Terug naar het keuzemenu van de pausen

Innocentius XI

Zonder het veto van Frankrijk was Benedetto Odescalchi reeds bij het vorige conclaaf tot paus verkozen, maar Lodewijk XIV had zich verzet tegen zo'n ondernemende en eigenzinnige persoonlijkheid. Ditmaal aanvaardde hij echter het risico. Om het conclaaf na twee maanden uit het slop te halen, maakte hij een einde aan zijn verzet. Op 21 december werd Odescalchi Innocentius XI.

De nieuwe paus werd op 19 mei 1611 in Como geboren, in een milieu van rijke handelaars. Toen hij voor het eerst naar Rome kwam, droeg hij degen en pistool, op zoek naar militair avontuur in het koninkrijk Napels. Tot hij plots van kledij veranderde, rechten ging studeren en in het klooster trad. Op 34-jarige leeftijd bracht hij het reeds tot kardinaal. Zijn sterke persoonlijkheid en zijn zin voor verantwoordelijk hadden op Innocentius X dus blijkbaar wel indruk gemaakt.

Zoals vele van zijn voorgangers maakte zijn verkiezing tot paus hem verre van gelukkig en smeekte hij de kardinalen iemand anders te kiezen. Gelukkig weigerden ze. Zijn motto weerspiegelde zijn mening over het pausdom: 'Domine, salva nos, perimus'. Het was Petrus' hulpkreet in de storm: 'Heer, help ons, wij vergaan.'

Innocentius was vastbesloten het pausdom van de ondergang te redden. Het Vaticaan stond op de rand van het bankroet. Hij zette het mes in de uitgaven, bespaarde waar mogelijk en verminderde tegelijkertijd hier en daar de belastingdruk. Voortaan sloot elk jaar af met een bonus van om en bij de 300.000 ecu's.

Het spreekt vanzelf dat deze maatregel de doodsteek betekende voor het nepotisme. Van bij het begin maakte Innocentius XI zijn verwanten duidelijk dat ze van hem niets hadden te verwachten. De kardinalen maande hij aan hun grote sier drastisch in te krimpen en een wat meer bescheiden levensstijl aan te nemen.

Met dezelfde energie verdedigde hij de christelijke stellingen en deed hij zijn gezag respecteren. De laksheid van sommige jezuÔeten, zoals het quiŽtisme van Molinos, zou hij openlijk bestrijden. Maar de zwaarste strijd zou hij met Lodewijk XIV moeten leveren.

De vorst had zijn geestelijkheid stevig onder controle en, reeds in 1673, had hij haar zijn 'koninklijk recht' opgedrongen. Een eerste protest van de paus versterkte slechts het verzet van de monarch. De Franse geestelijkheid bevestigde in 1681 in een algemene vergadering het koninklijk besluit en nam op 19 maart 1682 de door Bossuet opgestelde artikelen van het gallicanisme aan.

De paus veroordeelde ze vanaf april. De koning reageerde met het onderwijs ervan te verplichten in alle grote scholen. Het geschil bleef groeien tot bij het overlijden van Innocentius. Lodewijk XIV meende de paus te kunnen paaien met grootscheepse acties tegen de hugenoten, meer bepaald door hen de vrijheden af te nemen die door het edict van Nantes gewaarborgd waren.

De paus protesteerde tegen dergelijke inbreuk door de koning erop te wijzen dat Christus nooit tot dergelijke methoden zijn toevlucht had genomen. 'De Kerk moet haar deuren openen voor het volk en het niet met geweld er naartoe trekken.' Daarop zette Lodewijk XIV hem onder druk. Een bul had in 1687 de territoriale grenzen van de diplomatieke onschendbaarheid in Rome ingekrompen.

Het was een goede maatregel: zo kon een betere handhaving van de openbare orde verzekerd worden en werd het te soepele asielrecht aan banden gelegd. De Franse koning gaf zijn ambassadeur het bevel Rome binnen te vallen met enkele cavalerie-eskadrons om daarmee een hele wijk te bezetten.

De paus excommuniceerde onmiddellijk de ambassadeur en sprak het interdict uit over de Franse Kerk. Lodewijk XIV dreigde ermee een algemeen concilie bijeen te roepen, maar stelde zich toch vooraf tevreden met Avignon te bezetten en de nuntius huisarrest op te leggen. Men ontsnapte ternauwernood aan een schisma.

Toch kende de paus kleine voldoeningen. Hij was erin geslaagd Polen, Oostenrijk en VenetiŽ te verenigen tegen de islam. Daardoor behield hij de voorsprong die hij in 1683 op de Turken had behaald in Kahlenberg, bij Wenen.

In 1688 werd Innocentius ervan beschuldigd de plannen van Willem van Oranje te hebben gesteund om James II van Engeland van de troon te stoten. Er werden zelfs documenten als bewijsmateriaal aangevoerd. Natuurlijk ging het om valse die alleen bedoeld waren om de paus in opspraak te brengen.

De rechtschapenheid van Innocentius was nochtans van die aard dat zelfs protestantse geschiedkundigen, die geen enkele reden hadden om de paus naar de mond te praten, in deze kwestie zijn kant kozen.

Innocentius leefde al sinds lang als een heilige. Hij vermeed het applaus van het volk en de zo kortstondige geestdrift van massamanifestaties. Hij bleef bescheiden en arm. Hij droeg tien jaar lang dezelfde versleten soutane maar aarzelde niet de keizer meer dan anderhalf miljoen florijnen te sturen om de Turken tegen te houden.

Hij overleed op 12 augustus 1689. Een paar jaar later begon Clemens XI een procedure tot heiligverklaring, maar Benedictus XIII willigde de eis van Frankrijk in en stopte deze procedure. Pius XII zou hem pas op 7 oktober... 1957 zalig verklaren.

Terug naar het keuzemenu van de pausen