Terug naar het keuzemenu van de pausen

Benedictus XII

Fransman

196ste paus

1285 - 1342

Regeerde van 8 januari 1335 tot 25 april 1342

De officile lijst van het Vaticaan laat zijn pontificaat beginnen met zijn verkiezing op 20 december 1334, maar hij was op dat ogenblik nog geen bisschop; pas op 8 januari 1335 werd hij tot bisschop van Rome gewijd. De derde van de Avignon-pausen, Benedictus XII, regelde het geschil over de theologische kwestie of de heiligen al vr de dag van het Laatste Oordeel God van aangezicht tot aangezicht zien.

De opvolger van Johannes XXII heette Jacques Fournier en was een zoon van een bakker. Hij was toegetreden tot de cistercinzer orde en werd nadien benoemd tot bisschop van Pamiers. Ten tijde van zijn verkiezing op 20 december 1334 in Avignon was hij kardinaal-priester van Santa Prisca. Hij was vroeger raadsman geweest van zijn voorganger Johannes XXII. Er waren vierentwintig kardinalen in het conclaaf aanwezig, voornamelijk Fransen. Er wordt gezegd dat de gedoodverfde kandidaat, kardinaal Jean de Cominges, verslagen werd omdat hij weigerde te beloven de pauselijke zetel niet naar Rome terug te brengen. Wat er ook van zij, kardinaal Fournier werd op de zevende dag van het conclaaf gekozen en nam de naam Benedictus XII aan. Op 8 januari 1335 werd hij door kardinaal Napoleone Orsini in de kerk van de dominicanen tot bisschop van Rome gewijd en gekroond. Je kunt je afvragen of ook maar n van de Avignon-pausen de ironie heeft begrepen van hun wijding tot "bisschop van Rome": dat bisdom was honderden kilometers van Avignon verwijderd en ze zouden het nooit bezoeken.

Vrijwel onmiddellijk na zijn wijding en kroning werd Benedictus XII door gezanten uit Rome onder druk gezet om het pausschap naar Rome te verplaatsen. Wellicht heeft de nieuwe paus rekening gehouden met die mogelijkheid, want in datzelfde jaar begon hij aan de herstelling van Sint-Pieter en Sint-Jan-van-Lateranen (Sint-Pieter kreeg een nieuw dak), wat handenvol geld kostte. De meerderheid van de kardinalen en ook de Franse koning waren gekant tegen de terugkeer van de paus naar Rome; een sterk argument daarbij was de voortdurende politieke onrust in Rome en in de Kerkelijke Staat. Spoedig werd duidelijk dat Benedictus XII het plan om terug te keren naar Rome liet varen: hij liet de pauselijke archieven van Assisi naar Avignon overbrengen en begon daar met de bouw van een permanent pauselijk paleis (het Palais Vieux) dat enerzijds moest dienen als residentie voor hemzelf en de Curie, en anderzijds als militair fort. Ook verhoogde hij het aantal Franse kardinalen in het college door nog eens vijf Fransen (en maar n Italiaan) tot kardinaal te benoemen.

Benedictus XII werd aan het begin van zijn pontificaat beschouwd als een degelijk theoloog en een onvermoeibaar inquisiteur, bedreven in het ontlokken van bekentenissen aan mensen die als ketters werden beschouwd; een deel van die ketters (zowat de laatste katharen) was trouwens op de brandstapel terechtgekomen: de verbranding van 183 katharen leverde Jacques Fournier vanwege paus Johannes XXII de rang van kardinaal op.

Anders dan zijn kleine, broze voorganger was Benedictus een grote, zwaargebouwde man met een stem als een klok; hij verafschuwde luxe en nepotisme en bleef tijdens zijn pontificaat zijn pij van cistercinzer dragen. Al spoedig na zijn kroning ontsloeg hij grote aantallen geestelijken die aan het pauselijk hof in Avignon verbleven en stuurde hen terug naar hun beneficies. Hij was van mening dat geestelijken op hun pastorale posten moesten blijven en dat rondtrekkende monniken naar hun klooster moesten terugkeren. Hij verbood betalingen voor geestelijke diensten, beperkte de vergoedingen die voor het opstellen van documenten in rekening werden gebracht en verbood inkomsten uit vacante beneficies (behalve als het om kardinalen of patriarchen ging). Hij was zo veeleisend bij de benoeming in beneficies dat er heel wat gedurende lange tijd vacant bleven. Bovendien moeide hij zich met het dagelijks bestuur van de cistercinzers, de minderbroeders en de benedictijnen: hij verplichtte deze orden om regelmatig huiskapittels te organiseren (vergaderingen met alle leden van een gemeenschap); hij stelde kloostervisitaties in, stichtte studiehuizen en hervormde het opleidingsprogramma voor novicen. Helaas zouden veel van deze maatregelen nauwelijks enig effect sorteren door de relatief korte duur van zijn pontificaat en door het falen van zijn opvolger om deze initiatieven krachtdadig door te zetten. Benedictus XII legde ook heel nauwkeurig de rechten en plichten van de Heilige Penitentiarie vast (die aflaten en dispensaties verleende) en tijdens zijn pontificaat werden de eerste vonnissen van de Rota (de kerkelijke rechtbank) geveld.

In 1336 regelde Benedictus XII het geschil dat in de laatste jaren van het pontificaat van zijn voorganger was ontstaan: zien heiligen God onmiddellijk na hun dood van aangezicht tot aangezicht of pas na de dag van het Laatste Oordeel? Johannes XXII had gespeculeerd dat heiligen God pas na de dag van het Laatste Oordeel zien. Benedictus XII stelde in zijn bul Benedictus Deus van 1336 dat zielen een intuVtieve waarneming van aangezicht tot aangezicht van het goddelijk wezen hebben (wat theologen de "zalige aanschouwing" noemen) en dat dit zien van God onmiddellijk na de dood intreedt voor degenen die in staat van genade sterven.

Op politiek vlak werd Benedictus XII geconfronteerd met talrijke problemen. Hij kon het uitbreken van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk niet verhinderen en slaagde er evenmin in de vijandelijkheden nadien te beindigen; daarmee verdween zijn hoop op de organisatie van een nieuwe kruistocht. Zijn openlijke bevoorrechting van de Franse politiek riep natuurlijk veel verzet op in Engeland. Het lukte Benedictus XII ook niet om met succes de pauselijke gebieden in Itali te verdedigen: hij verloor de Romagna, de Marche en zelfs Bologna. Zijn verhouding met de Duitse keizer Lodewijk IV werd overheerst door wederzijdse vijandschap. In 1338 bepaalde de eerste Rijksdag van Frankfurt dat keizerlijk gezag direct van God stamt en niet van de paus. De tweede Rijksdag (eveneens in 1338) verklaarde dat de keizerlijke status en macht Lodewijk rechtens toebehoorden en dat goedkeuring of instemming van de paus daarvoor niet vereist was.

Benedictus XII stierf op 25 april 1342; volgens Petrarca was hij "gesloopt door de jaren en door de wijn" (de paus was inderdaad een groot eter met onlesbare dorst); hij werd begraven in de kathedraal Notre-Dame-des-Doms in Avignon.

Terug naar het keuzemenu van de pausen