Terug naar het keuzemenu van de pausen

Caelestinus V

Italiaan

191ste paus

°1209 of 1210 (of 1215?) - †1296

Regeerde van 29 augustus tot 13 december 1294

Heilig verklaard

Sommigen laten zijn pontificaat beginnen op 5 juli, de dag van zijn verkiezing, maar eigenlijk werd hij pas op 29 augustus tot bisschop van Rome gewijd. Caelestinus V is het meest bekend omdat hij altijd - overigens onterecht - wordt genoemd als de enige paus die ooit afstand heeft gedaan van het pausschap (er waren pausen vóór Caelestinus V die om een of andere reden afstand hebben gedaan van het pausschap; de eerste was Pontianus, die in 235 door keizer Maximinus Thrax (de Thraciër) - een notoir christenvervolger - werd gearresteerd en gedeporteerd; de tweede was Silverius die in 537 tot aftreden werd gedwongen; een derde paus, Johannes XVIII (1003-1009) is mogelijk eveneens onder druk afgetreden; een vierde, Benedictus IX, trad in 1045 af ten gunste van zijn peetvader maar werd in 1047 in het ambt hersteld. Later zou een vijfde paus, Gregorius XII, aftreden in 1415 om te helpen een einde te maken aan het groot Westers Schisma, 1378-1417).

Hij was in de Italiaanse Abruzzen geboren als Petrus van Murrone als elfde kind van boerenouders. Ten tijde van zijn verkiezing in Perugia - de pauselijke zetel was zevenentwintig maanden vacant geweest! - was hij een eenvoudige kluizenaar volgens de regel van Benedictus en al zo’n vijfentachtig jaar oud. Het kiescollege van twaalf kardinalen, dat door trouw aan hun respectieve families in twee kampen was verdeeld (Orsini tegen Colonna), slaagde er niet in om twee derden van het aantal stemmen te ronselen die noodzakelijk waren voor een pauskeuze na de dood van Nicolaas IV op 4 april 1292. Tweemaal verlieten meerdere Orsini-kardinalen Rome om te ontsnappen aan de verstikkende hitte; de achtergebleven Colonna-kardinalen probeerden intussen op eigen houtje de pausverkiezing in hun voordeel te beslechten. In oktober 1293 kwam het conclaaf weer bijeen in Perugia en ditmaal stonden de kardinalen onder grote druk om een keuze te maken; die druk kwam van Karel II, koning van Napels en Sicilië, en van ongeregeldheden in Rome en in de streek rond Orvieto. Op 5 juli 1294 citeerde de deken van het college van kardinalen een profetie van de bekende kluizenaar Petrus van Murrone die erop neerkwam dat de kardinalen zouden worden getroffen door goddelijke vergelding als ze niet snel een nieuwe paus zouden kiezen. De kardinaal-deken verklaarde ook dat hij nu op Petrus van Murrone ging stemmen. Geleidelijk kreeg Petrus de vereiste meerderheid van twee derden, en tenslotte alle stemmen van de kardinalen. Hij werd begroet als de ‘engelachtige paus’ - op basis van een 13de-eeuws verhaal over een paus die het tijdperk van de Heilige Geest zou inluiden.

Op een ezel rijdend en begeleid door Karel II en zijn zoon werd Petrus van Murrone naar L’Aquila gebracht (een stad binnen Karels gebied), waar hij in zijn eigen kerk, Santa Maria di Collemaggio, op 29 augustus tot bisschop van Rome werd gewijd. Hij koos de naam Caelestinus V; Karel zorgde ervoor dat de nieuwe paus Castel Nuovo in Napels als residentie koos en niet Rome, zoals de Curie wenste. In Napels deed Caelestinus alles wat Karel hem opdroeg. Zo plaatste hij mannetjes van Karel op sleutelposities in de Curie en in de Kerkelijke Staat, benoemde hij twaalf nieuwe kardinalen (waaronder zeven Fransen!) die Karel had voorgedragen en benoemde hij Karels zoon Lodewijk van Toulouse tot aartsbisschop van Lyon. Ook voerde hij de regels voor het houden van een conclaaf, die Gregorius X (1272-1276) had opgesteld, opnieuw in en benoemde hij Karel II tot bewaker van de volgende pauskeuze.

Caelestinus had weinig scholing (hij sprak bv. geen Latijn), was vaak in de war (zo benoemde hij soms twee personen in dezelfde functie) en bewees meermaals een onbeholpen bestuurder te zijn. Toen de advent naderde, stelde hij voor dat drie kardinalen de verantwoordelijkheid voor het bestuur van de kerk zouden overnemen zodat hij kon vasten en bidden. Toen zijn plan werd afgewezen, vroeg hij kardinaal Benedetto Caetani, een beroemde kerkjurist die hem als Bonifatius VIII zou opvolgen, om raad over de mogelijkheid om af te treden. Caetani moedigde hem aan dat te doen en bereidde alle documenten en procedures voor. In een consistorie (vergadering van de paus met de kardinalen) deed Caelestinus V op 13 december afstand van zijn functie door het voorlezen van een verklaring die Caetani voor hem had opgesteld. Hij ontdeed zich van zijn pauselijke gewaden en in een laatste oproep drong hij er bij de kardinalen op aan onmiddellijk te beginnen met de verkiezing van een opvolger. Er bleef lang onenigheid bestaan over de geldigheid van zijn terugtreden.

Toen Caetani zelf gekozen werd, liet hij niet toe dat Petrus terugkeerde naar zijn kluizenaarsgrot op de Murrone-berg, zoals Petrus zelf wenste. De nieuwe paus hield namelijk rekening met de mogelijkheid dat Petrus’ terugkeer naar zijn grot zo’n toeloop van sympathiserende gelovigen zou kunnen teweegbrengen dat er misschien een schisma zou kunnen ontstaan. Daarom plaatste hij de vroegere paus onder bewaking (waaruit die gedurende enkele maanden wist te ontsnappen) en sloot hem ten slotte op in de toren van het Castel Fumone ten oosten van Ferentino, waar de afgetreden paus niet slecht zou behandeld zijn. Petrus van Murrone stierf op 19 mei 1296 aan een infectie die veroorzaakt was door een abces. Zijn lichaam werd eerst in Ferentino begraven maar in 1397 overgebracht naar de kerk van Santa Maria di Collemaggio in L’Aquila waar hij tot paus was gekroond. Onder druk van koning Filips IV van Frankrijk, een felle tegenstander van Bonifatius VIII, werd Petrus op 5 mei 1313 door paus Clemens V heilig verklaard; niet als martelaar, zoals Filips IV wilde, maar als belijder (iemand die voor het geloof heeft geleden maar er niet voor gestorven is). Zijn feestdag (die evenwel niet overal wordt gevierd) valt op 19 mei.

Terug naar het keuzemenu van de pausen