Terug naar het keuzemenu van de pausen

Gregorius XI

Fransman

200ste paus

1329 of 1330 - 1378

Regeerde van 4 januari 1371 tot 27 maart 1378

De officile lijst van het Vaticaan laat zijn pontificaat beginnen op de dag van zijn verkiezing, 30 december 1370, maar hij was toen nog geen bisschop; hij werd pas bisschop van Rome op de dag van zijn wijding, 4 januari 1371.

Gregorius XI was de laatste van de zeven Avignon-pausen en de laatste Franse paus. Onder druk van Catharina van Siena (1380) bracht hij het pausschap definitief naar Rome terug. Hij werd geboren als Pierre Roger de Beaufort en was door zijn oom, paus Clemens VI (1342-1352), op elfjarige leeftijd aangesteld als kanunnik van Rodez en als negentienjarige in het college van kardinalen opgenomen als kardinaal-deken van de kerk van Santa Maria Nuova.

Er waren eind 1370 nog maar negentien kardinalen in leven: drie Italianen, n Engelsman en vijftien Fransen. Hoewel Pierre Roger de Beaufort herhaaldelijk geprobeerd had zijn verkiezing tot paus te weigeren, aanvaardde hij op 30 december 1370, na een conclaaf van twee dagen, toch zijn unanieme verkiezing; er waren zeventien kardinalen aanwezig. De nieuw gekozen paus was op dat ogenblik tweenveertig jaar. Omdat hij nog maar diaken was, werd hij op 4 januari tot priester en bisschop gewijd door kardinaal Guido da Bologna, bisschop van Porto. De volgende dag werd hij geVnstalleerd en gekroond. Anders dan zijn voorganger Urbanus V, die de gebruikelijke pracht en praal weigerde, stemde de nieuwe paus, Gregorius XI, in met de traditionele triomftocht door de straten van Avignon waarbij de hertog van Anjou, een broer van de Franse koning Karel V, de teugels vasthield van het paard waarop de paus zat.

De pontificale agenda van Gregorius XI, een diep gelovig man met een stalen wil, was indrukwekkend:

* het pausschap terugbrengen naar Rome (om gerichter zijn gezag over de Kerkelijke Staat te kunnen uitoefenen);

* een nieuwe kruistocht organiseren om de heilige plaatsten in Palestina te bevrijden van de moslimoverheersing;

* de hereniging met de oosterse kerk tot stand brengen;

* de uitgeputte pauselijke schatkist opnieuw vullen.

Gregorius XI had, kort na zijn aantreden, aan de opvolger van Albornoz, kardinaal Robert van GenPve (de latere tegenpaus Clemens VII), de opdracht gegeven om een huurlingenleger op de been te brengen en de belangen van de Pauselijke Staat koste wat het kost te verdedigen. In 1371 organiseerde Gregorius XI een stedenbond tegen de pauselijke aartsvijand, de Visconti in Milaan; die bedreigden de Romagna, een onderdeel van de Pauselijke Staat. In het begin van 1371 sprak hij over de Visconti en Milaan het interdict uit (een kerkelijke straf die aan personen verbiedt deel te nemen aan openbare kerkelijke plechtigheden en de sacramenten te ontvangen). Toen alle voorbereidingen voor de verhuis van Avignon naar Rome eindelijk achter de rug waren, was het al voorjaar 1375 en kon de paus eindelijk naar Itali vertrekken om af te rekenen met de Visconti, maar net op dat ogenblik moest hij inbinden omdat zijn bondgenootschap begon uiteen te vallen en omdat het geld op raakte...

Firenze, gewoonlijk een loyale bondgenoot van de paus, zag de paus liever niet terugkeren naar Itali: de paus zou Rome immers opnieuw op de kaart kunnen zetten als economisch en financieel centrum, en dat was in het nadeel van Firenze. Bovendien hadden agenten van kardinaal Robert van GenPve, die het gezag van de paus in Midden-Itali moest herstellen, op een bepaald ogenblik de aanvoer van voedsel naar Firenze tegengehouden tijdens een periode van voedselschaarste in 1374-1375. Firenze kwam dus in opstand tegen de Kerkelijke Staat en sloot een verbond met de Visconti van Milaan. Bologna riep intussen zijn onafhankelijkheid uit. Tijdens deze woelige strubbelingen richtten de huurlingen onder bevel van kardinaal Robert van GenPve in Cesena een waar bloedbad aan waarbij vierduizend onschuldige mannen, vrouwen en kinderen beestachtig werden afgemaakt. De paus legde Firenze, zijn bondgenoten en andere rebellerende steden een interdict op dat het bankwezen en de handel van Firenze zware schade toebracht. Om zijn tegenstanders te verzwakken zag hij zich tevens verplicht om met de Visconti een voor de Pauselijke Staat ongunstig vredesverdrag te sluiten. Toen de koningen van Engeland en Frankrijk Gregorius XI tenslotte vroegen om te bemiddelen in hun aanslepend conflict, betekende dat dat de paus zijn vertrek uit Avignon opnieuw moest uitstellen.

Ondertussen bracht Catharina van Siena de zomer van 1376 in Avignon door om er, op verzoek van Firenze, te pleiten voor het opheffen van het interdict tegen Firenze en voor het herstel van de normale betrekkingen tussen Firenze en de Pauselijke Staat. Catharina van Siena kon niet veel bereiken omdat Firenze zich arrogant bleef opstellen tegenover de paus en legde zich daarom toe op haar eigen agenda (de paus naar Rome laten terugkeren); ze kon Gregorius XI tenslotte overhalen het pausschap opnieuw in Rome te vestigen. Ondanks de smeekbeden van zijn verwanten, van de Franse kardinalen en van de Curie verliet de paus op 13 september 1376 voorgoed Avignon. Op 2 oktober vertrok bij per zeilschip vanuit Marseille via Genua naar Itali, maar vanwege een storm op zee bereikte hij Corneto (nu Tarquinia) pas op 6 december. Eerst op 17 januari 1377 trok de paus Rome binnen en nam hij zijn intrek in het Vaticaan.

Hoewel hij volledig in beslag genomen werd door de bestuurlijke aangelegenheden in de Kerkelijke Staat en in het algemeen door de bescherming van de economische en politieke belangen van het pausschap in Itali, schonk de paus toch ook aandacht aan de hervorming van religieuze orden en was hij actief in het onderdrukken van de ketterij in de Provence, in Duitsland, in Spanje en vooral in Frankrijk. Op 22 mei 1377 liet hij vijf pauselijke bullen bezorgen aan koning Edward III van Engeland, aan de aartsbisschop van Canterbury, aan de bisschop van Londen, aan de universiteit van Oxford en aan haar theoloog John Wycliffe (1384). In die bullen veroordeelde hij negentien stellingen uit de vroege geschriften van John Wycliffe: die had een aantal traditionele katholieke leerpunten over de eucharistie (transsubstantiatie), over het vagevuur en over de aflaten verworpen.

De paus slaagde niet in zijn pogingen om een nieuwe kruistocht op de been te brengen en werd politiek in verlegenheid gebracht toen de Duitse keizer Karel IV in de zomer van 1376 zijn vijftienjarige zoon Wenceslaus liet kiezen en kronen tot Rooms koning zonder eerst de paus te raadplegen.

Na de terugkeer van Gregorius XI in Rome evolueerde de toestand in Itali van kwaad tot erger. De vredesonderhandelingen tussen de Pauselijke Staat en Firenze werden afgebroken omdat de eisen van de paus voor Firenze onaanvaardbaar waren (Catharina van Siena wees de paus hiervoor scherp terecht) en de vijandigheid jegens de paus in Rome nam toe door het bloedbad van Cesena dat kardinaal Robert van GenPve in februari van dat jaar "in opdracht van de paus" had aangericht. Alleen een wapenstilstand met Bologna was een lichtpuntje.

Gregorius IX trok zich terug in Anagni waar hij op 27 maart 1378 stierf, aan de vooravond van het grote Westers Schisma (1378-1417) en nog voordat meer realistische vredesvoorwaarden met Firenze konden worden uitgewerkt. Hij werd begraven in Santa Maria Nuova, zijn vroegere titelkerk als kardinaal, nu Santa Francesca Romana (op het Forum Romanum).

Terug naar het keuzemenu van de pausen