Terug naar het keuzemenu van de pausen

Clemens XIII

Benedictus XIV overleed op 3 mei 1758. De Romeinen zouden hun 'Papa Lambertini' nooit vergeten. Hij werd het hoofdpersonage in een aantal toneelstukken en later zelfs in een bioscoopfilm. Het conclaaf dat op 15 mei 1758 begon, had kort kunnen zijn: er was geen enkel verzet tegen de kardinalen die Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal en de andere katholieke Staten vertegenwoordigden.

Ze waren het er roerend over eens dat ze een 'neutrale' paus nodig hadden die in de voetsporen van de aardige Gregorius XIV kon treden. Toch struikelde men in elke stemronde over één punt: het jezuïetenprobleem. Men wou niet weten van een paus die zich zou verzetten tegen hun verdrukking. Na 50 dagen koos men op 26 juli 1758 uiteindelijk kardinaal Carlo Rezzonico, van wie men wel de sympathieën voor de Sociëteit van Jezus kende, maar van wie het gebrek aan persoonlijkheid weinig problemen liet vermoeden om het probleem uit de wereld te helpen. Hij werd Clemens XIII.

Rezzonico werd in Venetië geboren op 7 maart 1693. Hij was een oud-leerling van de jezuïeten en studeerde rechten en theologie. Als bisschop van Padua had hij de naam 'il Santo' gekregen. Hij was eigenlijk een echte herder, altijd bezorgd om zijn schapen. Hij liet zich als paus van zijn beste kant zien door zijn liefdadigheid ten tijde van de hongersnood in de jaren 1763-1764. Hij gaf in Rome duizenden uitgehongerden, die het Latium en het zuiden ontvlucht waren, onderdak. Hij aarzelde geen ogenblik de bekende schat van de Engelenburcht aan te spreken om het nodige graan voor al die mensen te kunnen invoeren.

Omwille van zijn grote gulheid kon men hem zijn wel wat overdreven vroomheid vergeven. Die grensde inderdaad aan kwezelarij. Zo was de naaktheid van standbeelden en schilderijen in het pauselijk museum hem een doorn in het oog. Hij eiste dan ook dat men de essentiële 'bedekkingen' zou aanbrengen. Zijn preutsheid weerhield hem dan weer niet zijn steun te verlenen aan kunstenaars en geleerden, zoals bijvoorbeeld de archeoloog Winckelmann.

Zoals verwacht was hij niet in staat op een doeltreffende manier het hoofd te bieden aan de coalitie van alle Europese hoven tegen de jezuïeten. Na Portugal eiste Frankrijk de inbeslagname van de goederen van de orde. Spanje trok gauw ten strijde. Daarna wezen Napels, Sicilië en Parma op hun beurt de jezuïeten uit. Er werd van hem geëist de orde af te schaffen, en dreigementen werden daden: Frankrijk bezette Avignon en het graafschap Venaissin, Napels bezette Benevento.

Clemens XIII was zo radeloos dat hij zich tot de kardinalen wendde en een commissie samenstelde om hem op 3 februari 1769 te helpen een definitieve beslissing in dit probleem te nemen. Hij zag zo tegen deze dag van de waarheid op, dat hij op de vooravond van de vergadering aan een hartaanval overleed.

Terug naar het keuzemenu van de pausen