Terug naar het keuzemenu van de pausen

Clemens VI

Fransman

197ste paus

1290 of 1291 - 1352

Regeerde van 7 mei 1342 tot 6 december 1352

De geboortenaam van Clemens VI was Pierre Roger; hij was de zoon van een landjonker uit de CorrPze. Hij was een benedictijner monnik die doctor was in de theologie en doctor in kerkelijk recht. Op achtentwintigjarige leeftijd was hij al aartsbisschop van Sens en een jaar later aartsbisschop van Rouen. Omwille van zijn onbetwistbare capaciteiten had koning Filips VI hem aangesteld tot kanselier van Frankrijk. Pierre Roger was kardinaal-priester van de kerk van Santi Nereo e Achilleo toen hij op 7 mei 1342 in Avignon werd gekozen door een conclaaf waar zeventien kardinalen aanwezig waren.

Hoewel koning Filips VI van Frankrijk zijn zoon naar Avignon had gestuurd om het conclaaf te beVnvloeden ten gunste van kardinaal Pierre Roger, bleek die actie overbodig: toen de prins in Avignon aankwam, was Pierre Roger al unaniem gekozen, onder andere omdat - zoals vaak het geval is geweest in de geschiedenis van de conclaven - de kardinalen de bestuursstijl van de vorige paus grondig beu waren en verandering wilden. Dus kozen ze de meer laconieke en wereldse Pierre Roger als opvolger van de wat grimmige en strenge Benedictus XII.

Pierre Roger koos de naam Clemens om daarmee duidelijk te maken dat macht met clementie (zachtmoedigheid) dient te worden uitgeoefend. Op de zondag van Pinksteren, 19 mei, werd hij door kardinaal Napoleone Orsini gekroond in de kerk van de dominicanen in Avignon.

Tijdens het diner ter ere van de kroning van Clemens VI werd niet op kosten gekeken. Er waren drieduizend genodigden die honderdachttien runderen verorberden, honderdeneen kalveren, duizendendrientwintig schapen, zestig varkens, meer dan negenhonderd geitenbokken, meer dan tienduizend kippen, duizendvierhonderdveertig ganzen, drieduizend snoeken, meer dan zesenveertigduizend kazen en als toetje vijftigduizend taarten; die berg eten werd weggespoeld met tweehonderd vaten wijn. Noblesse oblige, blijkbaar...

In de eerste dagen van zijn pontificaat verkondigde Clemens VI dat "zijn voorgangers niet wisten hoe ze paus moesten zijn". Daarom droeg hij zelf dure kleren (in tegenstelling tot zijn voorganger Benedictus XII die tijdens zijn pontificaat zijn pij van cistercinzer bleef dragen), liet zich permanent omringen door een grote groep dienaren en overstelpte iedereen die op audintie kwam met geld en gunsten, waarbij hij ter verdediging van zijn extravagantie aanvoerde dat een paus zijn onderdanen moest gelukkig maken.

Maar Clemens VI viel niet alleen op door zijn levensstijl; de man was onbeschrijflijk intelligent, buitengewoon charmant en onbetwist de beste redenaar van die tijd. Maar minder fraai was dat tijdens zijn pontificaat nepotisme opnieuw tot een deugd werd verheven: Clemens VI benoemde vijfentwintig nieuwe kardinalen, waarvan eenentwintig Fransen, en onder hen minstens tien familieleden. En van hen (de latere paus Gregorius XI, de laatste van de Avignon-pausen) werd door iedereen beschouwd als de zoon van de paus. Aan Clemens VI werden trouwens talloze relaties met vrouwen allerhande toegeschreven.

Ongeveer zes maanden na zijn verkiezing ontving Clemens een delegatie uit Rome, aangevoerd door Cola di Rienzo, die hem de rang van Romeins senator kwam aanbieden en hem smeekte naar Rome terug te keren. De delegatie diende ook een verzoek in om de tijd tussen twee jubeljaren in te korten. Het motief voor dat verzoek was overigens meer van economische dan van geestelijke aard omdat het jubeljaar 1300 veel pelgrims (en dus veel inkomsten) naar Rome had gebracht. De nieuwe paus willigde dit verzoek in maar het nieuwe jubeljaar 1350 bracht het verpauperde Rome niet de verhoopte grote economische voordelen.

Maar terugkeren naar Rome deed Clemens VI niet: hij liet het pauselijk paleis van Avignon, begonnen door zijn voorganger Benedictus XII, uitbreiden met het Palais Neuf en kocht de stad Avignon van de razend knappe en jonge Johanna I van Napels (ook gravin van de Provence), weze het dan dat het woord "kopen" op zijn zachtst uitgedrukt eufemistisch is. Johanna van Napels was in 1345 berooid naar Avignon gevlucht nadat haar eerste echtgenoot, Andreas van Hongarije, vermoord was (vermoedelijk met medeplichtigheid van Johanna zelf). Daarop viel de broer van de vermoorde Andreas, koning Lodewijk van Hongarije, Napels binnen en eiste de troon van Napels voor zichzelf op. Johanna was met haar tweede echtgenoot Lodewijk van Taranto naar Avignon gevlucht om bescherming te vragen aan de paus tegen haar schoonbroer en om haar naam te laten zuiveren (Lodewijk van Hongarije bleef haar beschuldigen dat ze medeplichtig was aan de moord op zijn broer Andreas). Paus Clemens VI kon deze mooie vrouw natuurlijk niet in de kou laten staan en organiseerde een onderzoek volgens alle regels van de kunst. Twee gezanten van koning Lodewijk van Hongarije traden op als aanklagers en Johanna nam haar eigen verdediging op zich; dat deed ze blijkbaar zo schitterend dat de paus haar vrijsprak. Nu zat Johanna nog met een tweede probleem: ze was zo arm dat ze zelfs haar terugreis naar Napels niet kon bekostigen. Opnieuw schoot de paus haar te hulp: hij schonk haar tachtigduizend florijnen die ze niet eens moest terugbetalen, als ze aan de paus de stad Avignon afstond... Johanna had niet veel keus en aanvaardde de deal.

De "aankoop" van Avignon had plaats in 1348, het jaar waarin de pest door Europa raasde. De eerste slachtoffers vielen in Avignon in januari 1348 en in september, zo vertellen de bronnen, waren meer dan zestigduizend Avignonezen overleden, zon driekwart van de bevolking. Het dient gezegd dat de paus bijna de hele tijd in de stad bleef en zijn uiterste best deed om maatregelen te treffen die de toestand in de stad konden verlichten. In de nasleep van de doortocht van de pest ging men op zoek naar zondebokken, en zoals zo vaak waren de joden de kop van jut. Ondanks twee bullen van paus Clemens VI in 1349 waarin hij het afslachten van de joden als veroorzakers van de pest veroordeelde, deden zich in Europa driehonderdvijftig gevallen van etnische zuivering voor waarbij meer dan tweehonderd joodse gemeenschappen volledig werden uitgeroeid. Clemens VI mag terecht beschouwd worden als de eerste paus in de geschiedenis die openlijk de verdediging van de joden op zich nam.

Belangrijk was de bul Unigenitus waarmee het jubeljaar werd aangekondigd. Daarin omschreef de paus de schat aan verdiensten die opgebouwd was door Christus en de heiligen en waar individuele mensen gebruik van kunnen maken om hun zondenlast te verminderen door het opzeggen van bepaalde gebeden en het verrichten van bepaalde geestelijke werken. De middelen waardoor stervelingen van deze verdiensten gebruik konden maken, zouden uiteindelijk bekend worden als "aflaten". De discussie over de verkoop door de kerk van aflaten werd zon twee eeuwen later n van de belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van de Reformatie.

De bemoeienissen van Clemens VI met politieke aangelegenheden draaiden keer op keer faliekant uit. De paus was evenmin als zijn voorganger in staat een einde te maken aan de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk; als volbloed Fransman kon hij zich ook moeilijk voordoen als een oprecht bemiddelaar... Het pauselijk leger slaagde er niet in de Romagna te heroveren en de paus werd zelfs gedwongen het bestuur over Bologna af te staan aan zijn geduchte politieke tegenstander, aartsbisschop Giovanni Visconti van Milaan. Zijn inspanningen om tot een hereniging met de Griekse kerk te komen, mislukten eveneens. De paus had meer geluk in Duitsland door de plotse dood van keizer Lodewijk IV van Duitsland. Voordien had de paus Karel, koning van Bohemen, gesteund om Lodewijk te vervangen en nu Lodewijk van het politieke toneel verdwenen was, had de paus voor het eerst sinds vele jaren weer een vriend op de Duitse troon.

Helaas was het pontificaat van Clemens VI minder gent op het voorbeeld van de apostel Petrus, wiens opvolger hij beweerde te zijn, dan op dat van een wereldlijk vorst. Zijn hof baadde in weelde en muntte uit door weelderige banketten en grote festiviteiten. Er werden beschuldigingen geuit over zijn seksueel gedrag. Hij kende geen enkele schaamte in het schenken van kerkelijke ambten en giften aan familieleden, vrienden en landgenoten. Het verwerven van de stad Avignon, de bouw van een nieuw pauselijk paleis (het Palais Neuf), royale leningen aan Frankrijk en militaire uitgaven in Italie en in gevechten tegen de Turken putten de pauselijke schatkist uit die met zoveel moeite opnieuw was gevuld door Johannes XXII (1316-1334) en Benedictus XII (1335-1342). Er moesten nieuwe belastingen worden opgelegd en de benoeming van een altijd groeiend aantal bisdommen en inkomsten genererende beneficies werd voorbehouden aan de paus. Deze beslissingen riepen vooral in Duitsland en Engeland negatieve reacties op. In 1351 gaf koning Eduard III van Engeland het First Statute of Provisors uit waarmee de koning zich het recht toe-eigende om een voorstel te doen voor alle pauselijke benoemingen op beneficies in Engeland.

Clemens VI stierf op 6 december 1352 na een korte ziekte. Hij werd eerst in de kathedraal begraven, maar zijn lichaam werd in april overgebracht naar de benedictijnenabdij La Chaise-Dieu, waar hij eens had gestudeerd en waar hij begraven wenste te worden. In 1562 werd zijn graf door de hugenoten geschonden en werden zijn overblijfselen verbrand.

Terug naar het keuzemenu van de pausen