Terug naar het keuzemenu van de pausen

Julius III

Het is moeilijk het conclaaf na de dood van Paulus III een conclaaf te noemen. Het stond open voor alle strekkingen en alle invloeden en er waren zestig stemronden nodig om Giovanni Maria del Monte eindelijk twee derde van de stemmen te bezorgen. Eens te meer werd er fel gesjacherd tussen de Franse partij en de partij van de keizer. De belangen die daarbij op het spel stonden, hadden weinig te maken met de hervorming van de Kerk.

De Romeinen dreven zodanig de spot met dit conclaaf - dat zou duren van 29 november 1549 tot de daaropvolgende 8ste februari - dat het stadsbestuur elke verkleedpartij als kardinaal, bisschop of prelaat verbood, op straffe van lichamelijke kastijding, nl. drie onmiddellijk toe te dienen zweepslagen.

Het volk bond in toen eindelijk de naam viel van de verkozene : een echte Romein. Niemand kon de vreugde-explosie afremmen. Ze bleef duren tot bij de kroning, tien dagen later. Paus Julius III deed niets liever dan deze echt heidense feesten voorzitten, tot grote verbazing van de vrome bedevaartgangers die in het begin van dit Heilig Jaar begonnen toe te stromen.

Del Monte werd 63 jaar eerder, op 10 september 1487, in Rome zelf geboren. Op zijn 24ste was hij aartsbisschop. Hij had onder Clemens VII en Paulus III bij de curie gewerkt. Vanaf 1526 was hij kardinaal en had de plechtige opening van het concilie van Trente voorgezeten.

De vraag was hoe Julius III dacht dat het concilie de Kerkreformatie moest opvatten. Na zijn aanstelling volgde hij, van op het balkon van Sint-Pieter, dikwijls de stierengevechten die voor de basiliek georganiseerd werden of vermaakte zich op de binnenplaatsen van zijn paleis met ondeugende blijspelen. Hij gokte om grote bedragen, organiseerde carnavalstoeten, bracht dagen door met jagen en bood rijkelijke feestmalen aan.

Zijn despotisme was wel niet zo groot als de politieke intriges die zo kenmerkend waren voor het pontificaat van Clemens VII. Hij wist zijn familie aanzienlijk te verrijken. Tot grote schande van de curie, was hij zelfs zo tactloos een totaal geperverteerde jongen van 15 jaar tot kardinaal te benoemen en hem officieel door zijn broer te laten adopteren.

Het ging om de apenbewaker van Zijne Heiligheid. Spijtig genoeg had hij zoveel trekken met Julius III gemeen, dat men in de voorrechten die hem werden verleend alleen maar een bevestiging wou zien dat hij een zoon was van de Heilige Vader. Pius IV zou met dit kereltje minder geduld hebben en hem, wegens een dubbele moord, laten opsluiten in de Engelenburcht. Hij nam hem ook zijn kardinaalstitel af. De ex-'favoriet' van Julius III stierf op zijn 46ste een gewelddadige dood.

Het is wel verbazend dat zoín paus de werkzaamheden van het concilie, vanaf 1 mei 1551, een nieuwe start gaf. Wat minder verbaast is dat deze tweede zitting slechts een kort jaar duurde en dat Julius III geen enkele ijver aan de dag legde om een derde zitting bijeen te roepen.

Toch gaf hij de SociŽteit van Jezus de toestemming om twee bekende instituten op te richten, nl. het Romeins en het Germaans college. Onder zijn pontificaat werd ook in Engeland voorlopig het katholicisme in ere hersteld. Tegelijk dreigde Frankrijk ermee een nationaal concilie bijeen te roepen. Op die manier had gemakkelijk een schisma kunnen ontstaan.

Julius III stierf op 23 maart 1555. Hij liet een duidelijk spoor achter: een prachtige woning, die hij liet bouwen aan de Porta del Popolo.

Terug naar het keuzemenu van de pausen