Terug naar het keuzemenu van de pausen

Eugenius IV

In de woelige periode van de tegenpausen was het concilie zich bewust geworden van zijn macht en wou die niet meer afstaan. Het pontificaat van Eugenius IV werd getekend door een bittere strijd tussen paus en concilie, die eerst bijna uitliep op een nederlaag voor de paus, maar tenslotte eindigde in zijn overwinning. Maar het zou slechts een Pyrrhusoverwinning zijn!

Het pontificaat van Gabriele Condulmieri zou echter met een conflict van een andere aard beginnen. Hij was een Venetiaan, neef van Gregorius XII en nam op 3 maart 1431 als pausnaam Eugenius IV. Als ex-augustijner heremiet had hij in zijn orde meer zin voor gezag dan voor diplomatie opgedaan. Als reactie op het nepotisme van Martinus V eiste hij dat de Colonna's de Kerk alle goederen zouden teruggeven die hun berucht familielid in hun voordeel verduisterd had. De Colonna's joegen Rome op stang.

Een tijdlang kon Eugenius IV nog een zekere orde bewaren, maar op 4 juni 1434 zag hij zich toch verplicht, als monnik verkleed en weggedoken in een bootje, te vluchten. Toen de vlucht ontdekt werd, volgde een dramatische achtervolging op de rivier: het bootje werd bestookt met stenen en pijlen, en stond verscheidene malen op het punt te zinken of onderschept te worden. Eindelijk bereikte de paus toch de zee. Piraat Vitellius van Ischia, die de redding georganiseerd had, kon hem in extremis op zijn trireem hijsen. Door een zeer sterke wind moest het schip een hele nacht op de zee voor Ostia ronddobberen. ís Anderendaags konden ze doorroeien naar Pisa, waar Eugenius op 12 juni aan wal ging. De 23ste werd hij door de burgers van Firenze ontvangen.

Minder spectaculair, maar des te hardnekkiger was zijn gevecht met het concilie. Dit was officieel geopend in Bazel op 23 juli 1431. Zes maanden later telde het, ondanks een groot aantal geestelijken, nog slechts drie bisschoppen, toch wat weinig voor een concilie dat oecumenisch wou zijn. De paus greep dit feit als voorwendsel aan om het uit te stellen tot de zomer van 1433. Hij besloot dat het in Bologna zou plaatsvinden.

De kardinalen wisten echter beter: Eugenius IV wou gewoon maar tijd winnen en kon vooral meer druk uitoefenen op een vergadering die doorging in zijn eigen Staten. Ondanks de voorstellen van de voorzitter van de vergadering bleef de paus koppig aan zijn beslissing vasthouden. De concilieleden weigerden uiteen te gaan. De paus had de meeste kardinalen tegen zich, onder wie de beruchte Nicolaas van Cusa en zelfs de koning van Duitsland, Sigismund. Bewust van zijn waarde ging het concilie opnieuw in het offensief en bevestigde op 15 februari 1432 het decreet van Konstanz, dat de superioriteit van het concilie op de paus uitriep. Tegelijk dagvaardde het de paus om in april in Bazel voor de rechtbank te verschijnen. Eugenius IV negeerde dit 'dictaat', waarop het concilie hem de macht ontzegde kardinalen te benoemen, hem zijn tijdelijk gezag betwistte en eiste dat, mocht de paus overlijden, het conclaaf in Bazel gehouden zou worden.

Sigismund, de koning van Duitsland, was ondertussen op weg naar Rome om zich daar tot keizer te laten kronen. Omdat de paus niet te spreken was over de geringe steun van de koning tijdens het concilie, weigerde hij, zes maanden lang, de koning te ontvangen. Sigismund en zijn gevolg antichambreerden in Siena, tot de reis weer kon worden hervat. Voor het eerst sinds twee eeuwen zag Rome, op 31 mei 1433, weer een paus een keizer kronen. De keizer profiteerde van de feestelijkheden om Eugenius IV te doen terugkomen op zijn besluit om de vergadering van Bazel te ontbinden. Eugenius gaf toe, maar leed daardoor ernstig gezichtsverlies. Officieel zaten zijn legaten de zittingen voor, maar aangezien ze nog slechts een figurantenrol te spelen hadden, konden ze niet deelnemen aan de debatten en beschikten ze over geen enkele macht.

Van een zo verzwakte paus hadden de Colonna's niets meer te vrezen en ze zaaiden opnieuw onrust. In mei 1434 moest Eugenius IV, zoals we al zegden, naar Firenze vluchten.

Het concilie van Bazel draaide op dat ogenblik op volle toeren. Met het ene decreet na het andere ging het de kwalen van de Kerk te lijf: simonie, concubinaat van de geestelijken, winsten en feestelijkheden die niet pasten bij de heilige plaatsen waar ze werden gehouden. Het relativeerde de excommunicatie en veroordeelde het lichtzinnig omspringen met het interdict. Het concilie voegde hier nog de verplichting aan toe het aantal kardinalen drastisch te verminderen en de levenswijze van de curie in te tomen. Maar de agressiviteit begon enkele leden van het concilie te ergeren. Even later kregen ze de kans om de vergadering in Bazel te verlaten en het kamp van de paus te kiezen.

De Turken marcheerden in die tijd op Constantinopel. Het christelijke Oosten had de hulp van het Westen meer dan ooit nodig. Het verklaarde zich dan ook bereid elk doctrinegeschil te vergeten en het primaatschap van Rome te erkennen. Eugenius IV vroeg keizer Johannes VIII en de patriarch van Constantinopel hun afgevaardigden naar Ferrara te sturen om er samen de verzoening te concretiseren. Hij zou er keizer Johannes persoonlijk ontmoeten.

Het concilie van Bazel nam hieraan echter aanstoot. Het pauselijk prestige riskeerde opnieuw te groot te worden. DiscussiŽren met Byzantium: akkoord. Maar in Ferrara: nooit. Dat de vertegenwoordigers van de twee Kerken elkaar liever in Avignon of in de Savoie ontmoetten!

De paus negeerde dit protest. Sinds de dood van Sigismund achtte hij zich trouwens niet meer gebonden door de verbintenissen die hij met de keizer had aangegaan. Hij riep zijn eigen concilie in Ferrara bijeen om er Johannes VIII en de Byzantijnse legaten te ontmoeten. Op dat ogenblik wilden heel wat eminente personen - die zich meer en meer zorgen maakten over de standpunten van het concilie van Bazel, en die de geplande belangrijke ontmoeting geenszins wilden missen - Bazel verlaten, naar het voorbeeld van Nicolaas van Cusa, om over te stappen naar de partij van de paus. Het concilie van Ferrara werd op 8 januari 1438 geopend.

Vanaf 24 januari reageerde Bazel met Eugenius uit zijn ambt te ontzetten en ging het onverstoorbaar voort met zijn eigen zittingen, die parallel met het concilie van Ferrara plaatsvonden. Op 25 juni werd de macht van het concilie over de paus tot een geloofsdogma uitgeroepen, werd Eugenius IV als een ketter veroordeeld en opnieuw uit zijn ambt ontzet.

Op 5 november 1439 koos het concilie hertog Amadeus VIII van Savoie tot paus. Sinds hij weduwenaar was, leefde Amadeus als een kluizenaar in Ripaille bij het meer van GenŤve. Op dat ogenblik telde het concilie nog 1 kardinaal, 11 bisschoppen, 39 pauselijke legaten en ongeveer 300 doctors.

Deze laatste tegenpaus uit de geschiedenis liet zich Felix V noemen. Engeland, CastilliŽ, Frankrijk en een groot deel van ItaliŽ weigerden hem te erkennen. Hijzelf was weinig overtuigd van zijn legitimiteit en was zo wijs om, tien jaar na zijn verkiezing, afstand te doen van zijn titel en de paus van Rome officieel te erkennen.

De wisselende reacties van het Bazelse concilie waren zonder invloed op de activiteiten van Ferrara. Een jaar na de opening werd het concilie van Ferrara op 10 januari 1439 overgebracht naar Firenze, dat beloofd had de kosten ervan te zullen dragen. Daar werd, op 6 juli 1439, de hereniging van de Oosterse en Westerse Kerken plechtig afgekondigd. Dit einde van het schisma, dat duidelijk door politieke en strategische redenen geÔnspireerd was, had, spijtig genoeg, geen enkel resultaat op het religieuze vlak. In het Oosten vond de gebeurtenis geen enkele weerklank, noch bij de geestelijken, noch bij het volk.

Culturele gevolgen had ze des te meer. Deze opening naar de Griekse wereld toe verrijkte het humanisme met een nieuwe intellectuele stroming en bracht het rechtstreeks in contact met de bronnen van de Westerse cultuur. Op die manier ging Bessarion - de beroemde aartsbisschop van Nicea en een van de grootste denkers van zijn tijd - over naar het katholicisme en werd hij tot kardinaal benoemd. Zijn bibliotheek schonk hij aan VenetiŽ. Deze gift vormde de voornaamste kern van de beroemde San Marco-bibliotheek.

In september 1443 keerde Eugenius IV naar Rome terug. Daar hield hij zich bezig met de restauratie van de stad en gaf hij de Grieken de militaire hulp waar ze om vroegen. Maar ondanks die hulp slaagden de Turken erin de christenen op 10 november 1444 te verslaan tijdens de slag bij Varna.

Al bleef het conflict met Bazel voortduren, toch kwam het succes met de hereniging van de Kerken het prestige van de paus enorm ten goede. In 1445 kon hij rekenen op een nieuwe steun, NL. die van de koning van Duitsland, Frederik III. Deze stond op het punt te trouwen met de dochter van de tegenpaus Felix V. Teleurgesteld over de bescheiden bruidsschat die hem te wachten stond, had hij de heel wat voordeliger transactie van Eugenius IV aanvaard: 100.000 florijnen en de belofte van de keizerlijke kroon.

Daarmee verloor het concilie van Bazel zijn laatste steun. De secretaris van de tegenpaus zelf verliet Felix V en sloot zich aan bij koning Frederik III. De man heette Aeneas Silvio Piccolomini en zou ooit zelf paus worden. Op de rijksdag van Frankfurt in 1445 wendde hij heel zijn diplomatie aan om conciliaristen en paus met elkaar te verzoenen. Het conflict was echter nog steeds niet geregeld toen Eugenius IV stierf, op 23 februari 1447. De overwinning van de paus werd pas twee jaar later een feit, met Nicolaas V.

De paus had nu wel de bovenhand gehaald, maar zijn verzet tegen een concilie, dat zich overigens zo ijverig had ingezet voor de Kerk, had de zo nodige hervorming in de weg gestaan. De hoop om in de Kerk een democratisch regime in te voeren was allang vervlogen. Bevrijd van elke vorm van controle werd het pausdom, meer dan ooit, vertegenwoordigd door personages die op zijn zachtst uitgedrukt, verontrustend waren. Het aantal misbruiken nam weer toe en dan vooral aan de top. Als het concilie van Bazel in alle rust had kunnen werken en de pausen niet zo jaloers waren geweest op hun privileges, had men het zo nodige herstel kunnen doorvoeren.

Het was slechts een kwestie van uitstel want, honderd jaar later, zou het concilie van Trente realiseren wat Bazel niet had bereikt. Maar tussen die twee in zouden de misbruiken van de pausen een onherstelbare tragedie veroorzaken in de vorm van een religieuze scheuring binnen het Westerse kamp zelf: de protestantse Reformatie. Toch had dit de Kerk bespaard kunnen blijven. Geobsedeerd door hun privileges en rijkdom lieten de herders van de kudde hun schaapjes verdwalen. De opdracht aan Petrus: 'Hoed mijn schapen' werd zo wel bijzonder slecht vervuld.

Terug naar het keuzemenu van de pausen