Terug naar de inhoudsopgaaf

POMPEI, HERCULANEUM EN OPLONTIS

6. DE MENSEN VAN TOEN

De mensen die Pompei en Herculaneum bevolkten, verschilden natuurlijk niet wezenlijk van ons: ze hadden dezelfde gaven en gebreken, dezelfde voorkeur en afkeer als wij. Boven alles mogen we ons gelukkig prijzen dat ze ook konden lezen en schrijven. Ze schreven te pas en te onpas, ze schreven alles wat door hun hoofd ging, waar ze zich ook bevonden. Daaraan is het te danken dat de inwoners van Pompei en Herculaneum van ongeveer 1900 jaar geleden ons zo levendig verschijnen: ontelbaar zijn de op de muren geschilderde aankondigingen en even talrijk zijn de op de muren en fresco's gekraste graffiti (waarvoor men zich bediende van een stilus of schrijfstift die men blijkbaar altijd bij zich droeg).

Deze gewoonte om in muren te krassen (denk hierbij even aan de literatuur die men in elk openbaar toilet van onze tijd op deur en muren lezen kan!) viel natuurlijk niet in de smaak van de huiseigenaars die het wel normaal vonden zelf mededelingen van allerlei slag op hun muren aan te brengen, maar het danig op hun heupen kregen als ze vaststelden dat anderen hun muren hadden gebruikt om er hun grafomanie op bot te vieren... Vandaar dat men op muren vaak inscripties aantreft in dezer voege:
 

Si quis heic (=hic) ulla scripserit, tabescat neque nominetur

Als iemand hier iets schrijft, mag hij rotten en zijn naam mag niet meer uitgesproken worden
 

Habeat Venerem Pompeianam iratam qui hoc laeserit

Mag hij, die dit beschadigt, zich de woede van de Pompejaanse Venus op de hals halen
 

Quisquis hoc laeserit habeat iratum Iovem

Ik wou dat hij, die dit beschadigt, de woede van Jupiter over zich krijgt
 

Een van die krasselaars was zeker de plezantste thuis:

Multi multa scripserunt; ego solus nihil scripsi

Velen hebben hier veel geschreven; alleen ik heb hier niks geschreven

Terug naar de inhoudsopgaaf