Terug naar het keuzemenu van de pausen

Paulus IV

Tot dan toe hadden heel wat pausen de reformatie van de Kerk in het gedrang gebracht door de voorbereiding ervan te boycotten. Dat was echter niets in vergelijking met het ijltempo waarmee Paulus IV de reformatie wou doorvoeren, maar waardoor ze ook bijna over de kop ging.

Het conclaaf, dat opnieuw verdeeld was tussen aanhangers van Frankrijk en van de keizer, koos op 23 maart 1555 voor kardinaal Gian Pietro Carafa. Nochtans had Karel de Vijfde zijn veto over hem uitgesproken. De keizer wist welke diepgewortelde afkeer voor Spanje deze 80-jarige man sinds zijn jeugd had overgehouden aan een verblijf aan het Spaanse hof. Voor Carafa waren Spanjaarden niet meer dan een 'massa ketters, schismatici, door God vervloekte mensen, half jood en half Moor, kortom, het uitschot van de mensheid'.

Naar deze uitspraak te oordelen moet hij wel een heel bijzonder iemand zijn geweest. Hij leefde uiterst sober en had een orde gesticht, nl. die van de theatijnen. Hij was zelf bij hen ingetreden, nadat hij al zijn goederen had weggegeven. In 1536 werd hij tot kardinaal benoemd en in 1542 tot voorzitter van de nieuwe commissie van de inquisitie. Daar kon hij zijn meedogenloze strengheid botvieren: 'Mocht mijn eigen vader zich ook maar met de kleinste ketterij inlaten, dan zou ik geen ogenblik aarzelen om zelf het hout voor zijn brandstapel bijeen te binden!'

Naast zijn rabiate Spanje-haat en zijn fel fanatisme vertoonde Paulus IV nog een andere kwalijke trek: een even schaamteloze als onverwachte vorm van nepotisme. Deze laatste karaktertrek was gemakkelijk te verklaren: als paus-inquisiteur koesterde hij een haast pathologisch wantrouwen tegenover alles en iedereen. Hij voelde zich alleen maar veilig als hij zich omringd wist door familieleden.

Drie van zijn neven werden kardinaal. Een van hen, Carlo Carafa, een echte schurk, die God noch gebod kende, maakte op zon schandelijke manier misbruik van zijn functie als staatssecretaris, dat de oude paus het bijna bestierf toen men hem uiteindelijk met de neus op de bewijzen drukte.

Paulus IV had gezworen dat hij de Kerk zou hervormen, maar dan wel op zijn manier. Voor hem was het concilie alleen maar een verdacht avontuur. Alleen Rome, te weten de inquisitie, mocht de dingen veranderen. Hij ging zo ver in zijn verdwazing dat hij bevel gaf om niet alleen beschuldigden te folteren, maar ook getuigen.

De meest loyale kardinalen slaagden er niet in aan zijn verdenking te ontsnappen. Hij liet kardinaal Morone opsluiten in de Engelenburcht en ook kardinaal Pole zou ongetwijfeld hetzelfde lot hebben ondergaan, indien hij zich niet, gelukkig voor hem, in Engeland had bevonden. Paulus IV gaf bevel alle joden die in zijn staten verbleven op te sluiten in getto's. Hij verplichtte hen bovendien een gele hoed te dragen, zodat men hen beter kon herkennen.

In 1559 publiceerde hij een index met verboden boeken. Deze index was zo absurd dat hij de dag na zijn overlijden onmiddellijk werd geannuleerd. De paus had er hele boeken van de bijbel in opgenomen naast talrijke werken van Kerkvaders.

In feite was Paulus IV een onevenwichtig mens. Later zou hij de mislukking van heel zijn opzet ook toegeven. Zijn dood op 18 augustus 1559 verwekte een enorme volksreactie: zijn standbeeld werd omvergehaald en verbrijzeld en de gebouwen van de inquisitie in brand gestoken. Het was zelfs nodig zijn lijk te verbergen opdat het volk het niet zou onteren.

Terug naar het keuzemenu van de pausen