Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

6. DE MONUMENTEN VAN ROME IN DE ZEVENDE EEUW

Drie belangrijke gebeurtenissen kenmerken de geschiedenis van de monumenten in de zevende eeuw: de oprichting van de zuil van Phokas; de omvorming van het Pantheon tot een kerk; het begin van de gewoonte om de gebeenten van martelaren en heiligen over te brengen van de catacomben naar kerken binnen de muren.
 

* De zuil van Phokas

Phokas (602-610) was keizer van Byzantium en bezocht Rome in 608. Bij die gelegenheid besloten de Romeinen "een erezuil voor hem op te richten op het Forum Romanum, met zijn bronzen beeld erop". In werkelijkheid kwam dat erop neer dat ze ofwel een reeds bestaand monument van een nieuwe inscriptie voorzagen, ofwel ergens anders een zuil en een beeld weghaalden en van een passende inscriptie voorzagen. Inderdaad, de stijl van deze 13,5 m hoge zuil is niet de stuntelige stijl van die tijd en een bronzen beeld kon men in 608 niet meer gieten: de beheersing van die techniek was in Rome verloren gegaan. Het monument ter ere van Phokas is het laatste antieke monument dat in Rome werd opgericht.
 

* Het Pantheon wordt een kerk

Paus Bonifatius IV (608-615) vroeg in 608 aan Phokas of hij het Pantheon mocht hebben en Phokas schonk het Pantheon. De paus maakte van deze heidense tempel een Mariakerk en door deze wijding van een heidens gebouw tot kerk maakte hij de weg vrij voor het bewaren van vele andere gebouwen (zowel profane als religieuze), die allen tot een kerk werden omgevormd.

De Curia Julia op het Forum Romanum werd San Adriano; de bronzen deuren van dit bouwwerk werden pas onder het pontificaat van Alexander VII (1655-1667) weggehaald om in de kerk van San Giovanni in Laterano te dienen; bij aankomst daar bleken ze evenwel te klein te zijn en moesten ze van een bijkomende bronzen rand voorzien worden. Ten tijde van Mussolini werd San Adriano opnieuw de Curia Julia. Het Augusteum op het Forum Romanum werd Santa Maria Antica. De tempel van Antoninus en Faustina op het Forum Romanum werd San Lorenzo in Miranda. De tempel van de Penaten op het Forum Romanum werd de voorhal van Santi Cosma e Damiano; wel werden van die Penatentempel de bronzen dakpannen weggehaald, maar paus Sergius I (687-701) verving de gestolen dakpannen door een loden dakbedekking. Het Secretarium Senatus werd Santa Martina.
 

* Het inhalen van relikwieën

Het was ook paus Bonifatius IV die achtentwintig karrenvrachten beenderen uit de catacomben liet aanvoeren en ze opnieuw liet begraven onder de vloer van het Pantheon. Nadien werden nog herhaaldelijk beenderen uit de catacomben en uit andere begraafplaatsen naar talrijke kerken in Rome overgebracht en daar begraven onder de altaren. Daartoe werden de thermen geplunderd: alle badkuipen van passende vorm en omvang werden, ongeacht het materiaal waaruit ze vervaardigd waren, uit vooral de thermen van Caracalla, uit die van Constantijn en uit die van Diocletianus weggehaald. Bij gebrek aan badkuipen werden christelijke martelaren zelfs in heidense sarcofagen gelegd!

Ondertussen ging de afbraak van het antieke Rome gestadig verder. In 630 liet paus Honorius I (625-638) de vergulde bronzen dakpannen wegnemen van het dak van de tempel van Venus en Roma om er het dak van de oude Sint-Pieterskerk mee te bedekken. Bij de afbraak van die kerk werden die pannen teruggevonden en beschreven. Het hoeft geen betoog dat de tempel van Venus en Roma na deze ingreep snel bouwvallig werd...

Op 5 juli 663 bezocht Constans II Rome, op zoek naar zielenrust na de moord op zijn broer. Zijn kort bezoek aan de stad was evenwel desastreus voor de monumenten van Rome. Veel van wat de Goten en de Vandalen hadden overgelaten, werd door Constans II meegenomen: beelden van marmer en brons men vermoedt dat hij ook de beelden van Trajanus (98-117) en Marcus Aurelius (161-180), die op hun respectieve zuil stonden, heeft meegenomen en op de koop toe een klein deel van de bronzen dakpannen van de koepel van het Pantheon... Een christen beroofde een christelijke kerk! Veel plezier heeft Constans II echter niet beleefd aan zijn buit: op de terugweg naar Byzantium viel alles wat hij geplunderd had in de handen van de Saracenen.

Terug naar de inhoudsopgaaf