Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

4. DE PLUNDERING VAN ROME DOOR DE VANDALEN IN 455

Begin juni 455 veroverden de Vandalen onder leiding van Genserik, versterkt met Bedoeïenen en Moren, de Eeuwige Stad. Twee weken lang plunderden ze naar hartelust en zeer methodisch. Alle buit werd op schepen geladen die aangemeerd lagen langs de Tiberkade.

Het keizerlijk paleis op de Palatijn, dat door Valentinianus III (423-455) in orde was gebracht, werd compleet leeggehaald: er bleef geen stoel meer staan. De tempel van Jupiter Optimus Maximus op de Capitolijn werd beroofd van beelden en offergaven die meegenomen werden om er de Afrikaanse residentie van Genserik mee te versieren. Het dak van de tempel werd van de helft van zijn vergulde bronzen dakpannen beroofd; voor de andere helft was er geen plaats meer op de schepen... Al de trofeeën van de verovering van Jeruzalem, door keizer Titus (79-81) na de verwoesting van Jeruzalem in de tempel van de Vrede opgeborgen en afgebeeld op een bas-reliëf aan de binnenzijde van zijn boog op het Forum Romanum, werden eveneens meegenomen. Ongeveer 75 jaar later werden ze op de Vandalen heroverd en naar Constantinopel overgebracht.

Kort na de plundering van Rome door de Vandalen werd een kerk gebouwd op initiatief van Eudoxia (de weduwe van Valentinianus III, 423-455), de Basilica Eudoxiana, thans San Pietro in Vincoli. De zestien gelijke zuilen van Grieks marmer, die het middenschip van de kerk schragen, werden gewoon weggenomen uit een gebouw in de buurt (de thermen van Titus? de thermen van Trajanus? de porticus Tellurensis?). Keizer Maiorianus (457-461) decreteerde in 458 dat geen bestaande gebouwen meer mochten beschadigd of gesloopt worden om er nieuwe mee op te richten. Deze maatregel op zich bewijst al dat de antieke gebouwen beschouwd werden als steengroeven...

Terug naar de inhoudsopgaaf