Terug naar het keuzemenu van de pausen

Pius IX

'Bij de Mastai zijn zelfs de katten liberaal!' had Gregorius XVI in 1831 uitgeroepen, toen hij hertog Giovanni Maria Mastai-Ferretti van de lijst met de potentiële kardinalen schrapte. Wat waar was voor de katten, was minder waar voor de mislukte kardinaal: hij was geen liberaal, maar alleen sterk bewust van de noodzaak bepaalde hervormingen door te voeren. Precies om die reden werd hij op 16 juni 1846 verkozen door een conclaaf dat minder dan drie dagen nodig had om de Kerk een paus te geven die liefst 31 jaar en iets meer dan zeven maanden zou aanblijven.

Giovanni Maria Mastai-Ferretti was op 13 mei 1792 nabij Ancona, in Senigallia, geboren. Omwille van epileptische aanvallen was hij vrij laat, in 1819, tot priester gewijd. Om te beginnen vertrouwde men hem de directie van een weeshuis toe en zond hem vervolgens, als auditor van de pauselijke wetgeving, naar Chili, waar hij van 1822 tot 1824 verbleef. Hij kwam terug naar Rome om het roomse ouderlingengesticht van de Heilige Michael te leiden.

In 1827 werd hij aartsbisschop van Spoleto, in 1832 bisschop van Imola. In 1840 werd hij - ondanks de liberale kattenideeën - tot kardinaal benoemd en op 16 juni 1836 tot paus Pius IX gekroond.

De nieuwe paus straalde een uitzonderlijke charme uit. Hij werd gekenmerkt door een mengeling van goedheid, vroomheid en sprankelende geestigheid, maar een betere theologische vorming ware een enorm voordeel geweest voor de functie die hij ging bekleden...

Hij zette zijn pausdom in met een amnestiedecreet, wat hem onmiddellijk enorm geliefd maakte. Het volk dat hem dagenlang in zijn paleis van het Quirinaal hulde kwam brengen, kende vrij vlug zijn eerste ontgoocheling. Hun idool bleek heel wat minder liberaal dan verhoopt. Hoewel de medewerking van mensen met een open geest verzekerd was, zoals zijn staatssecretaris, kardinaal Bizzi, en zijn raadgever, meester Corboli-Bussi, betroffen zijn hervormingen geen enkel wezenlijk punt.

In feite liep Pius IX een eeuw achterop - wat voor een paus nog niet zo slecht is - en profileerde hij zich eerder als een verlicht despoot. Hij bekommerde zich niet meer om de hervorming van zijn beleid in een grondwettelijke monarchie dan om de onafhankelijkheid van Italië. Dat was onverenigbaar met zijn rol als vader van alle christenen, verklaarde hij heel terecht op 29 april 1848. Maar men was reeds te veel opgezweept om daarin een valabel argument te onderkennen en men begon in de paus eerder een verrader te zien.

De economische crisis maakte alles nog veel erger. Op 15 november 1848 werd eerste minister Rossi vermoord en de paus belegerd in het Quirinaal. Pius IX stelde een nieuwe regering aan en deed een aantal toegevingen die slechts tot doel hadden tijd te winnen om zich voor te bereiden op zijn vlucht.

Op 24 november hielp de ambassadeur van Beieren hem het Quirinaal te verlaten. Verkleed als gewoon priester kon hij Rome ontvluchten voor Gaëta, waar hij zich beschermd wist door Ferdinand II.

Op 9 februari 1849 riep Rome de republiek uit en schafte de wereldlijke macht van de paus af. Pius IX riep de wereld ter hulp. Een Frans expeditieleger, aangevoerd door generaal Oudinot, heroverde Rome op 3 juli. Op 12 september 1849 schafte Pius IX de grondwet van 9 februari weer af en gelastte hij kardinaal Antonelli met het voorbereiden van zijn terugkeer. Op 12 april 1850 bezorgde het volk hem slechts een beleefd onthaal.

In die periode werd Antonelli de ambassadeur van Pius IX. Hij voerde een zodanig behoudsgezind beleid dat de pauselijke Staat voor de derde keer in deze eeuw een politiestaat werd. De kardinaal was geen priester. Zijn privé-leven was meer dan twijfelachtig maar hij bezat wel de kunst de zijnen te verrijken. Hij ergerde zelfs de paus, maar deze kende geen middel om zich van hem te ontdoen. In 1851 benoemde hij hem zelfs tot staatssecretaris. Toch liet hij Pius IX opdraaien voor de flaters die hijzelf beging. De onderdrukte liberale oppositie probeerde nu en dan de staatssecretaris, ja, zelfs de paus te vermoorden. Die daden werden onderdrukt door doodstraffen of dwangarbeid.

Om te proberen zijn populariteit opnieuw op te krikken, ondernam Pius IX van 1857 tot 1863 verscheidene propagandatournees door zijn Staten. Antonelli onderschepte echter iedere petitie of voorstel tot hervorming. Die tournees hielpen dan ook van geen kanten het regime meer populair te maken. Het bleef slechts overeind dank zij de steun van voornamelijk Franse, Oostenrijkse en andere buitenlandse troepen.

Anderzijds konden de Piëmontezen wel scoren. De paus had hen tot tweemaal toe geëxcommuniceerd. Op 17 maart 1861 was Victor-Emmanuel koning van Italië geworden. Hij stelde de paus verscheidene oplossingen voor om de integratie van zijn Staat in het nieuwe koninkrijk te regelen. Telkens antwoordde Pius IX: 'Non possumus !' (dat kunnen we niet doen).

Cavour trachtte de paus ervan te overtuigen dat hij het pausdom een grotere en meer reële vrijheid zou geven dan die hij gedurende drie eeuwen, zonder resultaat, van de grote katholieke mogendheden had proberen af te dwingen.

De paus had er geen oren naar. Hij was er meer dan ooit van overtuigd dat er geen geestelijke suprematie mogelijk was zonder aardse onafhankelijkheid. Hij zou nooit willen erkennen dat het verdwijnen van de kerkelijke Staten - door toedoen van de Piëmontezen, die uiteindelijk op 20 september 1870 Rome innamen - het pausdom verloste van een ambiguïteit waaronder het meer dan duizend jaar gebukt ging, en dat de Kerk door die afschaffing eindelijk de mogelijkheid zou krijgen zichzelf te zijn. Op 1 november excommuniceerde hij iedereen die had meegewerkt aan de verovering van Rome en riep de eerste echte vrije paus zich met veel misbaar uit tot gevangene van het Vaticaan.

ONFEILBAAR!

Doorheen al deze politieke wisselvalligheden bepaalde het pausdom van Pius IX de geschiedenis van de Kerk met een aantal zeer belangrijke gebeurtenissen. Er werden verscheidene concordaten afgesloten: met Rusland in 1847, met Spanje in 1851, met Oostenrijk in 1855 en tot slot met verschillende staten van Latijns Amerika. In 1850 werd de katholieke hiërarchie in Engeland opnieuw ingevoerd en in 1853 in Nederland. In de Kerk zelf won het centralisme steeds meer veld. De politieke tegenspoed van de paus in Italië gaf hem in de ogen van de katholieken in de hele wereld het aureool van een martelaar, wat zijn internationaal prestige dan weer ten goede kwam.

Het was de tijd van het ultramontanisme. Overal staken behoudsgezinde katholieke bewegingen de kop op. In Duitsland daarentegen werd het Kulturkampf geboren, Oostenrijk verbrak zijn concordaat en Latijns Amerika vertoonde antiklerikale neigingen.

In 1854 kondigde Pius IX het dogma af van de onbevlekte ontvangenis. Twee jaar later veroordeelde de encycliek 'Quanta cura' - later samengevat in de 'Syllabus' - het geheel van 'moderne' ideeën waaronder het pantheïsme, het naturalisme, het rationalisme, het indifferentisme, het socialisme, het communisme enz. Rond dit vrij belangrijk document konden paus en katholieken elkaar vinden maar anderzijds schiep het een kloof met de tijdgenoten. De Kerk raakte afgezonderd. Ze werd een vreemd wezen dat, zoals dat meestal gebeurt, door de wereld werd uitgestoten.

Het hoogtepunt van dit pontificaat was het eerste Vaticaanse concilie: voorzien vanaf 1864, werd het op 26 juni 1867 officieel aangekondigd en op 8 december 1869 geopend. Het hoofddoel ervan was het afkondigen van de pauselijke onfeilbaarheid. Pius IX maakte er een persoonlijke zaak van. De druk die hij uitoefende, ja, zelfs zijn intimidaties gaven de besprekingen dikwijls een dramatische wending. De onderhandelingen waren zeer hevig en de weerstand hardnekkig. Honderd veertig prelaten verzetten zich tegen de afkondiging, die ze op zijn zachtst uitgedrukt ongelegen achtten. Geschiedkundigen wezen op de meest flagrante doctrinaire fouten die de pausen begingen: zo was er Honorius I, die officieel veroordeeld was door het zesde oecumenisch concilie (680-681), zowel als Liberius, maar ook waren er Vigilius en Johannes XXII, om er maar enkelen te noemen. Pius IX bleef koppig. Niets of niemand kon hem doen terugkomen op zijn beslissing dat dogma af te kondigen: noch de vertegenwoordigers van de eminente bisschop van Mainz, Wilhelm-Emmanuel von Ketteler, noch de bezwaren van een bekwaam geschiedkundige als Dollinger.

De politieke crisis tussen Pruisen en Frankrijk begin juli leverde de paus een onverwacht voordeel: de Duitse en Franse bisschoppen moesten onverwijld naar hun bisdommen terugkeren. Hierdoor verloor de oppositie 57 stemmen. Een groot deel van de overblijvende tegenstanders waren Italianen. Zij waren arm en dus financieel afhankelijk van de paus. Hij maakte handig gebruik van die toestand en liet hen verstaan dat hij hun bevoorrading kon blokkeren. De anderen gaven zich ontmoedigd over. Slechts twee tegenstanders stemden 'neen'. Het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid, door zoveel beperkingen gekortwiekt dat er maar weinig van het origineel concept overbleef, werd op 18 juli 1870 goedgekeurd.

Omwille van zijn precieze formulering was het dogma theologisch onaanvechtbaar, maar het kwam niet bepaald op een gelukkig tijdstip. Zelfs een eeuw later wordt het nog even slecht begrepen, met het gevolg dat het meer het diskrediet van het pausdom betekende dan een bekroning: een doel waar Pius IX zo naar had gestreefd.

De dood van Pius IX op 7 februari 1878 besloot het langste pontificaat aller tijden. Dertig jaar eerder had zijn komst een laaiend enthousiasme verwekt. Onder zijn bewind was het Romeinse antiklerikalisme in die mate toegenomen dat, toen zijn stoffelijk overschot, drie jaar na zijn dood, op 12 juli 1881, naar San Lorenzo Fuori Le Mura moest worden overgebracht, dit alleen 's nachts kon, overijld en onder politiebescherming. Toch kon men niet beletten dat de begrafenisstoet bestookt werd met beledigingen van mensen die gezworen hadden 'die schoft' (sic) in de Tiber te gooien.

Terug naar het keuzemenu van de pausen