Terug naar het keuzemenu van de pausen

Innocentius VI

Fransman

198ste paus

1282 - 1362

Regeerde van 18 december 1352 tot 12 september 1362

Het pontificaat van Innocentius VI, de vijfde van de zeven Avignon-pausen, werd gekenmerkt door grote activiteit, zowel op kerkelijk als politiek vlak, maar zonder echt blijvend resultaat. Innocentius VI werd geboren als Etienne Aubert en hij was kardinaal-bisschop van Ostia toen hij op 18 december 1352 in Avignon tot paus werd gekozen. De nieuwe paus (die al tweenzeventig was) werd op 30 december door de bejaarde kardinaal-deken Gaillard de la Mothe gekroond in de kathedraal van Avignon. Misschien hebben de kardinalen zich achteraf hun keuze beklaagd: het nieuwe bewind betekende immers een radicale breuk met de pracht en praal, met de voorliefde voor grootse feesten en optochten die het pontificaat van Clemens VI hadden gekenmerkt. Het ordewoord was voortaan opnieuw soberheid, spaarzaamheid en ascese...

Ondanks zijn gevorderde leeftijd en zijn weinig stabiele gezondheid (de kardinalen die hem kozen, beschouwden hem als een overgangspaus die het niet lang zou trekken) blies hij onmiddellijk het hervormingsproces van Benedictus XII (1335-1342) nieuw leven in. Een eerste (en voor de kardinalen erg ontnuchterende) stap op het pad van de hervorming bestond erin de overeenkomst die opgesteld en goedgekeurd was tijdens het conclaaf waaruit Innocentius VI als paus naar buiten kwam - dus een overeenkomst die hij zelf had onderschreven! - en die bepaalde dat voortaan de inkomsten van de Heilige Stoel verdeeld zouden worden tussen de paus en het college van kardinalen en dat pauselijke benoemingen van nieuwe kardinalen voortaan onderworpen zouden zijn aan de goedkeuring van het college, ongeldig te verklaren zodra hij gekroond was.

Innocentius VI beperkte de omvang van de pauselijke hofhouding en voerde een strenge vereenvoudiging door van de levensstijl aan het pauselijk hof. Opnieuw verwachtte de paus dat de geestelijken resideerden in hun beneficies; kandidaten voor een ambt moesten hun geschiktheid voor dat ambt aantonen en niemand mocht nog meer dan n beneficie tegelijk bekleden. De paus gaf ook zijn steun aan een hervormingsplan van de magister van de dominicanen en was bijzonder streng tegenover de spiritualen in de minderbroedersorde (die vasthielden aan hun standpunt dat minderbroeders absoluut niets mochten bezitten). Enkelen van hen leverde hij over aan de Inquisitie; ze werden nadien opgesloten of kwamen op de brandstapel terecht. Een aantal van zijn maatregelen kwam zo extreem over dat Birgitta van Zweden (1373), die destijds in Rome was en de verkiezing van Innocentius VI had verwelkomd, hem er nu van  beschuldigde Christus kudde te vervolgen.

In de verwachting dat hij te gelegener tijd het pausschap naar Rome zou kunnen terugbrengen besteedde Innocentius VI veel van zijn tijd en aandacht aan het herstel van de vrede in de Kerkelijke Staat en het herstel van het gezag van de paus. De belangrijkste instrumenten van Innocentius VI om dat doel te bereiken waren de Spaanse kardinaal en vicaris-generaal Gil Alvarez Carillo de Albornoz, pauselijk legaat in Itali, en Cola di Rienzo, wiens excommunicatie (door Clemens VI) door Innocentius VI na een proces in Avignon was opgeheven. Cola zou niet lang nadien tijdens een oproer in Rome omkomen. Wel successen boekte Albornoz (die eerder een veldheer dan een kerkelijk hoogwaardigheidsbekleder was): hij overrompelde in een verbluffend tempo - hetzij met de wapens, hetzij door omkoping - lokale krijgsheren en huurlingenlegers in dienst van feodale heersers die in de Pauselijke Staat al decennia lang de lakens uitdeelden. De afvallige steden Ancona, Spoleto, Rimini Orvieto en Viterbo schaarden zich opnieuw onder het gezag van de paus. De kers op de taart was de herovering van Bologna op de Viscontis van Milaan. In 1364 (twee jaar na de dood van Innocentius VI) was het herstel van de Pauselijke Staat een feit.

Karel IV van Bohemen, die goede relaties onderhield met Clemens VI, de voorganger van Innocentius VI, kreeg nu de titel van Rooms koning en werd in 1355 in Rome gekroond door de kardinaal-bisschop van Ostia. Het jaar daarop vaardigde diezelfde Karel zijn Gouden Bul uit waarin hij bepaalde dat de zeven Duitse keurvorsten de koning of keizer van het Heilig Roomse Rijk zouden kiezen en dat daar niet langer de goedkeuring van de paus voor nodig was; Innocentius VI maakte geen bezwaar.

Heel wat andere politieke inspanningen van de paus bleven evenwel zonder resultaat. Hij slaagde er in 1355 niet in een hervatting van de oorlog tussen Engeland en Frankrijk te voorkomen, hoewel hij in 1360 een tijdelijke vrede bereikte met het Verdrag van Brtigny dat negen jaar zou standhouden. Hij ondernam pogingen om de Engelse koning Edward III over te halen koning Jean II van Frankrijk uit gevangenschap vrij te laten tegen een veel lager losgeld dan oorspronkelijk was geist, maar deze pogingen leverden niets op. Hij wou een nieuwe kruistocht te organiseren om de heilige plaatsen in Palestina van de moslims te bevrijden, hij wou vrede tot stand brengen tussen Castili en Aragn hij wou de Griekse en Latijnse kerk herenigen: niets lukte.

Bij al deze politieke tegenslagen werd Innocentius VI ook geconfronteerd met nieuwe gevaren in Avignon zelf, dat in toenemende mate het slachtoffer werd van plunderingen door benden huurlingen die door het Verdrag van Brtigny werkloos waren geworden. Tegen eind december 1360 werd Avignon zelfs geheel afgesloten van de buitenwereld. Toen begin 1361 opnieuw de pest uitbrak, moest Innocentius de belegeraars afkopen om erger te vermijden.

Innocentius VI stierf op 12 september 1362 en werd begraven in de kapel van de Heilige Drie-eenheid, in het kartuizerklooster van Villeneuve-lPs-Avignon, een verbouwing van een landhuis dat eigendom was geweest van de paus voor hij verkozen was.

Terug naar het keuzemenu van de pausen