Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

15. "IL SACCO DI ROMA" IN 1527 (DE PLUNDERING VAN ROME)

De plundering van Rome in 1527 was een ramp die alleen maar kan vergeleken worden met de brand van Rome onder Nero of met de verwoestingen die gepaard gingen met de inval van de Noormannen in 1084. Karel van Bourbon, aan het hoofd van een leger dat bestond uit 20.000 Duitsers, 14.000 Italianen en 6.000 Spanjaarden, verscheen op 5 mei 1527 voor de muren van de stad. Hij slaagde er de volgende dag in Rome in te nemen en toen begon de plundering die tot 14 mei zou duren. In die relatief korte tijdspanne werden de gedurende eeuwen vergaarde rijkdommen, die zich in Romeinse paleizen, kerken en kloosters bevonden, geroofd.

De kerken hadden meer te lijden van de katholieke Spanjaarden en Italianen dan van de mohammedaanse Saracenen in 846. De Spanjaarden lieten bijvoorbeeld geen enkel graf ongemoeid: elk graf werd opengebroken en geplunderd. Ze dobbelden om hun buit en sliepen op altaren. Ze gebruikten miskelken als drinkbekers en waren voortdurend in het gezelschap van hoertjes. Hun paarden zetten ze in de zijbeuken van de kerken, en als stro gebruikten ze de kostbare manuscripten die door Pius II (1458-1464) en Sixtus IV (1471-1484) met zoveel geduld en ten koste van zoveel geld verzameld waren...

Alles wat klein genoeg was om zo meegenomen te worden, werd weggestopt in hun bagage. Wat echter te groot was, werd ter plekke kort en klein geslagen. Relikwieën van heiligen werden door de stad meegevoerd of werden van herberg tot herberg meegedragen en bespot en beschimpt door dronken soldeniers. Ook de rijke inwoners van Rome hadden geweldig te lijden: als ze hun leven niet konden afkopen, werden ze op gruwelijke wijze gefolterd en vermoord...

De plundering bleef gelukkig beperkt tot de kerken en de grote paleizen, want voor de antieke monumenten hadden de soldaten geen belangstelling en die werden dus ongemoeid gelaten; ze raakten evenmin aan de grote beelden van marmer en brons. De totale buit moet geschat worden op miljarden franken...

Zoals bij de invasie van de Goten werden ook ditmaal door angstige bewoners inderhaast schatten verstopt.. Zo werd in 1705 een schat van maar liefst 60.000 munten gevonden in de kelders van het Palazzo Verospi aan de Via del Corso, waar hij in 1527 verborgen was. Een ander voorbeeld: in 1879 was een leerling-metselaar bezig de afvoer van een huis te herstellen; plots vond hij een blinkend stukje metaal; hij stak het in zijn zak om het aan een kenner te tonen. Ondertussen werd het vuil van de afvoer in een kar weggevoerd om in de Tiber gedumpt te worden. De leerling-metselaar werd betrapt toen hij in ruil voor zijn vondst (een gouden munt) een kleine som geld ontving van de juwelier aan de overzijde van de straat. Toen men verder in de nog niet weggevoerde smurrie van de afvoer ging zoeken, vond men nog eens 142 goudstukken. Men haastte zich in de richting van de Tiber en gelukkig kon men de kar met de afval nog inhalen vóór ze de Tiber had bereikt; in de smurrie vond men nog 42 goudstukken. In totaal zaten er in die afvoer dus 185 goudstukken verborgen...

Terug naar de inhoudsopgaaf