Terug naar het keuzemenu van de pausen

Benedictus XIII

De ambassadeur van Oostenrijk, Maximilaan van Kannitz, was door de mazen van het net het 'conclaaf' binnengeglipt om het keizerlijk veto over kardinaal Paolucci uit te spreken. Het resultaat was dat er op 29 mei 1724 voor Pietro Francesco Orsini gestemd werd, met de gedachte een heilige meer in de Kerk te halen... maar 'De duivel lacht er nog steeds om!'

Pietro Francesco was de zoon van hertog Orsini en werd op 2 februari 1649 nabij Bari geboren. Toen hij 18 was, dreef hij zijn ouders tot wanhoop door zijn erfdeel te weigeren en binnen te treden bij de dominicanen. Op zijn 23ste moest men hem dwingen kardinaal te worden en drie jaar later werd hij aartsbisschop van Manfredonia. Op zijn 31ste werd hij bisschop van Cesena en, in 1686, aartsbisschop van Benevento.

Kardinaal Orsini had eerst de naam Benedictus XIV aangenomen, maar men kon hem overhalen een stapje terug te zetten en Benedictus XIII te worden. Men wou de geldigheid van Pedro de Luni, die ten tijde van het Grote Schisma paus was geweest in Peniscola, niet impliciet erkennen.

De nieuwe paus was de bescheiden monnik die hij ook als bisschop was: hij weigerde de uiterlijke tekenen en gewaden van zijn waardigheid; hij wou geen voet zetten in de pauselijke appartementen en nam zijn intrek in een daartoe ingerichte cel ergens op een achterkoer; hij bleef een liefdadig priester, bezocht zieken, gaf godsdienstonderricht en verklaarde velen heilig om het volk na te volgen voorbeelden aan te reiken.

Een goede heilige maakt echter nog geen goede paus. Het scheepje van Sint-Petrus vraagt een goede stuurman. Benedictus miste daartoe alle aanleg. Gouvernementele zaken waren hem vreemd. Als goede herder schonk hij iedereen zijn blind vertrouwen, maar sloot zo een wolf bij de schapen op: Niccolo Coscia.

Hij was een door de wol geverfde, marginale, zwakke figuur die erin geslaagd was, en alleen God weet hoe, Orsini in zijn greep te krijgen toen die nog bisschop van Benevento was. Toen Orsini pas paus werd, wou hij Coscia aan zijn zijde hebben en benoemde hem daarom tot kardinaal, tegen de wil van iedereen in. Gesterkt door zijn 'heilige beschermer' begon hij alles en iedereen uit te buiten. Alle vormen van corruptie waren goed om zichzelf te verrijken. Vanaf het eerste jaar leverden zijn afpersingen en afdreigingen hem twee miljoen Ecu's op. Het begrotingstekort van de Kerk bedroeg algauw 120.000 Ecu's. Heel de stad had het over dit schandaal. De paus hechtte nooit geloof aan wat over Niccolo werd verteld. Toen Benedictus XIII op 21 februari 1730 overleed, kon de kardinaal-oplichter ontsnappen en op die manier ontkomen aan de strop, die al een hele tijd klaar hing!

Hij die een heilig paus had moeten zijn, was door de knieën gegaan voor het laagste soort nepotisme en werd zo de beschermer van een schurk. Bovendien had hij de financiële middelen en het aanzien van het pausdom bijna de das omgedaan.

Terug naar het keuzemenu van de pausen