Terug naar het keuzemenu van de pausen

Julius II

Gingen de poorten van de hel, die het volgens het Evangelie nooit mocht halen van de Kerk, nu eindelijk dicht? Dat dacht men althans toen kardinaal Francesco Todeschini Piccolomini na zes dagen conclaaf werd gekozen. Een van de weinige conclaven die niet door Borgia werden omgekocht en er de voorkeur aan gaf zich op vele mijlen afstand te houden om te ontsnappen aan de intriges van de curie. Ging men nu eindelijk die augiasstallen reinigen?

Helaas, deze neef van Pius II, die als Pius III door het pauselijke leven wou gaan, was alleen maar gekozen omwille van zijn hoge leeftijd. Het conclaaf wilde immers alleen maar tijd winnen. Hij werd verkozen op 22 september 1503, gekroond op 8 oktober en zou de 18de van diezelfde maand nog overlijden.

Die enkele weken volstonden voor kardinaal Giuliano della Rovere om zijn netten te spannen. Op 31 oktober, 's avonds, ging men in conclaaf. De poort ervan moest zelfs niet met een ketting worden afgesloten want tegen de morgen van Allerheiligen was della Rovere al gekozen als Julius II: hij had immers het hoogste bod gedaan. Tweejaar later, op 14januari 1506, publiceerde hij, zonder de minste schaamte, zijn bul 'Cum tanto divino', die elke op simonie gebaseerde pauskeuze voortaan ongeldig verklaarde en zware straffen voorzag voor die leden van het conclaaf die zich lieten omkopen.

Julius II werd 60 jaar eerder in Albissolo bij Savona geboren, op 5 december 1443. Sixtus IV, de eerste paus van de familie, had de della Rovere uit hun armoede gehaald. Giuliano, die intrad bij de franciscanen, werd dank zij zijn oom op zijn 27ste bisschop van Carpentras en twee maanden later kardinaal; een machtige kardinaal onder Innocentius VIII, die echter naar het Franse hof moest vluchten om zich tegen de haat van Alexander VI te beschermen.

Op de Stoel van Petrus was Julius II 'de Verschrikkelijke' alles behalve een Vader... Hij was de incarnatie zelf van een zo profane paus dat elke priesterlijke karaktertrek erbij in het niet verzonk. Hij was een van de pausen die beweerden een plaatsvervanger van Christus te zijn, maar een geloof verkondigde waarin elk christelijk element ontbrak. Christus was het voorbeeld komen geven van armoede en had nederigheid en onderwerping gepredikt. Deze pausen leefden in een ongehoorde luxe, verpletterden de wereld onder hun hoogmoed en voerden oorlogen om hun heerschappij uit te breiden.

Julius II was niet de eerste oorlogszuchtige paus, maar geen enkele had het ooit met zoveel passie getoond. Op die manier kreeg hij wel zijn Staten terug, maar raakten hele volken van hem vervreemd en keerden ze de Romeinse Kerk de rug toe. Ware hij geen paus geweest, dan had hij misschien wel Italië gered, maar als opvolger van Petrus wees hij zijn kudde de totaal verkeerde weg en verloor hij enorm veel schapen.

De geschiedenis van Julius II is dus slechts de story van een staatsman die alleen maar uit was op het heroveren van grondgebied dat de kern moest worden van een Italië zonder de minste buitenlandse inmenging. Hij begon met alles terug te nemen wat de Borgia' s ooit hadden veroverd. Hij had drie natuurlijke dochters, die alle drie zijn politiek konden dienen. Een van hen en zijn neef Nicolo moesten een Orsini huwen en een van zijn nichten een Colonna. Zijn legers werkten de zaak dan verder af en namen in 1506 Perugia en Bologna in.

Om Venetië te dwingen terug te geven wat het van Romagna had afgenomen, sloot Julius II in 1509 een verbond met Lodewijk XII en keizer Maximiliaan, nl. het Verbond van Kamerijk. Een jaar later werd het bondgenootschap omgekeerd: Lodewijk XII riep in mei 1511 een concilie bijeen in Pisa, met de bedoeling de paus af te zetten. Hij vond daarbij steun bij de keizer en negen paus-vijandige kardinalen. Op de 15de juli riep Julius II nogmaals een algemeen concilie bijeen in het Lateraan. Dit moest plaatsvinden in april 1512 om het concilie van Pisa het gras voor de voeten weg te maaien. Op 11 oktober 1511 vormde Julius met Spanje, Engeland en Venetië een Heilig Verbond tegen Frankrijk. Maar op 11 april brak Frankrijk, bij Ravenna, de macht van het Verbond en bedreigde Rome. Lodewijk XII wist zijn voordeel echter niet te valoriseren en trok zich, onder bedreiging van de Zwitserse eenheden van kardinaal Sitten, in Frankrijk terug.

Op 3 mei 1512 opende de oude paus het Lateraans concilie. Met haar zware cavalerie en 9 kanonnen had de openingsprocessie meer weg van een militaire parade. Slechts 15 kardinalen namen deel aan de vergadering, naast 14 patriarchen, 10 aartsbisschoppen en 57 Italiaanse bisschoppen, samen met nog enige abten en generale oversten. Er waren maar heel weinig ambassadeurs.

De paus luisterde slechts met een half oor naar de openingsrede van de generale overste van de augustijnen. De nederlaag van Ravenna dreigde en de vrome kloosterling aanzag de aftocht van de pauselijke legers als een straf van God. 's Anderendaags toonde Julius II veel meer interesse voor de stelling van de generale overste van de dominicanen over de rechten van de paus en zijn suprematie over het concilie. Tijdens deze tweede zitting werd het concilie van Pisa en de synode van Milaan veroordeeld. Ook tijdens dit Lateraans concilie zou de Kerk geen hervormingen doorvoeren!

Begin februari kreeg Julius II koorts. De 4de regelde hij zijn begrafenis tot in het detail. Vanuit Bracciano kwam zijn dochter Madonna Felice hem bezoeken, niet zozeer om hem tijdens zijn laatste uren nog bij te staan dan wel om in extremis de kardinaalshoed te verkrijgen voor een van haar halfbroers. Julius II weigerde. Hij stierf in de nacht van 20 op 21 februari.

Weinig pausen hebben zoveel oorlogen gevoerd, maar niemand kon Julius' mecenaat evenaren. Dank zij hem maakten Bramante, Michelangelo en Rafaël Rome tot het baken van de Italiaanse Renaissance. Op 18 augustus 1506 legde hij de eerste steen van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek en nam ook de bouw van het Vaticaans paleis een aanvang. Op 31 oktober 1512 onthulde Julius II de fresco's van Michelangelo op het plafond van de Sixtijnse kapel.

Van de politieke schittering die hij de pausen bezorgde is tot vandaag een concrete en pittoreske herinnering overgebleven: de Zwitserse Garde (opgericht in 1506, het jaar waarin Christoffel Columbus overleed). Ze zou de Kerk nochtans niet kunnen behoeden voor het drama dat haar meer dan ooit tevoren zou verscheuren.

Terug naar het keuzemenu van de pausen