Terug naar het keuzemenu van de pausen

Clemens XIV

Er waren 179 stemronden nodig voor er een paus kon worden aangeduid. De zaak sleepte drie maanden aan. De vergadering had niets meer van een conclaaf. Men kon er zomaar in- en uitlopen. De ambassadeurs keken nauwlettend toe op 'hun' kardinalen en vertelden hen precies wie zij wel of niet mochten kiezen.

Het wezenlijk probleem was het lot van de Sociëteit van Jezus. Hoe kon de Kerk ertoe gebracht worden de meest invloedrijke orde, die al twee eeuwen het sterkste bastion van het pausdom was, zonder meer af te schaffen ? In maart werd aartshertog Jozef op zijn eigen verzoek ontvangen door het conclaaf. Hij verklaarde aan de kardinalen dat zijn moeder, de keizerin Maria-Theresia, zich niet tegen de afschaffing zou verzetten. Vervolgens liet kardinaal Ganganelli steeds duidelijker blijken dat het als een paal boven water stond dat de Kerk altijd het recht had een religieuze orde af te schaffen. Hij gaf de Spaanse kardinalen zelfs de schriftelijke bevestiging dat hij voor zo'n daad niet zou terugschrikken, mocht hij verkozen worden. Dit was wel de beste manier om de tiara af te kopen! Op 14 mei 1769 werd Vincenzo Antonio Ganganelli unaniem verkozen.

Hij was op 21 oktober 1705 in Rimini geboren, trad in bij de franciscanen en groeide uit tot een gereputeerd predikant. Later werd hij raadgever van het heilig officie. Hij kon de mensen goed naar de mond praten. Zo kende hij de sympathie van Clemens XIII voor de jezuïeten en door hen wat op te hemelen won hij zijn vertrouwen. Hij kreeg er zelfs het kardinaalspurper door. Toen hij uiteindelijk van de paus niets meer te verwachten had, gooide hij het roer om en verwierf de pauselijke waardigheid op dezelfde manier als het kardinalaat. Daar hij geen bisschop was, werd hij op 28 mei gewijd en op 4 juni 1769 tot paus Clemens XIV gekroond.

Hij mocht natuurlijk niet te hard van stapellopen. Om te beginnen stelde hij een soort hervorming van de Sociëteit van Jezus voor. De vorsten lieten hem meteen weten dat zij niet met halve maatregelen vrede zouden nemen. Daarom deed hij gedurende volle vier jaren alle mogelijke toegevingen. Uiteindelijk werd de strijd beslecht: op 21 juli 1773 maakte de pauselijke brief 'Dominus ac Redemptor' een eind aan het bestaan van de Sociëteit. Zo moesten bijna 23.000 jezuïeten zich verspreiden, 679 scholen, 176 seminaries en meer dan 400 residenties sluiten en werden in de missies honderdduizenden pas bekeerden aan hun lot overgelaten.

Slechts twee - niet-katholieke! - vorsten konden de orde van de totale ondergang redden: de protestant Frederik II van Pruisen en de orthodoxe Catharina van Rusland maakten er geen probleem van de pauselijke breve aan de grens van hun koninkrijk te onderscheppen. Ze zagen geen enkele reden om de jeugd in hun land de kans op degelijk onderwijs te ontnemen.

Vlak na de sluiting van de kerken pronkten de minnaressen van enkele kardinalen al dadelijk met de juwelen. Clemens XIV vertrouwde de bewaking van de roomse jezuïeten toe aan een duistere figuur als 'monsignore' Alfani. Men waande zich bijna ten tijde van de klopjachten op de tempeliers. Vader Lorenzo Ricci, de eerbiedwaardige generaal, werd samen met zijn raadgevers opgesloten in de Engelenburcht. Met afgeschermde ramen, zonder verwarming of contact met de buitenwereld, kwijnden ze langzaam weg zonder officieel beschuldigd te zijn van enig kwaad! De oude overste ging eraan ten onder, terwijl zijn cipier rijk werd met de uitverkoop van de goederen van de Sociëteit.

Clemens XIV werd dadelijk beloond omdat hij had gedaan wat van hem werd verwacht. De Bourbons gaven hem Avignon, Benevento en Pontecorvo terug. Zijn dood was tragisch. De laatste drie maanden werd hij geestesziek en zijn gelaat was aangetast door herpes. Iedere nacht had hij nachtmerries. Op de dag van Maria-Boodschap begaf hij zich te paard naar de kerk van Santa Maria Sopra Minerva en werd hij verrast door een regenbui. In plaats van terug te keren en zich om te kleden, woonde hij alle diensten bij in doorweekte kleren. Hij werd zwaar ziek en overleed op 22 september 1774 in zijn paleis van het Quirinaal. Sindsdien zou geen enkele paus nog de naam Clemens aannemen: die was al te zeer in diskrediet gebracht...

Terug naar het keuzemenu van de pausen