Terug naar het keuzemenu van de pausen

Innocentius XII

De opvolger van Alexander VIII zou bevestigen wat Clemens IX en Innocentius VI reeds hadden laten blijken: dat de Reformatie van Trente eindelijk ook de 'hogere regionen' bereikt had. Ook Innocentius XII zou de geschiedenis ingaan als een 'goede' paus.

Zijn verkiezing verliep andermaal erg moeizaam. In het conclaaf speelde nu de tegenstelling pro-Frans contra pro-Duits. Het geduld van de Romeinen werd zwaar op de proef gesteld, ondanks hun rumoerige protesten. Na vijf maanden was er nog steeds niets uit de bus gekomen. Eindelijk, op 15 juli was het zover: kardinaal Antonio Pignatelli zou voortaan paus Innocentius XII heten. Hij werd op 13 maart 1615 geboren in Spinazzola, ergens in het zuiden van ItaliŽ, als zoon van een Napolitaanse prins. Voordat hij in 1681 kardinaal werd, was hij reeds nuntius geweest van Florence, Warschau en Wenen om in 1687 te eindigen als aartsbisschop van Napels.

Met zijn sikje en zijn lange neus had men deze Napolitaan gemakkelijk polichinel kunnen noemen, maar -het gebrek aan eerbied nog daargelaten - zou niemand dit ooit gedaan hebben wegens de uitzonderlijke goedheid van deze paus. 'Mijn neven, dat zijn de armen' verklaarde hij graag. Hij was de eerste paus die als eerste paal en perk stelde aan de plaag van het nepotisme. Deze kwaal was opgedoken in de 8ste eeuw ten tijde van Hadrianus I, maar kreeg pas echt vorm in de 13de eeuw met Bonifatius VII. Het was uiteindelijk een instelling geworden en de titel 'Kardinaal-neef groeide zelfs uit tot een officiŽle functie. Alleen al in de 17de eeuw had het nepotisme de Kerk 7 miljoen ťcu's gekost, en dat was slechts een deel van de ontvangen voordelen. Het was de oorzaak van intriges en oorlogen en het pausdom ging er langzaam aan ten onder.

Innocentius XII kon bereiken wat Innocentius XI verhinderd werd te doen: radicaal komaf maken met die misbruiken. De bul 'Romanum deces pontificem' verbood elke paus zijn familie te verrijken met kerkelijke middelen en eiste zowel van de kardinalen als van de paus de eed nooit nog toe te geven aan die verleiding. Het kwaad was overwonnen. In de toekomst zouden daar nog slechts een paar uitzonderingen op worden gemaakt, zoals Benedictus XII (1724-1730), Pius VI (1755-1799) en uiteindelijk Pius XII (1939-1958).

Toen deze belangrijke hervorming was gerealiseerd, richtte Innocentius XII een 'Congregatie voor de tucht bij de clerus' op. Priesters werd gevraagd zich als dusdanig te gedragen, wat in de eerste plaats neerkwam op het dragen van de soutane en zich te wijden aan geestelijke oefeningen. Met al zijn geldelijke middelen steunde hij de apostolische missieopdrachten in verre gebieden, zonder daarom de behoeftigen in zijn eigen staten te vergeten. Hij opende scholen voor de straatkinderen. Rome had te kampen met de pest, overstromingen en aardbevingen. Alle slachtoffers zagen in Innocentius de onvermoeibare herder, die alles deed om het leed van zijn schapen te verzachten. De vertegenwoordigers van Christus begonnen werkelijk hun uiterste best te doen om op Hem te lijken.

Op politiek vlak had de crisis, veroorzaakt door de Spaanse troonopvolging, positieve gevolgen voor de betrekkingen tussen de paus en Frankrijk. Lodewijk XIV , die bondgenoten nodig had, toomde zijn vijandigheid tegenover Rome in en deed een aantal belangrijke toegevingen. Helaas, die verbeterde relaties met Frankrijk betekenden het einde van de betrekkingen met de keizer. Ambassadeurs van Leopold I begonnen in Rome pijnlijke incidenten uit te lokken.

Op 11 september 1697 versloeg Eugeen van Savoye de Turken in Zenta, en op 30 oktober maakten de verdragen van Rijswijk een einde aan de Negenjarige Oorlog; twee gebeurtenissen die de oude paus plezier deden. Het Heilig Jaar 1700 werd hem fataal. Ondanks zijn ziekelijke toestand ging hij in op alle audiŽntie-aanvragen van de pelgrims. Op 27 september 1700 stierf hij van uitputting.

Terug naar het keuzemenu van de pausen