Terug naar het keuzemenu van de pausen

Benedictus XI

Italiaan

193ste paus

°1240 - †1304

Regeerde van 22 oktober 1303 tot 7 juli 1304

Zalig verklaard

Het pontificaat van Benedictus XI wordt negatief beoordeeld doordat hij tegenover de eisen van de Franse koning een berustende houding aannam. Zijn naam was Niccolb Boccasini en hij kwam uit een arbeidersfamilie. Toen hij op 22 oktober 1303 unaniem in Rome tot paus werd gekozen, was hij kardinaal-bisschop van Ostia en dominicaan (voordien was hij magister-generaal van de orde geweest). Hij koos de naam Benedictus naar de doopnaam van zijn voorganger, ten teken van zijn steun aan en solidariteit met de machtige maar terzelfder tijd tragische Bonifatius VIII. De nieuwe paus was één van de twee kardinalen geweest die zich in alle oprechtheid achter Bonifatius hadden geschaard toen hij in Anagni werd aangevallen. Op 27 oktober 1303 werd hij in Rome gekroond.

In 1058 was er een tegenpaus geweest met de naam Benedictus X. Het is misschien nuttig om even op te merken dat degenen die de katholieke kerk nu duidelijk als tegenpausen omschrijft, in vroegere eeuwen niet noodzakelijk als tegenpausen beschouwd werden. Waarom zou kardinaal Boccasini anders de naam Benedictus XI hebben gekozen in plaats van Benedictus X?

Benedictus XI wordt door historici omschreven als een geleerde, maar zwakke man die zich alleen onder zijn medebroeders dominicanen echt op zijn gemak voelde. Zo benoemde hij tijdens zijn pontificaat maar drie kardinalen, en alle drie waren dominicaan. Hij herriep de bul van zijn voorganger (Super cathedram, 1300) die de rechten van de bedelorden (dominicanen en minderbroeders) om te preken en biecht te horen had beknot. Als man van de vrede hief hij onmiddellijk de ban tegen de twee Colonna-kardinalen op, maar hij gaf hen hun bezittingen en kardinaalstitel niet terug. Dit gebaar van de paus sorteerde een dubbel effect: enerzijds stelde hij de Colonna niet helemaal tevreden, en anderzijds joeg hij de Bonifatius-gezinde prelaten tegen zich in het harnas. Het conflict dat daarop uitbrak, zou Benedictus XI in april 1304 dwingen Rome te verlaten en naar Perugia te gaan.

Intussen was koning Filips de Schone van Frankrijk nog steeds om een concilie blijven vragen om de nagedachtenis aan zijn verfoeide tegenstander Bonifatius VIII grondig te kunnen besmeuren. Op 25 maart 1304 had Benedictus XI een bul uitgegeven waarmee hij alle kerkelijke berispingen en straffen tegen Filips en zijn familie ongedaan maakte, maar de koning bleef vasthouden aan zijn vraag om een concilie. Daarop herriep de paus alle andere straffen die Bonifatius VIII Frankrijk en het Franse hof had opgelegd en schonk hij zelfs gratie aan degenen die Bonifatius VIII in Anagni net voor zijn dood hadden aangevallen (met uitzondering van Guillaume de Nogaret, de leider van de troep). Bovendien werd Bonifatius’ beroemde bul Clericis laicos van 1296 die aan wereldlijke bestuurders verbood de geestelijkheid in hun land belastingen op te leggen zonder instemming van de paus, bijna helemaal ingetrokken en Filips kreeg de toestemming om gedurende twee jaar tienden te heffen. De koning was door al die tegemoetkomingen voor een tijdje tevreden en zijn vraag om een concilie klonk minder luid. Op 7 juli 1304 stierf de paus in Perugia aan acute dysenterie. Overeenkomstig zijn wens werd hij begraven in de kerk van San Domenico in Perugia, waar later verhalen ontstonden over wonderlijke genezingen aan zijn graf. In 1736 werd hij door paus Clemens XII zalig verklaard. Zijn feestdag wordt gevierd op 7 juli.

Terug naar het keuzemenu van de pausen