Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

INTERMEZZO 1. ONDANKS ALLES: DE LOKROEP VAN DE EEUWIGE STAD

 Talloos waren dus de negatieve kanten van het dagelijks leven in Rome. Je zou ze kunnen omschrijven van onaangenaam over smerig tot ronduit levensgevaarlijk. Toch konden die negatieve kanten de positieve aspecten (of wat toen als positieve aspecten ervaren werd) niet volledig naar de achtergrond verdringen.

De negatieve kanten van het leven in Rome hebben alleszins nooit invloed gehad op de aantrekkingskracht die de stad uitoefende op zijn inwoners, die om welke reden ook tijdelijk buiten Rome verbleven. Je zou zelfs kunnen stellen dat de lokroep van Rome sterker werd naarmate men er verder van verwijderd was.

Diezelfde aantrekkingskracht was de reden waarom van alle delen van Italië, en vanuit de vele provincies van het onmetelijke Romeinse rijk, talrijke ambitieuze en begaafde mensen, maar ook talloze ontheemden, avonturiers, nietsnutten, fuifnummers, fortuinzoekers en gefrustreerden onophoudelijk naar Rome afzakten, naar de stad van hun dromen, naar de stad van hun verlangens.

Na hun aankomst in Rome - vaak na lange en niet van gevaar gespeende reizen - was het eerste doel het vinden van behoorlijk onderdak. Dat dit geen sinecure was, is overduidelijk gebleken uit de voorgaande teksten. Zowat iedereen, behalve diegenen die afgeladen rijk naar Rome waren gekomen, belandde in de volksbuurten, zoals de Subura.

Een bron van inkomsten hadden die nieuw aangekomenen niet. Enkelen waren weliswaar aangetrokken door de hoop snel werk te vinden en een zelfstandig bestaan op te bouwen, maar de overgrote meerderheid der inwijkelingen rekende er juist op om nooit te moeten werken en zich te laten onderhouden, door te leven van de vrijgevigheid van de staat of van de rijken. Ze kwamen dus om te parasiteren, om een luilekker leventje te leiden, zonder zorgen en dus: zonder werk. Dolce far niente...

Toch zou het een fundamentele fout zijn om te beweren dat "dolce far niente" het levensdoel was van alle Romeinen. Die veralgemening vinden we natuurlijk wel bij hekel- en epigrammendichters, zoals Juvenalis en Martialis, maar ze moet sterk gerelativeerd worden: er waren wel degelijk Romeinen die hard werkten. Toch kunnen we zonder overdrijving stellen dat zeer veel nieuw ingewekenen naar Rome gekomen waren om er hun graantje mee te pikken van het Romeinse "dolce far niente": werken was in Rome nu eenmaal geen vereiste om er te kunnen overleven!

Terug naar de inhoudsopgaaf