Terug naar het keuzemenu van de pausen

Pius II

Erotische poëzie en schelmenromans hadden misschien niet het fortuin, maar dan toch de reputatie van Aeneas Silvio Piccolomini verzekerd. Er was geen prins, geen bisschop of geen wetenschapper die hem niet kende, ofwel omdat ze hem ooit hadden bezocht, ofwel omdat ze de verhalen over zijn bewogen leven en liefdesperikelen hadden gehoord. Dank zij zijn zin voor schoonheid was hij wel van grove ondeugden gespaard gebleven, maar om nu te denken dat deze beminnelijke levensgenieter ooit een even achtenswaardige paus zou worden als Nicolaus V, nee, dat had niemand durven voorspellen!

Aeneas Piccolomini werd op 18 oktober 1405 in de buurt van Siena geboren. In 1432 ontmoette hij toevallige kardinaal Capranica, die op weg was naar het concilie van Bazel. Capranica maakte van hem zijn secretaris. In Bazel vertrouwde kardinaal Nicolaus van Albergati hem opdrachten toe voor Nederland en Schotland. Als hevig voorstander van het conciliarisme was Piccolomini zelfs secretaris geworden van de tegenpaus Felix V, die hem, in 1442, opdroeg zijn zaak te gaan verdedigen op de rijksdag van Frankfurt. In 1444 had hij nog een mooie en frivole liefdesroman geschreven, ‘Lucretia en Euryales’, waarvoor hij van koning Frederik III de dichterskroon kreeg en tot secretaris van de keizerlijke kanselarij werd benoemd.

In die periode scoorde Eugenius IV steeds meer punten tegen de vergadering van Konstanz. Piccolomini behoorde tot degenen die hun stelling herzagen en de zijde van Rome kozen. Iemand kan van mening veranderen, maar van leven veranderen is al een heel stuk moeilijker. Zijn leeftijd en het feit dat hij op de dingen wat was uitgekeken, om niet te zeggen dat hij gewoon moe was, deden hem gemakkelijker afstand doen van zijn pleziertjes. Piccolomini werd priester. In 1447 benoemde Eugenius IV hem tot bisschop van Trier. De galante dichter werd een ware apologeet en de literaire bekentenis van zijn vergissingen kwam hem alleen maar ten goede. Dank zij zijn onvermoeibare werkkracht werd hij in Duitsland de beste vertegenwoordiger van de paus. Op 18 december 1456 benoemde Calixtus III hem tot kardinaal.

Op het conclaaf van 16 april 1458 was de rivaliteit tussen kardinaal Barbo en kardinaal Estouteville, aartsbisschop van Rouen, zo scherp geworden dat geen van beiden erin slaagde de vereiste tweederde van de stemmen te behalen. De vice-kanselier van de Kerk, de jonge Rodrigo Borgia, stond op en stelde voor iemand te kiezen aan wie nog niemand had gedacht, namelijk Piccolomini. Uit vrees dat een Fransman het zou halen, stemde de meerderheid van het conclaaf voor Piccolomini, die bij dit onverwachte succes zelf in tranen uitbarstte. Zo werd de auteur van ‘Lucretia en Euryales’ paus Pius II.

Wegens zijn wel erg ongewone carriPre werd het voor hem geen gemakkelijke klus zich door iedereen te doen aanvaarden. In 1463, dus vijf jaar na zijn kroning, zag hij zich verplicht via zijn bul ‘In minoribus agentes’ volgende pathetische oproep te lanceren: ‘Aeneam reicite, Pium suscipite!’ -‘Verwerp Aeneas maar, maar aanvaard Pius dan toch eindelijk!’ Bij de curie had hij nog meer moeite zijn hervormingen, of tenminste zijn hervormingsplannen, te doen aanvaarden. Overal was er corruptie. Zijn vriend, kardinaal van Cusa, zei hem op een dag in Rome: ‘Alles, maar dan ook alles wat hier aan dit hof gebeurt, vervult mij met walging. Hier is werkelijk alles rot!’

Nog dringerder dan het hervormen van de curie, was het organiseren van een kruistocht tegen de Turken. Vermits hij de christelijke naties niet warm kon maken voor zijn plannen, besloot hij, man van de letteren, man van de oorlog te worden en voortaan zelf zijn troepen aan te voeren. Spijtig genoeg stuurde alleen Venetië hem enige eenheden en beloofde hem ook de hulp van zijn vloot. De oude paus was volledig verlamd en liet zich overbrengen naar Ancona om er de schepen van de doge op te wachten. Daar moest hij van juni tot augustus geduld oefenen. Op 12 augustus kreeg hij het bericht dat het admiraalsschip in zicht was. Stervend liet hij zich bij een raam brengen vanwaar hij de zee kon zien. En met een tragische zin voor humor, murmelde hij nog: ‘Tot nu toe heb ik de vloot gemist om te kunnen vertrekken. Nu ze aankomt zal de vloot mij missen en in de haven moeten blijven!’

Drie dagen later, op 15 augustus 1464, overleed hij. De man die zo lang een fervent voorstander was van het conciliarisme, veroordeelde dit van zodra hij zelf paus werd. Met zijn bul ‘Execrabilis’ verbood hij nog ooit een concilie bijeen te roepen tegen een paus. Alle pausen hadden er duidelijk moeite mee een hogere en daarbij nog toeziende instantie te aanvaarden. En toch was die nodig geweest, al was het maar om een einde te maken aan het nepotisme waaraan zelfs een voortreffelijke paus als Pius II niet kon weerstaan.

Calixtus III veroorzaakte de invasie van de ‘Catalanen’, Pius II die van de Piccolomini’ s en de inwoners van Siena. Hij mocht dan nog familieleden op diverse posten hebben geplaatst, nooit zou hij die bevoordeeld hebben ten nadele van de kerkelijke bezittingen. Op 27 augustus 1464 gingen 22 kardinalen in conclaaf. Op 30 augustus kozen zij Pietro Barbo, kardinaal van San Marco, unaniem tot paus. Hij aarzelde eerst of hij zich Formosus of Marcus zou noemen, maar uiteindelijk werd hij, op 16 september, als Paulus II gekroond.

Terug naar het keuzemenu van de pausen