekleden van meer dan n beneficie per kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, waarbij hij het betalen van tienden met de helft reduceerde. In 1363 decreteerde hij echter dat de benoemingen op alle patriarchale en bisschoppelijke zetels en de aanstelling van abten in grotere kloosters een alleenrecht waren voor de paus. Anderzijds putte Urbanus V de pauselijke schatkist opnieuw uit door zijn erg gulle steun aan meer dan duizendvierhonderd arme studenten, aan onderwijsinstellingen, aan kunstenaars en aan architecten; hij stichtte ook nieuwe universiteiten in Orange (Zuid-Frankrijk), Krakau en Wenen.

Twee van de belangrijkste doelstellingen van zijn pontificaat waren de hereniging van de kerk van het westen met die van het oosten en de bevrijding van de heilige plaatsen in Palestina van de Turkse overheersing; door die bevrijding hoopte Urbanus V de terugkeer van de kerk van het oosten in de schoot van de moederkerk (de kerk van het westen) te bevorderen. Op een bepaald moment leek een kruistocht plots een rele mogelijkheid te worden. De Franse koning Jan II was door de Engelsen in 1356 gevangen genomen en in afwachting van de betaling van een exorbitant losgeld was hij vrijgelaten in ruil voor veertig gijzelaars, onder wie zijn eigen zoon Karel (deze ruil was n van de bepalingen van het Verdrag van Brtigny). De dankbare Jan II reisde naar Avignon en beloofde de paus de leiding van een kruistocht op zich nemen; hij wilde een leger van honderdvijftigduizend soldaten verzamelen. Toen Karel evenwel ontsnapte aan zijn Engelse bewakers, vond Jan II die daad van zijn zoon zo eerloos dat hij zichzelf in 1364 opnieuw onder Engelse bewaking plaatste, waar hij naar enkele maanden overleed. Urbanus V slaagde er dus niet in de noodzakelijke troepen voor de kruistocht op de been te brengen, ook al sloot hij nog een vernederend vredesverdrag met Barnabb Visconti, zijn vijand in Milaan, in de hoop hem zo tot deelname te kunnen bewegen.

Intussen verlangde Urbanus V vurig om het pausschap eens en voorgoed, en nog tijdens zijn pontificaat, naar Rome terug te kunnen brengen. Hij had, naast de historische band van het pontificaat met de apostel Petrus en dus met Rome, goede redenen om die terugkeer te wensen. Vanuit Rome verwachtte hij een aantal zaken beter te kunnen realiseren:

1. een bondgenootschap tot stand brengen tegen de plunderende benden huurlingen die overal verwoestingen aanrichtten;

2. alsnog een kruistocht organiseren;

3. de kerk van het westen herenigen met de kerk van het oosten.

Hoewel de succesvolle pauselijk legaat in Itali, kardinaal Albornoz, er in geslaagd was het gezag van de paus in de Kerkelijke Staat te herstellen, was Rome zelf nog in chaos en was het Vaticaan zo goed als onbewoonbaar. Toen Urbanus V in juni 1366 aan de wereld aankondigde dat hij terugkeerde naar Rome, ging er een schokgolf door het pauselijk hof. Dat bestond voor het overgrote deel uit Fransen die hun (rijkelijk) leven in Avignon en omgeving hadden opgebouwd. Moesten ze hun paleizen en prachtige woningen zomaar achterlaten om naar een stad te trekken waar jaarlijks duizenden mensen aan malaria stierven? Waar de onbetrouwbare adel en het wispelturig gepeupel in een permanente machtsstrijd gewikkeld waren? En toen moest plots - tot grote opluchting van het pauselijk hof - het vertrek naar Rome worden uitgesteld!

Wat was er gebeurd? De Franse condottiere (huurlingenaanvoerder) Bertrand du Guesclin was in opdracht van de Franse koning Karel V naar Spanje vertrokken met een troepenmacht van dertigduizend soldaten om de Spaanse koning Pedro de Wrede een lesje te leren. Onderweg naar Spanje maakte Bertrand du Guesclin op eigen initiatief een ommetje langs Avignon waar hij de paus om een "bijdrage" verzocht van tweehonderdduizend florijnen om de kosten van de veldtocht (waar de paus niets mee te maken had) te helpen financieren. Als reactie op de verregaande brutaliteit van Bertrand du Guesclin sloeg Urbanus V het zootje ongeregeld in de ban. Dat viel bij het desbetreffende zootje ongeregeld niet in goede aarde: de soldaten kregen de vrije hand van Bertrand du Guesclin en begonnen de wijde omgeving van Avignon te plunderen, plat te branden en de bevolking te terroriseren (doodslaan, folteren, verkrachten,...). Daarop legde de paus de stadsbevolking van Avignon een supplementaire (zware) belasting op en betaalde de gevraagde som aan Bertrand du Guesclin. Toen die echter vernam dat het geld afkomstig was van de stedelingen van Avignon, gaf hij het geld terug en eiste opnieuw dezelfde som, maar ze moest uit de pauselijke schatkist komen... Urbanus V was verplicht alle geestelijken en orden een nieuwe belasting op te leggen tot de tweehonderdduizend florijnen in kas waren. Pas nadat die som overgedragen was aan het huurlingenleger, trok Bertrand du Guesclin verder richting Pyreneen.

De paus vertrok op 30 april 1367 uit Avignon zonder rekening te houden met de bezwaren van de kardinalen en de Curie, die aanvoerden dat de laatste belasting de prelaten "tot de bedelstaf had veroordeeld". Uiteraard bleef een deel van de pauselijke administratie voorlopig actief in Avignon om er de boel draaiende te houden; het plan was dat de achtergebleven administratie pas naar Rome zou komen als men daar in staat zou zijn het werk over te nemen. De logistieke organisatie moet gigantisch zijn geweest: niet alleen enkele duizenden medewerkers van de paus moesten met hun familie en bezittingen vervoerd worden, maar ook het pauselijk archief en het pauselijk meubilair moesten in Rome geraken...

Vanuit Avignon werd alles en iedereen op schuiten langs de Rhne naar Marseille gebracht waar een vloot (geleverd door vooral Veneti, Genua en Pisa) lag te wachten. Na een zeereis van zeventien dagen ging Urbanus V op 5 juni in Corneto (nu Tarquinia) aan land. Na een verblijf van enkele maanden in Viterbo, in afwachting van het bewoonbaar maken van het Vaticaan, kwam hij op 16 oktober met een indrukwekkend militair escorte Rome binnen: de eerste paus in drienzestig jaar... Daar verbleef Urbanus V drie jaar, maar elke zomer verliet hij Rome en ging hij naar Viterbo of Montefiascone om de intense en ongezonde Romeinse hitte te ontlopen. In Rome liet de paus kerken en andere gebouwen herstellen; zo liet hij de kerk van Sint-Jan van Lateranen (die in 1360 door brand was verwoest) opnieuw opbouwen. In september 1368 benoemde Urbanus V zeven nieuwe kardinalen: zes Fransen en maar n Romein.

De politieke situatie in Rome leek stilaan gestabiliseerd te raken en bij de Romeinse bevolking groeide de hoop dat er eindelijk opnieuw welvaart zou kunnen heersen in de Eeuwige Stad. Daartoe droeg ongetwijfeld het bezoek van vorsten bij die persoonlijk naar Rome kwamen om de paus geluk te wensen met zijn terugkeer. Zo werden de koning van Cyprus en koningin Johanna van Napels ontvangen. In oktober 1368 kwam de Duitse keizer Karel IV in Rome aan; bij deze gelegenheid kroonde Urbanus V de echtgenote van Karel tot keizerin. In juni 1369 bezocht de Byzantijnse keizer Johannes V Paleologus Rome om westerse hulp te vragen tegen de Turkse bedreiging van Constantinopel. Om deze hulp te krijgen ging de keizer over van de oosterse orthodoxie naar het Latijns katholicisme en op de trappen van de Sint-Pieter onderwierp hij zich aan de paus. Bij die plechtigheid waren geen andere Byzantijnen aanwezig en er was dus geen sprake van een hereniging van de kerk van het oosten en de kerk van het westen. De oosterse bisschoppen drongen er bij de paus op aan een oecumenisch concilie te houden, maar Urbanus V wees dat af; hij gaf de voorkeur aan het stichten van een Latijnse kerk binnen het Griekse keizerrijk en zond daartoe missionarissen naar het oosten. Het is overbodig om te vermelden dat deze beslissing kwaad bloed zette in de orthodoxe kerk.

Tegen het einde van zijn pontificaat begon Urbanus V er serieus over na te denken om naar Avignon terug te keren. De Franse koning en de Franse kardinalen oefenden constant druk op hem uit om dat te doen en de situatie in Itali begon opnieuw onzeker te worden. Kardinaal Albornoz was inmiddels overleden, waardoor het verzet tegen de paus openlijker kon worden gevoerd. In de lente van 1370 was Perugia (dat onder een pauselijk interdict stond) in opstand gekomen tegen de paus en had een huurlingenleger geronseld om Viterbo aan te vallen; Urbanus V kon dit leger omkopen om Perugia in de steek te laten. De tegenstander van de paus in Milaan, Bernabb Visconti, was bezig zijn troepen samen te trekken in Toscane, en die bedreiging was veel ernstiger dat de opstand van Perugia.

Maar het ergst van al was de situatie in Frankrijk... Het Verdrag van Brtigny tussen Engeland en Frankrijk was in de prullenmand beland doordat de Franse koning Karel V Aquitani had geannexeerd. Aquitani was Engels bezit sinds het in 1152 deel had uitgemaakt van de bruidsschat van Eleonora van Aquitani toen ze huwde met Hendrik II van Engeland. De huidige koning van Engeland, Edward III, was razend en bracht een leger op de been om Aquitani te heroveren. De Honderdjarige Oorlog was dus opnieuw uitgebroken en voor Urbanus V was dat een regelrechte ramp: de paus had niet alleen zelf altijd vurig gehoopt op een kruistocht, maar had ook aan de Byzantijnse keizer Johannes V Paleologus beloofd dat die kruistocht er zeker zou komen. En een kruistocht kon er alleen maar komen als er vrede was tussen Engeland en Frankrijk omdat die landen veel geld en soldaten moesten leveren. Hij besefte zeer goed dat hij vanuit Rome de situatie in Frankrijk niet kon beVnvloeden en dat dat alleen maar mogelijk zou zijn vanuit Avignon. Daarom verliet Urbanus V op 26 augustus 1370 na drie jaar Itali om terug te keren naar Avignon, ondanks de smeekbeden van de Romeinen en de waarschuwing van de heilige Birgitta van Zweden (1373) dat hij vroeg zou sterven als hij naar Avignon terugkeerde. Hij kwam op 16 september in Marseille aan en werd tenslotte feestelijk ingehaald op 27 september in Avignon.

Minder dan twee maanden later werd Urbanus V ernstig ziek en hij stierf op 19 december 1370. Hij werd eerst begraven in de kathedraal Notre-Dame-des-Doms van Avignon, maar zijn broer, kardinaal Angelico, liet zijn overblijfselen op 5 juni 1372 overbrengen naar de abdij Saint-Victoire in Marseille, waar de paus ten tijde van zijn verkiezing abt was geweest. Zijn graf werd een centrum van verering. Urbanus V werd in 1870 door paus Pius IX zalig verklaard. Zijn feestdag valt op 19 december.

Terug naar het keuzemenu van de pausen