Terug naar het keuzemenu van de pausen

Paulus II

Op 27 augustus 1464 gingen 22 kardinalen na de dood van paus Pius II in conclaaf. Op 30 augustus kozen zij Pietro Barbo, kardinaal van San Marco, unaniem tot paus. Hij aarzelde eerst of hij zich Formosus of Marcus zou noemen, maar uiteindelijk werd hij, op 16 september, als Paulus II gekroond.

Vooraleer hem tot paus te kiezen, hadden de kardinalen hem laten zweren dat hij een hele waslijst eisen zou inlossen: voortzetten van de oorlog tegen de Turken, hervormen van de curie, bijeenroepen van een concilie binnen de drie jaar, niet méér dan 24 kardinalen aanstellen van wie geen enkele jonger dan 30 jaar of jurist of theoloog, en tenslotte, niet meer dan één neef tot kardinaal benoemen.

Drie dagen na zijn kroning annuleerde hij deze voorschriften, gewoon door de kardinalen te dwingen een document te ondertekenen waarvan hij de tekst zorgvuldig met de hand bedekte.

De nieuwe paus, zoon van een zuster van Eugenius IV, werd op 26 februari 1418 in Venetië geboren. Hij had alleen basisonderwijs genoten en bezat slechts enige noties van het Latijn. Hoewel hij aanvankelijk voorbestemd was voor de overzeese handel, leek hem, sinds zijn oom paus was geworden, een betere toekomst weggelegd als geestelijke. Eugenius IV benoemde hem op 17-jarige leeftijd tot bisschop en op zijn 22ste tot kardinaal.

IJdelheid was één van zijn voornaamste karaktertrekken. Hij wist dat hij een knappe man was - vandaar dat hij aan de naam Formosus had gedacht - en werd graag door iedereen bewonderd. Zijn tiara liet hij versieren met edelstenen waarvan de waarde geschat werd op 200.000 gouden florijnen.

Door zijn gebrek aan cultuur minachtte hij de humanisten. In zijn ogen waren dit slechts onproductieve wezens. Hij eiste de ontbinding van de door zijn voorganger opgerichte Romeinse Academie want hij beschouwde ze louter als een vereniging van nietsnutten.

Omdat hij zich meer aangetrokken voelde tot de praktische kant van de dingen, bouwde hij minder paleizen, maar verbeterde hij de riolering. Daarnaast richtte hij ook de eerste drukkerij en de eerste uitgeverij van Rome op, de 'Libreria Editrice Vaticana'. Om die op te starten deed hij zelfs een beroep op twee bekende Duitse drukkers, Koenraad Schweinheim en Arnold Pannarzt.

Hij verkoos het volk met allerlei festiviteiten te vermaken, liever dan het met onderricht te kwellen. In 1468 overblufte hij iedereen in Rome met een uitzonderlijk prachtig carnavalsfeest. De spelen die hij bij die gelegenheid organiseerde, hadden beter gepast bij een Pompeus of een Domitianus dan bij een paus. Ze eindigden met een enorm banket dat onder zijn ramen aan het volk werd aangeboden.

Ook de handelaars wou hij wat gunnen: voortaan zou het Heilig Jaar om de 25 jaar plaatsvinden. In zijn bul 'Ineffabilis providentia' kondigde hij voor 1475 een Heilig Jaar aan. Zelf zou hij daarvan echter niet meer profiteren, vermits hij op 26 juli 1471 geveld werd door een beroerte.

Tijdens zijn pontificaat hadden noch de strijd tegen de Turken, noch de hervorming van de Kerk enige vooruitgang geboekt. Om in de gunst van Lodewijk XI te komen, gaf hij de Franse koning de titel van 'zeer christelijke koning' .Maar daarom trok de koning zijn 'Pragmatieke Sanctie van Bourges' nog niet in, waardoor, sinds 1438, het gezag van de paus over de Franse bisschoppen sterk beperkt bleef.

In vergelijking met het pontificaat van Pius II leek dat van Paulus II eerder saai, in vergelijking met dat van zijn opvolger Sixtus IV was het bijna stichtend.

Terug naar het keuzemenu van de pausen