Terug naar de inhoudsopgaaf

POMPEI, HERCULANEUM EN OPLONTIS

5. OPLONTIS

Torre Annunziata ligt slechts enkele kilometers ten zuiden van Napels, tussen het groen van de bergen en het blauw van de Middellandse Zee, aan de voet van de Vesuvius. Een bevoorrechte plek. Niettemin is Torre Annunziata een van die steden in het achterland van Campanië die de sporen dragen van jarenlange verwaarlozing, wetteloosheid en corruptie. Eeuwen geleden bloeide hier echter een welvarende stad: Oplontis. De villa van Poppaea, een parel van Romeinse villa-architectuur, getuigt nog van de pracht en praal waarmee de Romeinen zich graag omringden. Maar de schaarse overblijfselen van dit luxe-paradijs voor superrijken dreigen alsnog ten onder te gaan door "stagnatie op ambtelijk niveau".

Van alle villa's in Oplontis is de villa van Poppaea de meest waardevolle. De indeling, de lichtval, de verhouding tussen de natuur en de mens waren zeker voor die tijd zeer vooruitstrevend.

De naam Oplontis is teruggevonden in de Cosmographia van "Anonimo Ravennate" en in de Tabula Peutingeriana, een wegenkaart gemaakt in de dertiende eeuw na Christus en waarvan vrijwel vaststaat dat het een kopie is van een document uit het tijdperk van Augustus, de Orbis Pictus van Agrippus. De Tabula plaatst Oplontis tussen Herculaneum en Pompeii aan de Napolitaanse kust, waar zich nu de gemeente Torre Annunziata bevindt. Over de herkomst van de naam Oplontis bestaat onzekerheid. Sommigen nemen het Griekse woord "oplon" (trots, werktuig) als oorsprong, ervan uitgaand dat Oplontis ooit de haven van Pompei was. Anderen menen dat het stamt van "opulentia", een verwijzing naar de rijkdom van de vele villa's die er te vinden waren.

Oplontis verrees in de eerste eeuw voor Christus, een periode waarin Pompei door een ongekende bevolkingsgroei gedwongen werd uitbreiding te zoeken buiten haar stadsmuren. De patriciërs en de nieuwe rijken ontvluchtten de steeds rumoeriger wordende, volgestouwde handelsstad die Pompei was en bouwden langs de hele Napolitaanse kust nieuwe stedelijke centra. Een van deze centra (die meestal nabij belangrijke handelswegen lagen) was Oplontis.

Net als Pompei, Herculaneum en Stabiae werd Oplontis zwaar beschadigd door de aardbeving van 62 na Christus. Zeventien jaar later barstte op 24 augustus 79 de Vesuvius uit. Een oplettende verslaggever uit die tijd, Plinius de Jonge, aanschouwde de vulkaanuitbarsting vanuit de villa van zijn oom aan de noordkant van de golf van Napels, in Misenum. In zijn brieven beschreef hij de verschrikkingen die met de uitbarsting gepaard gingen. Het resultaat van deze natuurramp was dat Oplontis, Pompei en Herculaneum bedolven werden onder metersdikke lagen eruptiemateriaal en lawines van water en modder. Zo is deze fascinerende, rijke Romeinse beschaving door de eeuwen heen voor ons bewaard gebleven.

Resten van Oplontis, in de loop der eeuwen bedekt door een humuslaag van zo 'n 2 meter, werden voor het eerst rond l500 in Torre Annunziata aangetroffen tijdens werkzaamheden om het water van de rivier Samo naar enkele windmolens te leiden. De eerste officiële opgravingen begonnen pas onder de Bourbons in 1831 maar werden al spoedig weer stilgelegd. Pas in 1964 werd begonnen met de systematische opgraving. Deze is vanwege "stagnatie op ambtelijk niveau" tot op heden nog steeds niet voltooid.

Een van de mooiste opgegraven bouwwerken uit Oplontis is de Villa van Poppaea, genoemd naar Poppaea Sabina, naar verluidt een uiterst geraffineerde en losbandige vrouw, aanvankelijk de minnares van keizer Nero, later zijn tweede echtgenote. In deze villa voltrok zich een waar keizersdrama: tijdens een van zijn beruchte woedeaanvallen schopte Nero zijn Poppaea Sabina tegen haar zwangere buik en ze overleed aan de gevolgen.

Aan de hand van de diverse bouwstijlen is de herkomst van de villa te achterhalen. Het oudste gedeelte dateert uit de eerste eeuw voor Christus. In deze periode bouwde men in opus incertum, een bouwstijl waarbij onregelmatige rotsblokken werden bijeengehouden door een pasta v an kalk en pozzolaan-aarde. Het modernere deel is twee eeuwen later gebouwd in opus reticulatum, een stijl waarbij het metselwerk bestond uit diagonaal op elkaar geplaatste vierhoekige blokken. Een ander wezenlijk element voor datering zijn de talrijke indrukwekkende muurschilderingen, opvallend door een overvloed aan details en kleur en door het gebruik van perspectief Zij zijn van de zogenaamde Tweede en Derde Stijl, van respectievelijk 80 voor Christus tot 63 na Christus en van 15 voor Christus tot 63 na Christus. Veel motieven tonen gelijkenissen met schilderingen die ons bekend zijn uit Pompei en Boscoreale. Meer dan waarschijnlijk is hier een en dezelfde groep kunstenaars aan het werk geweest.

Niet minder imposant zijn de beeldhouwwerken, waarvan er tot nu toe 45 zijn gevonden. De sculpturen maken deel uit van een gigantisch complex. Op de villa van de papyrusrollen in Herculaneum na is dit vermoedelijk de meest complete verzameling beeldhouwwerken die ooit in een Romeinse villa is aangetroffen.

De villa van Poppaea bestaat uit een centrale kern, de ontvangstruimte en twee zijvleugels. Het meest versierde gedeelte is de westelijke vleugel, waar de eigenaars woonden. De soberder oostelijke vleugel was bestemd voor de slaven en het personeel. Van alle villa's in Oplontis is de villa van Poppaea de meest waardevolle. De indeling, de lichtval, de verhouding tussen natuur en de mens waren zeker voor die tijd heel vooruitstrevend.

Bijzonder is dat de villa geen beperkingen kent wat betreft ruimte, mogelijkheden en middelen. Een uniek bouwproject dat zeker in de toenmalige grote, overvolle steden moeilijk realiseerbaar moet zijn geweest.

Geïnspireerd door zoveel schoonheid, kennis en wijsheid zou het toch mogelijk moeten zijn oplossingen te bedenken voor de verwaarlozing en het leed van Torre Annunziata, het hedendaagse Oplontis.

Terug naar de inhoudsopgaaf