Terug naar de inhoudsopgaaf

POMPEI, HERCULANEUM EN OPLONTIS

4. DE RESULTATEN VAN DE OPGRAVINGEN

Dat deze opgravingen ondanks alle vroeger begane fouten onschatbare vondsten hebben opgeleverd, is niet moeilijk om begrijpen. Pompei en Herculaneum zijn niet, zoals andere steden, geleidelijk ontvolkt, in verval geraakt, afgebroken en geplunderd maar werden als het ware weggerukt in de bloei van hun jaren, geïmmobiliseerd op het hoogtepunt van hun activiteit. De dood heeft er ongenadig en hard toegeslagen...

Velen poogden uit Pompei weg te vluchten voor de verstikkende gassen, hun dierbaarste bezit in de armen geklemd... Naast de Via dell'Abbondanza werd een slaaf gevonden met een koperen pot met daarin zijn peculium, zijn spaarcenten... Een matrona met haar juwelenkistje... Een moeder met haar kind... Priesters met heilige tempelvoorwerpen... Maar bijna allen schoten er het leven bij in. Hartverscheurend om zien is ook een hond die zich aan zijn ketting heeft opgehangen in een ultieme poging om niet levend te verbranden in de schroeiend hete as...

Deze aangrijpende taferelen zijn voor ons bewaard door gipsafdrukken, die men van deze lichamen heeft gemaakt (het procédé werd door Giuseppe Fiorelli op punt gezet). Het zijn even zo vele stille getuigen van de broosheid van ons eigen geluk, van de immer dreigende nabijheid van de Parken...

Een bezoek aan Herculaneum is als het betreden van een ander tijdperk. Anders dan in Pompei, waar de gebouwen grotendeels zijn ingestort, is het merendeel van de gebouwen in Herculaneum met hun inwendige structuur bewaard gebleven doordat het pyroclastische materiaal ze had opgevuld. Deuren en luiken verkoolden maar de hengsels en scharnieren waarop ze draaiden, functioneren nog steeds; bronzen waterkranen kunnen nog steeds open en toe gedraaid worden...

Voordat de huishoudelijke voorwerpen in kasten werden geplaatst om ze te beschermen tegen souvenirjagers, leken de kamers net door hun bewoners verlaten. Er lag een verkoold kippenpootje op een bord naast het bed van een zieke jongen. In andere huizen waren kaptafels bezaaid met kammen en cosmetica. Juwelenkistjes waren gevuld met ringen, armbanden en broches. Keukenplanken waren volgestapeld met borden; potten en pannen stonden op de fornuizen.

Op de muur van een huis staat een notitie over wijnleveranties en hun data; op een andere muur de lijst met woorden die een schooljongen uit het hoofd moest leren. Bij de ingang van een derde huis staat de mededeling "Portumnus is gek op Amphianda". De tijd stond ook stil in winkels en werkplaatsen. Op de werkbank van een cameesnijder lag een halfvoltooide camee. Elders wacht een bronzen kandelaar nog steeds op reparatie in de zaak van een ketellapper. In de oven van bakker Sextus Patulcus lagen 80 broden. Aangebrand en oudbakken.

Herculaneum kon zich beroemen op enkele verrassend moderne faciliteiten. Zo bestond er een doeltreffend rioleringssysteem. Loden of terracotta pijpen voerden water naar openbare fonteinen en thermen en brachten het in de keukens van particulieren. De thermen waren voorzien van grote, met mozaïeken versierde kleedruimten, speelruimten, sauna's en koudwaterbaden.

Maar een belangrijk deel van de tijdspiegel van Herculaneum ontbrak: de mensen... In de eerste 250 jaren van de opgravingen waren slechts negen skeletten gevonden. Daarom werd lange tijd aangenomen dat het grootste deel van de bevolking zich uit de voeten had kunnen maken. Daarbij onopgeloste vragen waren natuurlijk: waarom zouden winkeliers geld achterlaten, waarom zouden bewoners gemakkelijk te vervoeren zaken van waarde achterlaten zoals ze overal in de huizen werden aangetroffen?

In 1980 begon er licht in die zaak te komen toen arbeiders bij de installatie van ondergrondse pomp twee skeletten ontdekten die op de plaats lagen waar vroeger het strand van Herculaneum was. Een skelet, dat van een korte, dikke man, kreeg de bijnaam "Roerganger" omdat hij naast een omgeslagen boot werd gevonden. Het tweede skelet was dat van een vrouw die bekend werd als de "Mooie Dame". Toen in 1982 nieuwe delen van het strand werden geruimd, vonden de archeologen nog 13 skeletten. Onder hen bevond zich een militair (hij droeg een zwaard met schede).

Nog in 1982 boorden de archeologen door de keiharde laag die de toegang afsloot tot de stenen bogen onder de zeewering. De resten van zes volwassenen, vier kinderen en een jong kindermeisje dat haar prille last in de armen hield, werden, dicht tegen elkaar gedrukt, in een gewelf gevonden. In een tweede gewelf lagen, in twee rijen, 48 skeletten. Opeengestapeld in een derde gewelf lagen de verstrengelde lichamen van 19 mensen en een paardenskelet. Het schouwspel was hallucinant, zei archeoloog Giuseppe Maggi die de opgravingen leidde. De slachtoffers waren een afgrijselijke dood gestorven (levend verbrand), zoals uit hun verwrongen kaken en slaande armen en benen viel af te leiden. En toch toonden velen onder hen zich meer bezorgd om anderen dan om zichzelf. Een moeder boog zich over een kind en probeerde het met haar ene arm te beschermen terwijl ze met de andere arm een baby tegen zich aandrukte. Een man en een vrouw klampten zich aan mekaar vast en vormden met hun lichamen een schild voor het kind tussen hen in...

Opgesloten in vulkanische gesteenten en vochtig gehouden door het doorsijpelend water zijn deze bijna honderd skeletten schitterend bewaard gebleven; aan sommige skeletten kleefden nog stukjes weefsel en plukken haar. Om te voorkomen dat ze snel zouden vergaan wanneer ze aan de lucht zouden worden blootgesteld, doopte Sara Bisel (antropologe van de Smithsonian Institute) ze in een oplossing van acrylhars. De door haar onderzochte skeletten vertellen ons meer over de gewoonten en de fysische eigenschappen van de Romeinen dan wij tot nu toe wisten. De mannen waren gemiddeld 1,72 m lang, de vrouwen 1,57 m. Ze waren over het algemeen weldoorvoed, gespierd en gezond, hoewel enkele botten sporen van artritis, bloedarmoede en een teveel aan lood vertoonden. Hun gebitten verkeerden in buitengewoon goede staat, hetgeen natuurlijk valt toe te schrijven aan het ontbreken van suiker in hun voeding.

Bisel kon aan de hand van het onderzoek van de skeletten als het ware een levensverhaal samenstellen. De Mooie Dame kreeg haar naam omdat de omtrek van haar schedel op een knap gezicht wees en omdat haar lichaam en benen mooi gevormd waren. Ze was ongeveer 35 jaar oud en had kinderen gehad. De botten van haar armen gaven aan dat ze sterk ontwikkelde spieren had en daarom werd verondersteld dat ze weefster was. De militair op het strand was goed gebouwd, ongeveer 37 jaar oud en van meer dan gemiddelde lengte. De botten van zijn armen waren erg zwaar door het dragen van een schild en het hanteren van een zwaard en er had zich een knokige kam gevormd op zijn rechterschouder doordat hij een groot deel van zijn leven speren had geslingerd. Een diepe wonde in zijn dij had op zijn dijbeen een dikke knobbel achtergelaten.

Enkele mensen waarvan de gezondheid te wensen overliet, waren bijna zeker slaven. De botten van de benen van de Roerganger waren vervormd door te veel zware arbeid en slechte voeding. De quasi permanente belasting van de rug heeft mogelijk zijn wervelkolom verdraaid en zes wervels doen vergroeien. Volgens Bisel heeft hij vermoedelijk nooit genoeg te eten gehad en de rottende tanden in zijn mond moeten hem aanhoudend pijn bezorgd hebben.

Terug naar de inhoudsopgaaf