Terug naar het keuzemenu van de pausen

Alexander VI

Tijdens de 16 pausloze dagen werden niet minder dan 220 mensen vermoord. Het conclaaf, dat op 6 augustus 1492 in de Sixtijnse kapel van start ging, eiste dan ook onmiddellijk uitzonderlijke beschermingsmaatregelen.

De Stoel van Sint-Pieter werd letterlijk onder de hamer gebracht. Om Giuliano della Rovere te laten triomferen had de Franse koning, Karel VIII, 200.000 dukaten ingezet, tegen 100.000 door Genua. Borgia's bod lag nog hoger: hij beloofde kardinaal Sforza tot vice-kanselier aan te stellen en schonk hem zijn paleis met alles erop en eraan; aan kardinaal Orsini gaf hij de steden Monticelli en Soriano; aan Colonna de stad Subiaco met al haar versterkte burchten; aan kardinaal Michiel het bisdom Portus, aan Scelfatano de stad Nepi, enz. Van de 23 kiezers waren er slechts vijf te trots om steekpenningen te aanvaarden.

Nu de taak van de Heilige Geest op die manier heel wat eenvoudiger was geworden, werd Borgia, in de nacht van 10 op 11 augustus, probleemloos tot paus gekozen. Op zijn bevel liet de ceremoniepriester onder het volk een biljet verspreiden met de boodschap: 'Wij hebben een paus, Alexander VI, Rodrigo Borgia de Valence.'

Rodrigo, zoon van een zuster van Calixtus III, werd op 1 januari 1431 in Xativa geboren. Op zijn 25ste had zijn oom hem aangesteld tot kardinaal-diaken en vice-kanselier van de Kerk en later tot bisschop van Valencia. Sixtus IV wijdde hem tot bisschop van Portus en legaat in Spanje. Dank zij de erfenissen van zijn oom Calixtus en zijn broer, werd hij, op de Fransman Estouteville na, de rijkste kardinaal.

Daar hij een groot gezin moest onderhouden, was hij veel zuiniger met banketten dan Paulus II. Vanaf 1460 had hij drie kinderen, Pedro-Luis, Ieromina en Isabella. De moeder was onbekend. Hij trok vrouwen aan als een magneet, totdat het een van hen gelukte hem te strikken met wat op een huwelijk geleek.

Dat was Vanozza de Cataneis. Hun verhouding begon iets voor 1470. Vanozza was op dat ogenblik 27. Kardinaal Borgia huwde haar uit aan verschillende echtgenoten. Domenico d'Arignano, Giorgio de Croce, Carlo Canale, die voor het alibi dat ze de kardinaal bezorgden, allemaal werden beloond met een postje bij de curie.

Toen Borgia paus Alexander VI werd, erkende Vanozza, die toen 50 jaar oud was, dat ze de moeder was van zijn vier nog in leven zijnde kinderen Juan, Cesar, Joffre en Lucrezia. Na de dood van de paus nam ze zelf de naam Borgia aan. Ze bewaarde steeds de nodige discretie, nam genoegen met het geluk dat haar kinderen te beurt viel en eindigde haar leven, net als haar dochter Lucrezia later, op stichtelijke wijze door zich aan goede werken te wijden. Ze verdroeg de aanwezigheid van de nieuwe maîtresse van de paus, de mooie Julia Farnese, echtgenote van Orsino Orsini, die officieel 'de bijzit van de paus' werd genoemd, zonder enige opschudding te veroorzaken. Het volk, om geen godslastering verlegen, noemde zijn bijzit eerder 'de vrouw van Christus'.

Op 12 oktober 1492 ging Christoffel Columbus in de Nieuwe Wereld aan land. De invloedzones van de twee maritieme grootmachten moesten nu duidelijk worden afgebakend. Op basis van zijn macht over de wereld herhaalde de vertegenwoordiger van God het goddelijke gebaar van de derde dag van de schepping door het water te verdelen met een lijn die hij trok van de ene pool naar de andere. Op die manier wisten de vorsten van Spanje en Portugal waar ze het geloof van Christus moesten verspreiden en het goud van de Indianen konden halen. Na aldus zijn plichten als Opperste Herder te hebben vervuld, besloot Alexander VI zich met zijn kinderen bezig te houden.

Cesar, geboren in 1475, werd op zijn 6de apostolisch protonotarius en later bisschop van Pamplona. Toen zijn vader paus werd, schonk deze hem het aartsbisdom Valencia en benoemde hem op zijn 18de tot kardinaal. Zijn lieveling Juan, hertog van Gandie, kreeg de hertogdommen Benevento, Terracina en Pontecorvo. Hij huwde hem uit aan een nicht van koning Ferdinand de Katholieke. Joffre trouwde met een natuurlijke dochter van de koning van Napels.

Lucrezia, over wie veel slechts maar ook veel goeds werd verteld, en die meer dan een geheim in haar graf meenam, werd eerst aan Giovanni Sforza uitgehuwelijkt. Op die manier dankte hij zijn familielid, kardinaal Ascanio Sforza, voor zijn positieve stem tijdens het conclaaf. De Heilige Vader wou zelf met onvergetelijke luister het huwelijk van zijn dochter op het Vaticaan inzegenen. Later werd het huwelijk echter ongeldig verklaard wegens niet-voltrekking: politiek gezien was het immers interessanter dat Lucrezia huwde met prins Adolf van Bisaglie, de natuurlijke zoon van Alfons II van Napels. Het geluk van Lucrezia werd na twee jaar brutaal afgebroken doordat haar broer, Cesar, haar man om het leven bracht. Op 30 december 1501 liet men haar huwen met Alphonse d'Este. Ook toen werden opnieuw gedurende een volle week Bacchusfeesten georganiseerd.

Toen ze amper 12 was, bracht ze de ceremoniepriester van Sint-Pieter, Johannes Burkhardt, buiten zichzelf door haar ondeugende manier om tijdens de meest plechtige vieringen aan de voet van de troon of op de schoot van de paus plaats te nemen. Als jonge vrouw wekte ze het sarcasme op van kardinalen: tot tweemaal toe had de paus, ter gelegenheid van zijn verplaatsingen, haar aan hen opgedrongen als de interim-pausin voor het afhandelen van de lopende zaken.

Het verzet tegen Alexander VI liet niet op zich wachten. Het kristalliseerde zich rond kardinaal Giuliano della Rovere, die zich vanaf 1494 aan het Franse hof in veiligheid ging brengen. Hij spoorde Karel VIII aan zijn rechten over het koninkrijk Napels op te eisen. De Italiaanse expeditie, gesteund door de hertog van Milaan, Ludovico il Moro, begon met een triomf. Op 31 december 1494 werd Rome door de Fransen bezet. Vanuit de Engelenburcht onderhandelde Alexander VI over een compromis. Op 15 januari 1495 trok Karel, opnieuw verzoend met de paus, op veroveringstochtnaar Napels. Zijn overwinning gaf aanleiding tot de oprichting van de Heilige Liga - keizer, paus, Venetië en Milaan - die hem op 6 juli versloeg in Fornovo.

De paus beleefde een dramatisch voorval: Juan, zijn lieveling, werd in de nacht van 14 op 15 juni 1497 vermoord. Zijn lijk werd uit de Tiber opgevist. Hij beschouwde dit als een straf uit de hemel en beloofde zijn leven te beteren en de Kerk te hervormen. Enige weken later troostte Julia Farnese hem met hem een zoon te schenken die hij ook Juan noemde - en die hem zijn goede voornemens deed vergeten. Savonarola, die zich tot taak had gesteld hem aan zijn beloften te herinneren, werd het zwijgen opgelegd - en tot as herleid - op 23 mei 1498.

Meer en meer werd de paus de slaaf van zijn zoon Cesar. Die had het purper op 17 augustus 1498 geweigerd in de hoop te kunnen huwen met Carlotta van Aragon, dochter van de koning van Napels. Voor dit huwelijk had hij echter de steun van Frankrijk nodig. De paus richtte zich tot de nieuwe koning, Lodewijk XII, die Cesar tot hertog van de Valentijnen benoemde. Ondanks dat, weigerde Carlotta van Aragon met hem te trouwen en moest Cesar zich tevreden stellen met Charlotte d' Albret, zuster van de koning van Navarra, met wie hij op 12 mei 1499 in het huwelijk trad.

In Italië trokken de paus en Cesar een na een op rooftocht bij de Savelli's, de Caetani's en de Colonna's. Hun gebieden, die tot hertogdommen werden verheven, gingen naar de kinderen van de pauselijke familie. Zo werd, bijvoorbeeld, Rodrigo, de zoon van Lucrezia, hertog van Sermoneta toen hij nog maar 2 jaar oud was. Een andere, de 'Romeinse infant', van wie werd beweerd dat hij de vrucht was van een incestueuze verhouding tussen Lucrezia en de paus, kreeg toen hij 3 jaar was een ander hertogdom.

Cesar had niet genoeg aan de verovering van Urbino, noch aan die van Camerino. Hij ging uiteindelijk ook de Orsini's te lijf, vermits hij toch koning zou worden.

Die oorlogen kostten fortuinen. Het Heilig Jaar 1500 kwam dan ook precies op tijd om weer geld in het laatje te brengen. Het kardinaalschap werd nog een andere geldbron. Het aanbieden van het purper aan een kandidaat was sowieso een winstgevende zaak. Hem daarna vermoorden bracht nog meer op, vermits alle goederen van een kardinaal van rechtswege aan de paus toekwamen. Tenslotte waren er de regelmatige inkomsten van de aflaten.

Johannes Burckhardt, de reeds geciteerde ceremoniepriester, hield van 1483 tot 1508 nauwgezet een dagboek bi,j waarin hij dag per dag, vaak zelfs uur per uur, het leven in het Vaticaan optekende. Dit dagboek vormt, naast de officiële berichten die door hun ambassadeurs naar de hoven van Europa werden gestuurd, een van de meest interessante bronnen over het dagelijkse leven van Alexander VI. Personen die niet vies zijn van de vaak zeer aanstootgevende details, zullen dit een zeer nuttig werk vinden.

Misschien begrijpen ze daardoor beter waarom, bij de dood van Alexander VI op 18 augustus 1503, zoveel verwarrende verhalen de ronde deden over een pact dat hij zou hebben gesloten met de duivel. In feite ging het om een gewone malaria-aanval met complicatie wegens voedselvergiftiging. Vergiftiging is natuurlijk ook mogelijk...

Cesar had tot in de kleinste details uitgestippeld wat er moest gebeuren bij de dood van zijn vader. Maar er was een zaak waar hij zich niet aan had verwacht: dat de paus zelf ooit het slachtoffer zou kunnen zijn van 'vergiftiging' .Voor Alexander VI stierf was hij echter nog lucide genoeg om het bevel te geven een dolk op de borst van kardinaal Casanova te richten en hem op die manier te dwingen de sleutel van de schat af te geven. Cesar kreeg twee kisten vol goud en zilver. Het paleispersoneel plunderde al de rest, tot de wandtapijten toe.

Het lijk van de paus was al in zo'n gevorderde staat van ontbinding, dat Burckhardt enige dienaars moest dwingen het lijk te wassen. Er waren tien kruiers nodig om het lichaam met hun vuisten in de kist te duwen en het daarna naar de kapel 'de febribus' over te brengen. Er werd geen enkele kaars aangestoken en er was niemand om het lichaam te bewaken. In de straten danste men van vreugde...

Terug naar het keuzemenu van de pausen