Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

5. ROME IN DE ZESDE EEUW

Het bestuur van Italië door Theoderik (500-526) was voor Rome een echte zegen. Hij liet alle beschadigde gebouwen herstellen en gaf de aquaducten en de thermen een onderhoudsbeurt. En wat zeer belangrijk was: hij gebruikte daartoe geen materiaal dat afkomstig was van reeds bestaande gebouwen, maar liet eigen bakstenen bakken, met de zeer toepasselijke stempel REGNANTE D(omino) N(ostro) THEODERICO FELIX ROMA = "gelukkig Rome onder het bewind van onze heer Theoderik".

Maar in de dertiger jaren van die eeuw liep het alweer mis: alweer daagden vijandelijk gezinde Goten voor de muren van Rome op. Belisarius, een Byzantijns generaal, belast met de verdediging van Rome, liet de muur van Aurelianus (270-275) hoger maken en de Goten onder leiding van Vitiges belegerden Rome van februari 537 tot maart 538. Ze plunderden de catacomben en onderbraken alle aquaducten om de waterbevoorrading van de stad af te snijden. Om de vijand te beletten de stad ongemerkt binnen te komen, liet Belisarius daarop de "mond" van alle aquaducten dichtmetselen. De ingreep van de Goten veroorzaakte evenwel niet de door hen verhoopte waterschaarste omdat er nog talrijke bronnen en putten waren binnen de stad en bovendien was er natuurlijk het water van de Tiber.

Toen de Goten tijdens hun beleg het mausoleum van keizer Hadrianus (117-138), thans Castel Sant'Angelo, stormenderhand poogden in te nemen, bestookten de belegerden hen met onder meer de marmeren beelden, die het mausoleum tot dan toe versierd hadden...

Toen in maart 538 de Goten wegens een pestepidemie afdropen, werden de ondergronds lopende aquaducten gedeeltelijk hersteld. Alleen de laag gelegen stadswijken werden daardoor van water voorzien; de hoger gelegen wijken (alle heuvels dus) werden van dan af geleidelijk verlaten en zouden soms eeuwenlang nagenoeg onbewoond blijven. De 11 thermen, 1152 fonteinen en 247 waterreservoirs hadden sedertdien geen functie meer, zodat ook zij in aanmerking kwamen als steengroeve.

De heuvels van Rome werden pas onder het pontificaat van Sixtus V (1585-1590) opnieuw bewoond, omdat deze paus het wonen daar opnieuw had mogelijk gemaakt door de bouw van zijn aquaduct, de Acqua Felice, in 1587. In dit verband is het waard om vermelden dat de bovengronds lopende aquaducten (de Aqua Claudia en de Aqua Anio Vetus) omstreeks 1550 nog zo goed als intact waren. De Goten hadden er zich inderdaad toe beperkt de watertoevoer naar Rome te onderbreken, maar hadden zich niet geamuseerd die meer dan tien kilometer bogen van de aquaducten af te breken... En uitgerekend dàt deden de architecten van de Acqua Felice wel: zij lieten van die aquaducten slechts dat overeind, wat je nu nog kunt zien als je van Rome naar Napels spoort, of vice versa.

Na hun mislukking van 538 keerden de Goten echter terug in 546 en in 549, onder leiding van Totila, en beide malen plunderden ze de stad. Toen ze uiteindelijk waren weggetrokken, was het aantal inwoners van Rome gedaald tot ongeveer 35.000 zielen...

Het pontificaat van Gregorius I (Gregorius de Grote, 590-604) begon onder een slecht gesternte. In 589 had een geweldige overstroming van de Tiber huizen en tempels zware schade toegebracht en kort nadien was er een pestepidemie uitgebroken. Een processie, met de paus aan het hoofd, poogde een einde te maken aan die epidemie... En jawel! Boven het mausoleum van keizer Hadrianus (117-138) zag Gregorius de Grote een engel, die het zwaard in de schede opborg en gedaan was de epidemie! Sindsdien wordt het mausoleum van Hadrianus Castel Sant'Angelo genoemd.

Terug naar de inhoudsopgaaf