Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

7. DE INVAL DER SARACENEN IN 846

De macht van de Saracenen in het westelijk bekken van de Middellandse Zee was gestadig gegroeid. In 831 hadden ze Palermo veroverd en in 846 bedreigden ze Rome. Op 27 augustus van dat jaar plunderden ze de basilieken van Sint-Pieter en Sint-Paulus-buiten-de-muren: beide kerken liggen inderdaad buiten de Aureliaanse muur. In die twee kerken maakten ze ongeveer 3.000 kg goud en 30.000 kg zilver buit en voldaan trokken ze zich terug, zonder Rome zelf te verontrusten. De schepen met de buit vergingen echter nabij Sicilië in een storm.

Het is meer dan waarschijnlijk dat de Saracenen bij die gelegenheid ook de graven van Petrus en Paulus hebben geschonden. Om herhaling te voorkomen werd nabij Sint-Paulus en nabij San Lorenzo fuori le mura een fort gebouwd, terwijl Sint-Pieter onder het pontificaat van Leo IV (847855) werd ingesloten door de deels nog bestaande muur (thans de grens van Vaticaanstad); vandaar ook de oude naam van Vaticaanstad: Civitas Leonina (of Burgus). Ook werd tussen de Civitas Leonina en Castel Sant'Angelo een muur gebouwd, waarboven een gaanderij liep (il Passetto). Daarlangs wisten heel wat pausen zich in veiligheid te brengen als het in de Civitas Leonina te gevaarlijk werd.

Terug naar de inhoudsopgaaf