Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

9. DE ZWARTE EEUWEN VAN HET PAUSDOM (882-1073)

Van de periode 882-1073 bezitten we slechts weinig gegevens over het lot van de ruïnes van het antieke Rome. Om een idee te geven van de bodemloze diepte waartoe vele politieke en kerkelijke leiders zich verlaagden, volgen nu enkele krasse staaltjes van verloedering. Vooraf weze opgemerkt dat geen van die leiders overdreven belangstelling voor antieke ruïnes kan worden verweten.

De twee eeuwen tussen het pontificaat van Johannes VIII (872-882) en dat van Gregorius VII (1073-1085) werden dus gekenmerkt door verregaand moreel verval. Er waren pontificaten die slechts dagen of weken duurden: zo dat van Bonifatius VI (15 dagen in april 896); Theodorus II (20 dagen in december 897). Liefst 49 pausen in tweehonderd jaar... De opvolging werd bepaald door de politieke fractie die op dat ogenblik de grootste invloed bezat. Pausen werden gekozen tegen het canoniek recht in, zoals Marinus I (882-884), Formosus (891-896) en Johannes X (914-928). Verkiezingen werden "veilig gesteld" door het openlijk kopen van stemmen, zoals voor Benedictus VIII (1012-1024). De paus kon in de gevangenis gegooid worden door zijn eigen dienaren, zoals Leo V (juli september 903). Usurpators konden verbannen worden en opgesloten worden in een klooster, zoals Christophorus in 904. Een paus kon gewurgd worden met een touw, versmacht worden met een kussen, doodgestoken worden: Stephanus VI (896-897), Leo V (juli september 903), Johannes X (914-928), Johannes XII (955-961), Benedictus VI (973974). Een paus kon van de Heilige Stoel worden weggejaagd: Romanus (augustus november 897). Het lichaam van een paus kon ontgraven worden om de rijke kledij waarin het begraven was, te roven: Hadrianus III (884-885) in 885. Of erger nog...

Stephanus VI (896-897), zoon van een priester, was veertien maanden paus. Zijn enige bekende daad is niet om over naar huis te schrijven... Hij riep een synode bijeen om Formosus (891-896), een van zijn voorgangers, te oordelen. Daartoe liet hij het lijk van Formosus ontgraven en naar de synode brengen. Het lijk werd op de pauselijke stoel gezet en met alle pauselijke ornamenten getooid. Vervolgens werd aan Formosus een advocaat toegewezen (omdat men er blijkbaar van uitging dat Formosus zelf niet veel zou zeggen). Dan richtte Stephanus VI zich tot Formosus: "Waarom, bisschop van Porto, heb je je ambitie zo ver doorgedreven dat je je zelfs de Heilige Stoel in Rome onrechtmatig hebt toegeëigend?" Stephanus VI veroordeelde daarop Formosus; alle pauselijke ornamenten werden hem een voor een afgenomen; de drie vingers, die hij voor het zegenen had gebruikt, werden afgehakt. Wat toen nog van het lijk overbleef, werd in de Tiber gegooid. Stephanus VI deed vervolgens alle door Formosus voltrokken wijdingen over, maar hij had niet lang plezier van zijn daden: hij werd gevangen genomen en zwaar geketend in een duistere kerker geworpen. Daar werd hij in 897 gewurgd.

In die donkere periode situeert zich ook het verhaal van de pausin Johanna. Volgens een versie was ze een Engelse. Als meisje was ze verliefd geworden op een (Engelse) monnik. Als man gekleed volgde ze hem naar Athene waar ze studeerde. Later ging ze naar Rome, werd er secretaris, pauselijk notaris, kardinaal en tenslotte paus. Pas na haar dood, na een pontificaat van tweeëneenhalf jaar, werd ontdekt dat ze een vrouw was. Een tweede versie is heel wat pittiger. Toen Johanna tot paus verkozen werd, was ze hoogzwanger. Tijdens de plechtige optocht van het Vaticaan naar San Giovanni in Laterano bracht ze haar kind ter wereld. De Romeinen voelden zich zo beetgenomen dat de kersverse moeder-paus(in) van haar paard werd gerukt, buiten de muren werd gesleept en daar werd gestenigd. Om herhaling van een dergelijk feit te voorkomen, werd in de narthex van San Giovanni in Laterano een Romeinse toiletstoel opgesteld (sedes stercoraria). Elke nieuwe paus werd verzocht op die stoel plaats te nemen, waarna gecontroleerd werd of hij wel van het mannelijk geslacht was. In het geval dat het tastwerk concrete bewijzen daarvan gevonden had, sprak de controlerende bisschop tot de omstaanders: "Habet duos testes, et bene pendentes" (hij heeft twee testikels, en ze hangen er mooi bij). Zo wordt tenminste verteld. Of het ook waar is, weet ik niet. En als het waar is, weet ik niet of ook de huidige paus een dergelijke controle heeft moeten ondergaan.

Paus Johannes XII (955-964) had het Lateraans paleis in een waar bordeel herschapen: geen enkele deftige vrouw durfde het nog aan een pelgrimstocht te ondernemen naar Rome, uit angst in de handen en het bed van de paus terecht te komen.

In 997 werd Gregorius V (996-999) verplicht Rome te verlaten, en werd er een tegenpaus, Johannes XVI, aangesteld. In 998 werd Gregorius V opnieuw op de Heilige Stoel geplaatst. Het lot van tegenpaus Johannes XVI was effenaf verschrikkelijk: hem werden de ogen uitgestoken, waarna zijn oren en tong werden afgesneden en zijn mond verminkt werd. Hij werd nog steeds levend! gevangen gezet in een klooster, waar hij nog eenmaal zou uitkomen: om naar de synode te komen die hem formeel afzette. De pauselijke ornamenten werden van zijn lichaam gerukt. Vervolgens werd hij naar het klooster teruggestuurd, achterstevoren op een ezel zittend, de staart van het dier in zijn handen.

In 1032 werd Benedictus IX paus, op twaalfjarige leeftijd. In 1044 werd hij afgezet en in 1045 vervangen door Silvester III. Alras bleek Silvester echter ongeletterd te zijn, zodat hij "verdween" en Benedictus IX opnieuw paus werd. Maar twintig dagen later werd hij opnieuw afgezet, omdat hij "al te veel economische en politieke bindingen had" en "corrupt" zou zijn. Hij werd opgevolgd door Gregorius VI die schitterde op het slagveld maar nadien even ongeletterd bleek te zijn als Silvester III. In 1046 werd Gregorius VI gedwongen afstand te doen van zijn ambt. Hij werd opgevolgd door Clemens II, die na een regering van negen maanden in 1047 vergiftigd werd. Benedictus IX werd toen voor de derde maal tot paus verkozen, maar trad in 1048 na acht maanden af en trok zich in een klooster terug.

Deze en dergelijke pareltjes van "la petite histoire" moeten alleen aantonen dat in die zwarte periode van de Romeinse geschiedenis er zeker geen bezorgdheid heeft bestaan voor de monumenten van Rome...

Het enige vermeldenswaardige feit uit deze periode is het instorten van de basiliek van San Giovanni in Laterano. De zuilen die het dak torsten, waren van verschillende materialen gemaakt (omdat ze uit verschillende heidense monumenten kwamen) en bezaten derhalve niet allemaal dezelfde weerstand. In 897 donderde het dak naar beneden, daarbij de hele kerk verwoestend.

Terug naar de inhoudsopgaaf