Terug naar het keuzemenu van de pausen

Clemens VII

Gelaarsd, met kletterende sporen op de vloertegels en een eindeloos lange fazantenpluim op hun hoed, maakten de drie Franse kardinalen op de zesde dag van het concilie hun intrede in de Sixtijnse kapel. Het conclaaf had zijn werkzaamheden, of liever zijn rivalenstrijd, op l oktober 1523 hervat. Door de gesloten deur heen riepen de magistraten de eminenties toe dat de Romeinen een Italiaan eisten, ook al was hij een idioot.

Het opbod duurde vijftig dagen. Om hun steun te krijgen bood kardinaal Farnese tot 100.000 dukaten aan de ambassadeur van Karel de Vijfde en evenveel aan de Fransen. Giulio de Medici bood echter meer. Op die manier slaagde hij er beetje bij beetje in de laatste stemmen die hij nog nodig had te verzamelen. Naar nieuwe gewoonte verdeelde hij in de nacht van 18 op 19 november onder de kardinalen al het geld dat hij had opgestreken. De 26ste werd hij gekroond. Hij was toen 46 jaar oud.

Clemens VII was een bastaard van Giuliano de Medici, die na de moord op zijn vader samen met de kinderen van Lorenzo de Prachtlievende, zijn oom, werd opgevoed. Zijn neef, Leo X, had hem vice-kanselier van de Kerk gemaakt. Giulio de Medici was even ijverig als zijn neef levensgenieter was geweest.

Hij beheerde de zaken tot ieders voldoening. Maar, helaas, gold ook voor hem het spreekwoord dat men nooit iemand over het paard mag tillen. De uitstekende tweede man werd een slechte voorman. De zelfzekere kardinaal werd een besluiteloze paus, die hoegenaamd geen tegengewicht vormde tegen een Karel de Vijfde.

Clemens VII had twee zeer waardevolle mannen aangesteld als adviseurs: Gianmatteo Giberti, bisschop van Verona, en Nicolaus von Schauberg, aartsbisschop van Keulen. Het waren twee onbaatzuchtige mensen die erg begaan waren met het welzijn van de Kerk. Spijtig genoeg behoorden ze tot twee tegengestelde partijen: de eerste nam het op voor de Fransen, de tweede voor de keizer. Dit verklaart de aarzelende en onsamenhangende politiek van Clemens VII.

De nieuwe paus stelde drie objectieven voorop: Frans I opnieuw verzoenen met Karel de Vijfde, Europa verenigen tegen de Turken en het conflict met Luther oplossen.

Het nastreven van het eerste objectief schakelde de andere twee uit. Het leidde naar een regelrechte catastrofe: Clemens VII dacht dat hij de macht van de keizer moest beknotten en sloot daartoe, in oktober 1524, een verbond tegen hem met de Fransen en Venetië. In februari 1525 versloeg Karel de Fransen te Pavia en nam de koning gevangen. De paus sloot zich onmiddellijk aan bij de keizer. Op 14 januari 1526 kwam Frans vrij. Clemens keerde terug

naar zijn kamp en de keizer trok op naar Rome. Op 6 mei 1527 viel de stad in de handen van de keizerlijke huursoldaten, Spaanse rovers en landsknechten van Luther. Sinds de Noormannen van Gregorius VII had Rome nooit meer zo'n nederlaag moeten lijden. De stad werd geplunderd en er speelden zich ongelooflijk barbaarse taferelen af.

De paus verschanste zich in de Engelenburcht, maar gaf zich op 5 juni over. Hij werd er zeven maanden gevangen gehouden, tot hij de prijs had betaald die men vroeg in ruil voorzijn vrijlating. Tiara's, kronen, cibories en miskelken, alles moest eraan geloven. Alles werd door Benvenuto Cellini tot goudstukken gesmolten. Alle goederen van de paus werden in pand gegeven, alle woekeraars ingezet. Op 6 december 1527 kwam de paus vrij en vluchtte naar Orvieto, waar hij heel armoedig ging samenleven met enkele kardinalen. In oktober 15281iet Karel de Vijfde hem terugkeren naar Rome en op 29 juni 1529 sloot hij met hem de Vrede van Barcelona. Op 24 februari 1530 kroonde Clemens de keizer in Bologna.

Karel V maakte van de verzoening gebruik om bij de paus aan te dringen op een concilie dat hij als de laatste redding voor de Kerk beschouwde. Het is verbijsterend vast te stellen hoe de pausen, die nochtans geobsedeerd waren door het conciliarisme en voor een aantasting van hun absolute macht vreesden, doof bleven voor de dringende waarschuwingen van de keizer op een ogenblik waarop duizenden christenen Rome de rug toekeerden. Bij gebrek aan concilie moest Karel V zich op 8 apri11530 tevredenstellen met de rijksdag van Augsburg. Maar ook daar kon de eenheid niet worden hersteld. De beroemde' Augsburgse Belijdenis' maakte de tegenstelling alleen nog maar scherper.

Door de onbeslistheid van Clemens VII ging ook de Kerk van Engeland voor het pausdom verloren. Toen er sprake was van de ontbinding van het huwelijk tussen Hendrik VIII en Catharina van Aragon gaf de paus slechts een dubbelzinnig antwoord, waaruit Hendrik besloot dat een regeling mogelijk was. Toen de paus een duidelijk 'neen' liet horen, was het al te laat: in januari 1533 trouwde Hendrik VIII, met instemming van bijna al zijn geestelijken, met Anne Boleyn en scheurde hij de Engelse Kerk af van Rome.

De kroning van Karel de Vijfde bezegelde de toenadering tot de keizer. Omdat hij vreesde daardoor de steun van de Fransen te verliezen, spande Clemens VII zich in om het huwelijk van zijn nicht Catharina de Medici met de zoon van Frans I te stimuleren. Dit betekende dat Genua en Milaan bij de Franse kroon werden gevoegd.

In gezelschap van tien kardinalen en talrijke gezanten begaf de paus zich naar Marseille om er op 12 oktober 1533 het huwelijk te vieren dat de Medici toegang verschafte tot het Franse koninkrijk. Clemens nam alle nodige voorzorgsmaatregelen opdat het huwelijk onverbrekelijk zou zijn en later niet een of andere ongeldigheid kon worden aangehaald. De dag na het huwelijk stond hij er op zich persoonlijk, met oog en hand, te vergewissen of de zaken niet half waren gebeurd. Was het er maar anders aan toe gegaan, dan had men de massamoord van Sint-Bartholomeus, 38 jaar later, kunnen verhinderen!

Bij zijn terugkeer in Rome op 10 december 1533 mocht Clemens VII tevreden zijn: hij was erin geslaagd de Medici een schitterende toekomst te bezorgen. Wegens ziekte kon hij niet meer echt genieten van dit succes, maar tot het einde toe zou hij zich meer zorgen maken om zijn familie dan om de Kerk. In zijn laatste brief aan de keizer, geschreven op 23 september, raadde hij hem nog aan 'in naam van Jezus Christus' speciaal zijn neven Hippolytus en Alexander te bevoordelen!

Hij stierf twee dagen later, op 25 december 1534. Positief in zijn beleid was de bescherming van de joden, naast zijn verzet tegen de gewelddadige methoden om in de missies van de Nieuwe Wereld bekeringen af te dwingen. Jammer toch dat hij de onmiddellijke politieke zorgen of zijn familiale belangen nooit naast zich kon neerleggen om zich te wijden aan de essentiële problemen van de Kerk. Zijn opvolger zou tenminste de verdienste hebben met de zo noodzakelijke reformatie te beginnen.

Terug naar het keuzemenu van de pausen