Terug naar de inhoudsopgaaf

DE AFBRAAK VAN HET OUDE ROME

3. DE PLUNDERING VAN ROME DOOR DE GOTEN IN 410

Nadat de Goten, onder leiding van Alarik, Rome reeds in 408 gedwongen hadden hun aftocht af te kopen voor onder meer 2.500 kg goud (de Romeinen moesten de goudversiering van de bronzen beelden halen om aan het vereiste gewicht te komen!), trokken ze op 24 augustus 410 Rome binnen. Ze staken talloze huizen in brand, maar spaarden meestal het leven van de inwoners. Ze plunderden de ganse stad, behalve de basilieken van Sint-Pieter Sint-Paulus (de Goten waren immers ariaanse christenen!). Na drie dagen trokken de Goten weg. Grote, mooie privé-woningen waren hun voornaamste doelwit geweest en daarbij hadden vooral de Aventijn en de Caelius zwaar geleden.

Op de Aventijn zijn enkele in 410 inderhaast verborgen schatten ontdekt. Onder het pontificaat van Pius IV (1559-1565) werden drie loden kistjes gevonden die samen 1.800 geldstukken bevatten. In 1793 werd de rijkste zilverschat, ooit in Rome aangetroffen, aan het licht gebracht (alles bij elkaar woog die schat meer dan 29 kg!). Spijtig genoeg besloot paus Pius VI (1775-1799) de schat te verkopen; een deel ervan is echter nog te bewonderen in het British Museum in Londen.

Dit haastig verbergen van schatten is voor archeologen een gelukkig randverschijnsel van oorlogen en veroveringen. Ook elders in de stad zijn heel wat mooie bronzen of marmeren beelden onbeschadigd teruggevonden, omdat ze door hun bezitters of vereerders verborgen waren. Het gebeurde immers dat de verberger vervolgens om het leven kwam of niet meer in staat was het verborgene te recupereren, omdat te veel puin de toegang tot de schuilplaats versperde.

Door de verovering van Rome door de Goten werden de catacomben definitief opgegeven als begraafplaatsen: de omgeving van Rome was sedert enkele jaren bijzonder onveilig geworden en de laatste graven in de catacomben dateren dan ook van vóór 410.

Terug naar de inhoudsopgaaf