Terug naar het keuzemenu van de pausen

Martinus V

Het concilie van Konstanz had zijn dood niet afgewacht. Het had wel twee jaar geduld geoefend, maar op 26 juli 1417 werd hij dan toch uit zijn rechten ontzet. Daarna werd onmiddellijk de voorbereiding van de nieuwe pausverkiezing aangepakt.

In de loop van de avond van 8 november 1417 kwamen 23 kardinalen en 6 vertegenwoordigers van de 5 grote naties uit het Westen, wat neerkomt op 53 kiezers, in conclaaf bijeen in de vertrekken van de Kamer van Koophandel van Konstanz. Drie dagen later, op 11 november, feestdag van Sint-Martinus, werd kardinaal-diaken Oddo Colonna verkozen. Hij zocht niet al te ver naar een naam en werd gewoon paus Martinus V. Hiermee kwam dan toch een definitief einde aan het Grote Westerse Schisma.

Als natuurlijke zoon van kardinaal Agapito Colonna werd Oddo, geboren in 1368, door Urbanus VI tot kardinaal-diaken benoemd. In 1409, op het concilie van Pisa, was hij de voorvechter van de eenheid. Eenmaal paus zou hij ervoor zorgen dat de zetel van Petrus het gezag terugkreeg dat hij aan het concilie had moeten afstaan.

Sinds het pausdom uitgegroeid was tot een absolute macht, kon ze de 'conciliaristische' thesis - die stelt dat het concilie boven de paus staat - niet meer aanvaarden. De recente gebeurtenissen hadden het nochtans bewezen: het schisma zou nog altijd niet zijn opgelost als het concilie van Konstanz zich niet de macht had toegeŽigend drie pausen tot ontslag te dwingen en de twee weigeraars uitdrukkelijk af te zetten. Het eerste grote oecumenisch concilie, dat van Nicea, dat niet was samengeroepen door een paus en waarop de bisschop van Rome slechts zeer discreet vertegenwoordigd was, vormde een ander argument ten gunste van de 'conciliaristen'. Maar geen enkele macht laat zich zonder meer uitschakelen; vrijheden zijn immers nooit een geschenk, maar iets dat men moet veroveren. Van Victor (189-198) en Stefanus (254-257) tot de huidige paus Johannes-Paulus II is de spanning tussen de absolutistische neiging van Rome en de autonomistische aanspraken van de plaatselijke Kerken steeds een constante voor het pausdom geweest. Het conciliarisme vormt per slot van rekening slechts een facet van deze werkelijkheid.

Van zodra de Kerk opnieuw een enkele paus had, was het zijn eerste zorg zijn absoluut gezag opnieuw te bevestigen. Nog voor de eerste zittingen werden afgesloten, had hij die zijn tiara enkel en alleen aan het concilie te danken had, iedereen verboden ooit nog een beroep te doen op een concilie om zich tegen de paus te richten.

De vergadering van Konstanz was op 22 april 1418 uiteengegaan. Op 16 mei vertrok Martinus V naar Rome. Alle wegen leiden wel naar Rome, maar Martinus nam alleszins niet de kortste. Hij kwam immers pas op 28 september 1420 aan, na een lang verblijf in Mantua en later in Firenze. Daar onderwierp zich Balthasar Cossa, de vroegere Johannes XXIII. Martinus wilde hem zelf kunnen bewaken en had hem uit de gevangenis van Mannheim laten weghalen, waar prins Lodewijk van Heidelberg hem opgesloten hield.

Onderweg kon Cossa vluchten. Hij vreesde immers dat hem hetzelfde lot wachtte als dat waarop Bonifatius VIII Celestinus V had vergast. Pas toen hij aan het einde van zijn krachten was, had hij zich, in lompen gehuld, aan de voeten van de paus geworpen. Hij had Firenze moeten doorkruisen terwijl hem allerlei sarcastische opmerkingen en beledigingen naar het hoofd werden geslingerd. Martinus troostte hem met de titel van kardinaal, maar de vernedering was te groot geweest. De ex-piraat die ex-paus was geworden, overleed op 23 december 1419.

Op zaterdag 28 september 1420 kwam Martinus dan toch in Rome aan. Hij logeerde er in Santa Maria del Popolo, waar de notabelen hem de volgende ochtend kwamen halen en naar het Vaticaan brachten. 's Avonds zwaaide het volk met de fakkels om hem feestelijk te ontvangen. Rome had zijn paus terug. Van toen af zouden ze deze stad, waar ze bijna twee eeuwen aan een stuk slechts heel af en toe verschenen waren, nooit meer uit vrije wil verlaten.

Pest, oorlog en hongersnood hadden van de Eeuwige Stad een trieste plek gemaakt. De straten lagen in puin en waren onberijdbaar geworden. De fiere burgers van vroeger hingen er rond als bedelaars en de struikrovers legden hun wetten op waar zoveel nobele families het ooit voor het zeggen hadden. Voor Rome eindigden de middeleeuwen in een ruÔne.

De terugkeer van de paus luidde het tijdperk van de renaissance in, zowel voor de stad als voor de pauselijke Staten. Martinus V nam het heft weer in handen. Ten koste van twee derde van zijn inkomsten slaagde hij erin van zijn Staten de vijfde macht van het Schiereiland te maken, na Napels, Firenze, Milaan en VenetiŽ.

In 1423 was de onwrikbare Benedictus eindelijk gestorven in zijn arendsnest bij de Middellandse Zee. Eerst had hij nog vier kardinalen aangesteld. Drie van hen benoemden een paus, Clemens VIII, die nog wat vegeteerde in Spanje vooraleer hij zich in 1429 aan Martinus V overgaf. Een van de drie kardinalen verkoos zichzelf tot paus Benedictus XIV. Nooit werd nog iets over hem gehoord.

In Konstanz had men besloten om het concilie om de vijf jaar te houden. Het werd geopend in Pavia op 23 apri11423. De paus kreeg onmiddellijk lucht van de 'conciliaristische' neigingen, die hij onmiddellijk de kop indrukte, waarna hij de vergadering overbracht naar Siena, zogezegd om een epidemie te ontvluchten. Maar die verhuizing deed niets af aan de nieuwe trend: nog meer dan de hervorming van de Kerk wou het concilie zijn predominantie op de paus bevestigd zien. Op 19 februari 1424 besliste Martinus alle pauselijke legaten terug naar huis te sturen. Ze waren trouwens niet zo talrijk.

Pas zeven jaar later zou het concilie opnieuw bijeenkomen, nu in Bazel. De hervormingen van deze mislukte vergadering had uitsluitend betrekking op het leven van de kardinalen. Er werd geŽist dat ze een einde maakten aan hun tergende luxe. Het was uiteraard een onmogelijke eis, en vermits niemand verplicht kan worden iets te doen wat onmogelijk is, voelde geen enkele van de eminenties zich aangesproken.

Een maatregel van Martinus V leek heel wat doeltreffender. Op 24 mei stelde hij een aantal nieuwe kardinalen aan, die er ernstig van overtuigd waren dat de Kerk hervormd moest worden. Met de steun van zijn nieuwe curie kwam de heropbouw van Rome onder Martinus V snel van de grond. Alles moest hersteld worden: straten, bruggen, paleizen, versterkingen. Hij slaagde er zelfs in een bescheiden vloot te bewapenen. De Romeinen betoonden hun erkentelijkheid met drie veelbetekenende woorden op zijn graf te laten aanbrengen: 'Temporum suorum felicitas' -'Het geluk van zijn eeuw'.

Er was echter ook een schaduwzijde aan de herinnering aan deze grote paus: zijn nepotisme. Niettegenstaande de vele vermaningen van zijn kardinalen bleef hij zijn familie verrijken met goederen van de Kerk. Totdat, op 20 februari 1431,een beroerte een einde maakte aan zijn bodemloze vrijgevigheid. Martinus bereidde op dat ogenblik het concilie van Bazel voor. Dit zou een echt duel worden tussen de conciliaristen en zijn opvolger Eugenius IV.

Terug naar het keuzemenu van de pausen