Terug naar de inhoudsopgaaf

POMPEI, HERCULANEUM EN OPLONTIS

7. DE INSCRIPTIES UIT POMPEI

I. LIEFDE

Amamus? Invidemus

Zijn we verliefd? Dan zijn we jaloers!
 

Nemo est bellus nisi qui amavit adules(centulus)

Niemand is goed geschoold tenzij hij als jongeling een vrouw heeft bemind
 

Liefde verricht wonderen

Iam docui silices verba benigna loqui

Ik heb al stenen mooie woorden leren zeggen
 

Primigenius Successae salute(m) Vale, mea piscilla

Primigenius groet zijn Successa Stel het goed, mijn visje
 

Fonticulus pisciculo suo plur(i)ma(m) salut(em)

Ponticulus stuurt een innige groet aan zijn visseltje
 

Cestilia, regina Pompeianoru(m), anima dulcis, va(le)

Cestilia, koningin der Pompejanen, zoete ziele, stel het goed
 

Quid faciam vobis, ocilli (=ocelli) lusci?

Wat zou ik voor jullie moeten doen, lonkende oogjes?
 

Marcus Spe(n)dusa(m) amat

Marcus houdt van Spendusa
 

Restituta cum Secundo, dom(i)no suo

Restituta (doet het) met Secundus, haar meester
 

Secundus cum Primigenia conveniunt (=convenit)

Secundus komt samen met Primigenia
 

Secundus Prima(e) suae ubique salutem Rogo, domina ut me ames

Secundus groet zijn Prima, waar ze ook is Ik bid je, meesteres, dat je van mij zou houden
 

Prima Secu(n)do salute(m) plurima(m)

Prima aan Secundus haar innigste groet
 

Cornelia Helena amatur a Rufo

Cornelia Helena wordt door Rufus bemind
 

Romula hic cum Staphylo moratur

Romula houdt zich hier op met Staphylus
 

Accepi epistulam tuam

Ik heb je brief ontvangen
 

Chagrin d'amour... Vaak duurde het wachten op de geliefde erg lang

C(aius) Iulius Primigenius hic Tu quid moraris?

Caius Iulius Primigenius was hier Waar bleef jij?
 

Pusina, multi te amant, te unice Citus amavit

Pusina, velen houden van jou, (maar) Citus heeft heel speciaal van jou gehouden
 

Marcellus Praenestinam amat et non curatur

Marcellus houdt van Praenestina en hij loopt een blauwtje
 

Serena Isidorum fastidit

Serena walgt van Isidorus
 

Valens, domina essem Salutem rogamus

Valens, was ik je echtgenote maar We vragen gezondheid voor jou
 

Jeux de main, ... Een al te voortvarend minnaar werd al eens terechtgewezen:

Virgula Tertio suo Indecens es

Virgula aan haar Tertius Je bent ongemanierd
 

Si quis forte meam cupiet violare puellam

illum in desertis montibus urat amor

Als iemand misschien mijn meisje zal willen versieren, mocht de liefde hem dan verteren op verlaten bergen
 

Murale verzuchtingen werden nog al eens aangevuld door een tweede hand, en een derde hand, soms zelfs een vierde hand:
 

Alter amat, alter amatur(1) ego fastidio(2) Qui fastidit, amat(3)

De een bemint, de ander wordt bemind;(1) ik walg daarvan(2) Wie daarvan walgt, is verliefd(3)
 

Prijskaartjes... Prostitué(e)s afficheerden hun prijs:

Logas verna aeris VIII

De slavin Logas, 8 as
 

Menander bellis moribus aeris ass(ibus) II

Menander met de mooie manieren, 2 koperen as
 

In het lupanar (=bordeel) vond men talloze graffiti die kortstondige amoureuze avontuurtjes vereeuwigden:

Asbestus hic

Asbestus was hier
 

XVII K(alendas) Iul(ias) Hermeros cum Philitero et Caphiso hic futuerunt

De zeventiende dag vóór de Kalenden van juli (=15 juni) heeft Hermeros hier met Philiteros en Caphisos gevrijd
 

Amor omnia vincit... Liefde is almachtig!

Alliget hic auras si quis obiurgat amantes

et vetet assiduas currere fontis aquas

Als iemand verliefden verwijten toestuurt, dan kan hij even goed de winden aan banden leggen en het eeuwig vloeiende water van de bron verbieden te stromen
 

Bedrog... Varium et mutabile semper femina, schreef Vergilius al...

Restitutus multas decepit s(a)epe puellas

Restitutus heeft al dikwijls vele meisjes bedrogen
 

De gustibus non disputandum:

Quisquis amat nigra(m), nigris carbonibus ardet

Wie van een zwartje houdt, brandt van zwarte kolen
 

Candida me docuit nigras odisse puellas Odero si potero Si non invitus amabo

Een blank meisje heeft me geleerd afkeer te hebben van zwarte meisjes. Ik zal er afkeer van hebben als ik kan. Als ik niet kan, zal ik ze tegen mijn zin beminnen
 

Quot capita, tot sententiae
 

Quisquis amat, valeat; pereat qui nescit amare.

Bis tanto pereat, quisquis amare vetat

Al wie bemint, stelt het goed; wie niet beminnen kan, mag sterven Al wie belet te beminnen, mag een vreselijke dood sterven
 

Quisquis amat, pereat

Al wie bemint, mag sterven
 

Onvolprezen is de rol van de ianitor (=portier), die de deur moet openmaken opdat de geliefden elkaar zouden kunnen ontmoeten, of die de deur gesloten houdt... :

Ianitor ad dantes vigilet; si pulsat inanis,

surdus in obductam somniet usque seram

Een portier moet wakker zijn voor hen die geven; als er een met lege handen aanklopt, moet hij doof blijven, met de sluitbalk ingeschoven
 

Surda sit oranti tua ianua, laxa ferenti;

audiat exclusi verba receptus amans

Jouw deur moet doof zijn voor iemand die smeekt, wijd open voor iemand die geeft; mocht de binnengelaten minnaar de woorden horen van zijn buitengesloten rivaal

Terug naar de inhoudsopgaaf