Terug naar het keuzemenu van de pausen

Paulus V

Eens te meer werd het conclaaf het toneel van intriges van Spanje, Frankrijk en Oostenrijk. Tijdens de acht dagen van vaak stormachtige debatten, werden personen als Baronius en Bellarmin door het vetospel gewraakt. De verkozene was Camillo Borghese, de vicaris-generaal van Rome. Wegens zijn afzijdige houding t. o. v. alle grote stromingen had hij ook weinig vijanden.

Hij was op 17 september 1582 in Rome geboren, kreeg in Bologna een opleiding van jurist en begon zijn kerkelijke loopbaan als legaat in Spanje. Op 16 mei 1605 werd hij Paulus V.

Paulus V besteedde evenveel energie aan het hervormen van de Kerk als aan het verrijken van zijn familie. Hij lag aan de basis van de rijkdom van de Borghese-prinsen, waarvan het geslacht gesticht werd door Marcantonio, de zoon van de jonge broer van de paus. Zoals Leo X zei: 'Wanneer God ons tot paus kroont, moeten we daarvan profiteren!'

Het nepotisme terzijde gelaten leidde Paulus V wel een onberispelijk leven. Hij steunde de nieuwe religieuze orden, herinnerde de bisschoppen aan hun plicht in hun bisdom te verblijven, publiceerde het nieuwe Romeinse rituaal en bood de missies van China, India en Canada daadwerkelijke steun.

Paulus V kon de Middeleeuwen maar niet vergeten. Hij was nog maar net gekroond of hij liet een zekere Piccinardi da Cremona ter dood veroordelen. Hij had Clemens VIII durven vergelijken met de wrede Tiberius. Paulus V dacht ook dat hij zich mocht mengen in aangelegenheden die helemaal buiten zijn bevoegdheid lagen. Venetië liet zijn ongenoegen hierover goed voelen.

De paus voelde zich diep gekrenkt, deed de Dogensenaat in zijn geheel in de ban en sprak het interdict uit over de stad. Venetië deed alsof er niets gebeurd was: de klokken bleven luiden en de geestelijkheid bleef erediensten verzorgen. Alleen de religieuzen, jezuïeten, kapucijnen en theatijnen leden eronder. Ze dachten dat ze uit trouw aan de Heilige Vader verplicht waren de lagune te verlaten. Daarna volgde een epistolaire polemiek tussen de partijgenoten van Paolo Scarpi, die trouw was aan de Dogen, en die van Bellarmin. Deze polemiek werd de 'pennenoorlog' genoemd.

Dank zij het gezond verstand van Hendrik IV werd een compromis bereikt waardoor de antagonisten, zonder gezichtsverlies, de strijdbijl konden begraven. In feite was de paus de grote verliezer. Hij besefte maar al te goed dat niemand zich nog liet intimideren door een interdict, in tegenstelling tot vroeger, toen stad en platteland hier angstig voor terugdeinsden. Het pausdom borg zijn anachronistisch afschrikmiddel dan maar definitief op.

In een andere zaak gaf Paulus V gelukkig blijk van meer wijsheid en liet hij zich niet beïnvloeden door Hendrik IV om stelling te nemen tegen Spanje. Zijn strikte neutraliteit tijdens het regentschap van Maria de Medici stimuleerde ook de geheime onderhandelingen van de nuntii van Parijs en Madrid die leidden tot de huwelijksplannen tussen Lodewijk XIII en de zuster van de toekomstige Filips IV en tussen deze laatste en Isabella, de zuster van Lodewijk XIII. In 1615 nam de Franse geestelijkheid de decreten van Trente officieel aan.

Het 'buskruitverraad' vertroebelde echter de relatie tussen Paulus V en Engeland. De paus liet de samenzweerders nochtans weten dat hij daar niet mee akkoord ging en toen de zaak op 5 november 1605 ontdekt werd, betuigde hij Jacobus I zijn volle afgrijzen. Dat nam niet weg dat de koning de paus hiervoor volledig verantwoordelijk stelde en een meedogenloze vervolging begon tegen de katholieken.

In Duitsland brak in 1618 een oorlog uit die dertig jaar zou duren. Paulus V bood de keizer en de katholieke liga een financiële steun, die in twee jaar tijd opliep tot 625.000 florijnen.

Op 24 februari 1616 werd de leer van Copernicus als 'absurd, gek en volstrekt ketters' veroordeeld door wetenschappelijk totaal incompetente theologen van het heilig officie, die beweerden alle kennis in pacht te hebben. Twee dagen later haastte Galilei zich naar Rome om de eminenties wat meer toelichtingen te geven. Het was allemaal vergeefse moeite. Hij kreeg alleen een attest van kardinaal Bellarmin met de melding dat hij 'geen straf had gekregen', maar alleen een 'verwittiging' , wat een soort van voorlopige vrijgeleide was.

De Villa Borghese is tot op vandaag getuige gebleven van het ongeremde nepotisme van de paus. Hij was nog maar net tot paus gekroond, toen Paulus V zijn neef Scipio Caffarelli, 26 jaar, het kardinaalspurper verleende en hem de naam van de Borgheses gaf. De paus was zo vrijgevig zijn neef een jaarinkomen van 140.000 Ecu's toe te kennen. Maar ook de broers van Scipio werden niet vergeten. De Borgheses investeerden een groot deel van hun fortuin in het aanleggen van kunstcollecties.

Paulus V stierf op 28 januari 1621. Rome en de pauselijke Staat hadden dank zij hem een wijs bestuur gekend: landbouw, communicatie en handel waren verbeterd, de Sint-Pietersbasiliek werd afgewerkt en de bibliotheek van het Vaticaan uitgebreid.

Terug naar het keuzemenu van de pausen