Terug naar het keuzemenu van de pausen

Clemens XI

In het begin van de achttiende eeuw begon de kaart van Europa te veranderen. Turkije en Spanje concentreerden zich nog slechts op verdediging; in het noorden trok Zweden zich terug in het voordeel van twee nieuwe buren, Pruisen en Rusland; in het midden veranderde Frankrijk langzamerhand van een militaire macht in een culturele suprematie, terwijl het Oostenrijk van de Habsburgers uitgroeide tot een grootmacht; in het westen zette Engeland zijn de eerste stappen naar de democratie door de monarchie met een grondwet te onderbouwen. De vulkaan van de Franse Revolutie zou pas op het eind van de eeuw tot uitbarsting komen maar ook toen al vielen er al tektonische bevingen waar te nemen.

Kardinaal Gian Francisco Albani was een zeer gecultiveerd man, die in de nieuwe politieke ontwikkelingen een regelrechte bedreiging voor de vrede zag. Bij zijn verkiezing tot paus op 23 november 1700 was hij zo ontredderd dat hij een hevige koortsaanval kreeg en het bewustzijn verloor. Toen hij bijkwam begon hij te braken! Ook al was hij ervan overtuigd dat hij nooit tegen de omstandigheden opgewassen zou zijn, vroeg hij toch enkele dagen bedenktijd. Hij voerde aan dat hij niet eens bisschop was. Het conclaaf kwam echter niet meer op zijn beslissing terug: wie de pauselijke waardigheid weigerde, verzette zich tegen de Heilige Geest. Tenslotte gaf Albani toe. Op 30 november werd hij tot bisschop gewijd en op 8 december werd hij gekroond tot Clemens XI.

Albani werd geboren in Urbino op 22 juli 1649 en werd kosmopoliet, filosoof, theoloog en specialist in klassieke talen. Hij had een plaats in de kring van geleerden die Christina van Zweden rond zich verenigde. Anderzijds was hij een zeer plichtbewust man en zijn vrijgevigheid tegenover de minst bedeelden was gekend. Het conclaaf wou de Kerk nogmaals een 'goede' paus geven, maar verloor daarbij het politieke aspect van de zaak uit het oog en verliet zich misschien wat al te veel op de 'Heilige Geest'.

Clemens XI was inderdaad een goede paus omwille van zijn onkreukbaar privé-leven en zijn grote vrijgevigheid tegenover de armen. Gedurende zijn eenentwintigjarig ambtstermijn haalde hij meer dan een miljoen Ecu's voor hen uit zijn privé-kas. Geen cent ging naar zijn eigen familie, maar dat was geen verrassing. Toen zij hem hulde kwamen brengen na zijn kroning, had hij al gezegd: 'Jullie hebben zopas een vader verloren; vanaf nu ben ik slechts de gemeenschappelijke vader van alle gelovigen.'

Tijdens zijn pontificaat had hij met grote moeilijkheden te kampen. Zijn voorgevoel had hem niet bedrogen: hij kon de situatie niet aan. Een jaar na zijn ambtsaanvaarding brak de Spaanse Successieoorlog uit. Keizer Leopold I, Engeland en de Nederlanden wilden koste tegen elke prijs vermijden dat Spanje en Frankrijk een blok zouden vormen. Hoewel hij beweerde volledig neutraal te blijven, neigde Clemens XI naar de Franse kant, wat zijn relatie met de keizer dan weer niet ten goede kwam. Geschillen leidden tot rellen, bedreigingen tot defensieve optredens. De stroomversnelling eindigde in 1708 in een open oorlog tussen de paus en Jozef I, sinds 1705 de opvolger van Leopold. De paus moest het onderspit delven en tekenen dat hij Karel III, de broer van de keizer, als koning van Spanje erkende. Toen de Spaanse koning, Filip V, daar lucht van kreeg, wees hij onmiddellijk de nuntius het land uit en stopte hij de geldstroom naar Rome.

In 1714 was Sicilië de oorzaak van een nieuw geschil, ditmaal met het huis van Savoye, waar de minister van Filips V, kardinaal Alberoni, de paus in een bijzonder hachelijke positie bracht. Schaamteloos maakte hij gebruik van de vloot, die de paus had laten bewapenen om tegen de Turken in te zetten.

Clemens XI verkoos een vluchteling die Frankrijk voor Oostenrijk verlaten had, prins Eugeen van Savoye. Hij kon de opmars van de Turken stoppen door hen, op 5 augustus 1716, een nederlaag toe te brengen in Peterwardein. Een jaar later heroverde hij Belgrado.

Op religieus vlak bleven voor Clemens XI de problemen evenmin achterwege. Zijn op 8 september l713 tegen het jansenisme gepubliceerde bul 'Unigenitus', ontketende hevige discussies tussen de Franse clerus en leken. Tegenover de jezuïeten nam hij maatregelen die al hun inspanningen in Azië dreigden teniet te doen. Hun methode om de christelijke godsdienst aan de Chinese cultuur aan te passen, had onwaarschijnlijke successen geboekt, maar ook minstens evenveel jaloezie opgeleverd. Dominicanen en franciscanen maanden de paus aan in te grijpen tegen de 'aantasting van christelijke gebruiken door het Aziatisch heidendom'. Clemens XI verbood uiteindelijk elke vorm van integratie. Het christendom werd er vanaf dan opnieuwals een vreemd element beschouwd en moest dus als dusdanig worden uitgestoten: China sloot zijn deuren voor de missionarissen en begon met vervolgingen die tot begin van de negentiende eeuw zouden voortduren. Nooit tevoren had een paus de verspreiding van het geloof zo'n nefaste slag toegebracht.

Clemens XI overleed tenslotte op 19 maart 1721. De balans van zijn pontificaat was duidelijk negatief. De 'goede' paus, die zijn tekortkomingen klaar en duidelijk inzag, vroeg zich meer dan eens af of hij de wil van de Heilige Geest niet juist had ingeschat toen hij geweigerd had paus te worden, eerder dan het conclaaf dat hem door een verkeerde interpretatie zijn pausschap had opgedrongen.

Terug naar het keuzemenu van de pausen