Terug naar het keuzemenu van de pausen

Alexander VII

Het wederzijdse veto van Spanje en Frankrijk zou het conclaaf doen aanslepen van januari tot 1 april. Het echte werk kon pas beginnen na een brief van de Franse kardinaal aan Mazarin, waarin hij deze uitdrukkelijk verzocht zich niet langer te verzetten. Eindelijk kon Fabio Chigi, op 7 april 1655, verkozen worden als Alexander VII.

Hij werd op 13 februari 1599 te Siena geboren uit een bankiersfamilie. Hij studeerde rechten, filosofie, kunst- en godsdienstgeschiedenis en werd in 1635 te Rome tot priester gewijd. Vier jaar later benoemde Urbanus VIII hem tot nuntius in Keulen. Hij was geliefd om zijn bescheidenheid, en voerde de leuze: 'veel daden en weinig woorden' .Men had hem overigens helemaal niet aan het woord gelaten tijdens de voorbereiding van de verdragen van Westfalen. In 1651 werd hij onder Innocentius tot staatssecretaris benoemd.

De nieuwe paus was diepgelovig en had een hekel aan al die eerbetuigingen rond zijn persoon. Volgens hem waren die alleen aan God verschuldigd. Om de vergankelijkheid van het leven voor ogen te houden, plaatste hij een doodskist naast zijn bed en een doodshoofd op zijn werktafel.

De jonge koning, Lodewijk XIV , gaf hem meer dan eens de kans zich in bescheidenheid te oefenen. Op zijn 17de was deze 'zeer christelijke' koning uitgegroeid tot de meest invloedrijke vorst van Europa. Zijn ervaring met de vorige pausen had zijn respect voor het pausdom een flinke deuk gegeven. Gedurende heel zijn regeerperiode liet hij duidelijk blijken dat, in zijn optiek, de belangen van de Franse Kerk primeerden boven de prerogatieven van Rome.

Alexander VII ondervond dit aan den lijve op 7 november 1659, bij de ondertekening van de Vrede van de Pyreneeën. Zijn bijdrage tot het welslagen ervan was niet gering, maar in het verdrag zelf werd met geen woord over hem gerept. Amper vijf jaar later kende hij een nieuwe vernedering. Een eenvoudige schermutseling tussen de wachten van de Franse ambassadeur en die van de paus - een incident waarvoor de paus zich dadelijk verontschuldigde - werd een staatsaangelegenheid. De koning verbande dadelijk de nuntius, liet de pausenstad Avignon bezetten en bereidde zich voor naar de Vaticaanse staat op te rukken. De Vrede van Pisa, die op 12 februari 1664 een einde maakte aan het conflict, eiste een vernederende genoegdoening van de paus.

Bij het begin van zijn pontificaat had Alexander zich duidelijk uitgesproken tegen elke vorm van nepotisme, maar de druk van zijn omgeving stemde hem tot nadenken. Tijdens het consistorie van apri11656 vroeg hij de kardinalen om hun mening. Zij namen zijn scrupules weg met hem erop te wijzen dat bepaalde familieleden nuttige diensten konden bewijzen, zonder hem daarom tot overdreven dankbetuigingen te verplichten. De paus liet zich overhalen.

Zodoende bekleedden tal van bloedverwanten winstgevende maar weinig invloedrijke functies. Tot in het midden van de twintigste eeuw zou hun macht blijven groeien. Zij verbleven in het Chigi-Paleis, op de hoek van de Piazza Colonna en de Via del Corso, waar nu het kabinet van de eerste minister is ondergebracht.

De paus, die erg gesteld was op rust en vrede, zag zijn leventje plots verstoord door de komst van koningin Christina van Zweden, de dochter van Gustaaf-Adolf. Ze zou zowel een bron van troost als van zorgen voor hem worden. Alexander, zeer tevreden over haar bekering, had haar een triomfantelijke aankomst bezorgd. Maar al vlug werd Christina het centrum van het mondaine leven en wist ze Rome uitstekend te animeren. Ze bemoeide zich echter iets te veel met politiek en veroorzaakte zo verschillende diplomatieke rellen. De paus was telkens opgelucht wanneer ze naar Zwitserland vertrok om haar geldzaken te regelen.

In tegenstelling tot zijn twee voorgangers vond Alexander VII dat hij zich wel met religieuze zaken moest bemoeien! Hij ondersteunde volop de jezuïetenmissies in het Verre Oosten en hij had niets dan lof voor de wijze waarop zij de geest van het christendom verzoenden met de Chinese cultuur en gebruiken. Zijn sympathie voor de Sociëteit van Jezus weerhield hem evenwel niet zich te verzetten tegen het probabilisme, een theorie van bepaalde jezuïtische moralisten die hijzelf veel te laks vond. Met het jansenisme ging hij evenmin akkoord.

Alexander overleed op 22 mei 1667. Wel had hij de voltooiing van de Bernini zuilengalerij nog kunnen meemaken, die het Sint-Pietersplein als het ware omarmt. Hij had Rome een ander gelaat gegeven, met de nieuwe voorgevel van de Sapientia Universiteit en de werken aan het Quirinaal en het Pantheonplein. Op de Piazza della Minerva hebben wij de marmeren olifant, die een obelisk op zijn rug draagt, aan hem te danken.

Terug naar het keuzemenu van de pausen