Terug naar het keuzemenu van de pausen

Johannes XXII

Fransman

195ste paus

°ca. 1244 - †1334

Regeerde van 7 augustus 1316 tot 4 december 1334

Johannes XXII was de tweede van de Avignon-pausen en één van de weinige pausen die van ketterij zijn beschuldigd: hij had beweerd dat de heiligen God niet zien voor de dag van het Laatste Oordeel (de "zalige aanschouwing").

Hij heette Jacques DuPze (of Jacques van Cahors) en was kardinaal-bisschop van Porto toen hij op 7 augustus 1316 in Lyon tot paus werd gekozen, meer dan twee jaar na de dood van zijn voorganger Clemens V. De keuze van een opvolger van Clemens V bleef maandenlang geblokkeerd door de onverzoenlijke houding van de vertegenwoordigers van allerlei stromingen binnen het college van kardinalen. Eerst kwamen de kardinalen, op grond van het canoniek recht dat bepaalde dat een pauskeuze moest gebeuren waar de vorige paus was gestorven, bijeen in het pauselijk paleis in Carpentras, maar vanwege plaatselijke ongeregeldheden moest het conclaaf in maart 1316 worden verplaatst naar Lyon. Een gewapende troep was immers binnengedrongen bij de kardinalen en schreeuwde: ‘Dood aan de Italianen! Wij willen een paus! Dood aan de Italianen!’.

De tweeënzeventigjarige kardinaal DuPze was duidelijk een compromiskandidaat van de kardinalen, maar wel iemand die de steun genoot van Filips, graaf van Poitiers en toekomstige koning Filips V, en koning Robert I van Napels. Op 5 september werd hij door kardinaal Napoleone Orsini in Lyon gekroond. Degenen die hem gekozen hadden, beschouwden hem, gezien zijn leeftijd, duidelijk als een overgangspaus, maar zijn pontificaat zou meer dan achttien jaar duren.

Hoewel klein van gestalte en zwak van gezondheid begon deze bejaarde paus met ongewone energie en ongebreideld enthousiasme aan zijn taak. Hij herstelde een efficiënte manier van werken in de Curie en bracht stabiliteit in de kerkelijke financiën: beide hadden onder Clemens V ernstig geleden. Hij versterkte de pauselijke controle op benoemingen in beneficies (als gunst geschonken kerkelijke ambten die aan de benoemde inkomsten opleverden) en verbood iedereen om meer dan twee beneficies te bezitten. Aan de kathedrale kapittels (groepen diocesane priesters - kanunniken - die verantwoordelijk waren voor het geestelijk en tijdelijk welzijn van een bisschopskerk of kathedraal) ontnam hij de bevoegdheid om een bisschop te kiezen. Ook splitste hij uitgestrekte bisdommen en veranderde hij de grenzen van andere. Om de inkomsten van de Heilige Stoel te vergroten, ontwikkelde hij een nieuw systeem waarbij elk land de eerste jaaropbrengst van een beneficie aan de paus moest betalen; deze betalingen werden de annaten genoemd. In 1319 reserveerde Johannes XXII alle kleinere beneficies voor een periode van drie jaar voor zichzelf en legde ook nieuwe pauselijke belastingen op. Zijn benoemingen voor het college van kardinalen betroffen (met uitzondering van één Spanjaard en vier Romeinen) allemaal Fransen. Zijn zwaarste fout was zijn schaamteloos nepotisme waardoor hij geld, giften en kerkelijke ambten naar verwanten en vrienden doorsluisde.

In 1318 kwam hij tussenbeide in het slepend conflict tussen de conventuelen (de gematigde franciscanen) en de spiritualen (de radicale franciscanen) in de orde van de minderbroeders, waarin hij de kant van de conventuelen koos. Hij verbood het vereenvoudigde habijt van de spiritualen en droeg hun op hun oversten te gehoorzamen en het opslaan van levensmiddelen als gewettigd te aanvaarden. Vijfentwintig spiritualen die zich bleven verzetten, werden aan de Inquisitie overgedragen en vier van hen werden in 1318 daadwerkelijk op de brandstapel verbrand. De paus kwam opnieuw in botsing met de minderbroeders toen hun generaal kapittel (dat in 1322 in Perugia bijeenkwam) een besluit van de Inquisitie tartte door te verklaren dat de aanname dat Christus en zijn apostelen geen eigendom hadden bezeten, orthodox was. Johannes XXII veroordeelde de verklaring van Perugia als ketterij (1323) wat bij de leden van de orde kwaad bloed zette; ze betichtten op hun beurt de paus van ketterij. De meerderheid van de minderbroeders onderwierp zich uiteindelijk in de zomer van 1325 aan de paus, maar enkelen bleven weigeren dat te doen, onder wie Michele van Cesena, de minister-generaal van de orde, en de beroemde minderbroeder-filosoof Willem van Ockham (†1347; hij stond model voor William of Baskerville in "Il nome della rosa" van Umberto Eco). In april 1329 deed Johannes XXII hen allemaal in de ban en later in datzelfde jaar gaf hij een bul (In agro Dominico) uit die bepaalde dat het recht om bezit te hebben dateerde van voor de zondeval van Adam en Eva en dat het nieuwe testament Christus en de apostelen tekent als mensen met persoonlijk bezit. Ockham beantwoordde de bul punt voor punt in het eerste van een reeks geschriften tegen de paus.

De dissidente minderbroeders vonden een bondgenoot in de Duitse keizer Lodewijk IV, de vijand van de paus, die zijn door de paus gesteunde rivaal voor de Duitse troon had verslagen. Vanwege Lodewijks agressief antipauselijk optreden in Italië had de paus hem in 1324 in de ban geslagen. Daarop vroeg Lodewijk om een algemeen concilie om de paus te beschuldigen van ketterij, gezien zijn houding tegenover de opvatting van de spiritualen over evangelische armoede. Lodewijk werd niet alleen gesteund door de dissidente minderbroeders, maar ook door Marsilius van Padua (†1342). In 1327 had Johannes XXII diens boek Defensor pacis (1324) veroordeeld; daarin had Marsilius onder meer geschreven dat een algemeen concilie boven de paus staat. Vergezeld van Marsilius trok Lodewijk in 1328 Rome binnen en liet zichzelf tot keizer kronen door de bejaarde senator Sciarra Colonna, de capitano van het Romeinse volk. Drie maanden later gaf Lodewijk een decreet uit waarin hij verklaarde dat ‘Jacques van Cahors’ (de paus) was afgezet vanwege ketterij: om dat decreet kracht bij te zetten werd een stropop in pauselijke gewaden plechtig verbrand. Vervolgens liet Lodewijk een spirituaal, Pietro Rainalducci, door vertegenwoordigers van de Romeinse geestelijkheid tot paus kiezen. De tegenpaus koos de naam Nicolaas V en installeerde zichzelf. Doordat Lodewijk in het begin van 1329 Rome had verlaten, was de tegenpaus zijn steun kwijtgespeeld; hij dook onder en ging uiteindelijk naar Avignon waar hij zich onderwierp aan Johannes XXII, gratie kreeg en in comfortabele omstandigheden werd opgesloten.

Tot de andere daden van dit opmerkelijk actieve pontificaat behoren de oprichting van bisdommen in Armenië, India en Iran; de oprichting van een pauselijke bibliotheek in Avignon, de stichting van een universiteit in Cahors en de veroordeling van achtentwintig stellingen van Meester Eckhart (†1327), de beroemde Duitse mysticus. Tussen Allerheiligen (1 november 1331) en Maria Boodschap (25 maart 1332) hield de paus vier preken die hem de rest van zijn pontificaat zouden achtervolgen. Hij had gezegd dat de heiligen pas na de dag van het Laatste Oordeel God van aangezicht tot aangezicht zouden zien. Dat was niet in overeenstemming met de traditionele leer dat de heiligen onmiddellijk na hun dood de ‘zalige aanschouwing’ genoten. Voor de dag van het Laatste Oordeel, zo stelde Johannes XXII, konden de heiligen alleen het menselijke en niet het goddelijke van Christus aanschouwen. Ook verklaarde hij dat de demonen en de verdoemden zich nog niet in de hel bevonden. Deze gedachten werden in de herfst van 1333 op de universiteit van Parijs veroordeeld en de vijanden van de paus, waaronder Willem van Ockham, trokken hun voordeel uit deze controverse. Lodewijk IV en kardinaal Napoleone Orsini spanden samen om de paus op een algemeen concilie te laten veroordelen en af te zetten, maar de paus werd ziek. Op zijn sterfbed wijzigde hij in aanwezigheid van zijn kardinalen zijn standpunt. Voor de dag van het Laatste Oordeel, zo zei hij nu, zien de heiligen God van aangezicht tot aangezicht, zo helder als hun eigen omstandigheid dat toelaat, en met nadruk verklaarde hij dat hij nooit het tegendeel had verkondigd behalve als een persoonlijke mening die hij graag wilde opgeven als die in strijd was met het geloof van de kerk. Achteraf bekeken is het verbazingwekkend dat zulk een onbeduidend thema zo grote opschudding kon veroorzaken...

Johannes XXII stierf, negenentachtig jaar oud, op 4 december 1334 en werd in de kathedraal Notre-Dame-des-Doms in Avignon begraven.

Terug naar het keuzemenu van de pausen