Terug naar de inhoudsopgaaf

HET DAGELIJKS LEVEN IN HET OUDE ROME

1. INLEIDING

De geschiedenis van het antieke Rome, vanaf het ontstaan van een stedelijke kern op de heuvels naast de Tiber, tot aan de ondergang van het West-Romeinse rijk, loopt over een periode van dertien eeuwen. In die duizelingwekkend lange tijdspanne van 1.300 jaren is er slechts een periode, die ons in staat stelt een vrij accuraat beeld op te hangen van het dagelijks leven van de Romeinen; dat is de periode van de eerste twee eeuwen van onze tijdrekening, een periode die - mutatis mutandis - samenvalt met de eerste twee eeuwen van het keizerrijk.

Dat we uitgerekend in verband met deze periode zo exact zijn ingelicht over het dagelijks leven, danken we aan twee dingen:

* de nauwkeurige bevindingen van de archeologie enerzijds;
* de overvloedige gegevens uit de literatuur anderzijds.

Wanneer we spreken over het oude Rome en over de oude Romeinen, vergeten we maar al te gemakkelijk dat die begrippen eigenlijk een lading dekken van dertien eeuwen. We moeten ons dus goed voor ogen houden dat de stad, die hierna zal beschreven worden, en het leven in die stad zich in de tijd beperken tot het Rome van de eerste twee eeuwen van het keizerrijk.

Gelukkig is die periode de "type-periode", de periode dus waarop de meeste verwijzingen naar het "oude Rome" en de "oude Romeinen" betrekking hebben.

In de eerste twee eeuwen van onze tijdrekening - dus in de eerste twee eeuwen van het Romeinse keizerrijk - is Rome de onbetwiste heerseres geworden over een wereld die - direct of indirect - rond de Middellandse Zee draait. Rome is de hoofdstad van een wereldrijk dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot de Perzische Golf, van Schotland tot de Sahara.

* Rome zelf heeft een omvang gekregen die geen enkele andere stad uit de oudheid ooit heeft gekend.
* Rome is het referentiepunt geworden van een wereld waarvoor het zelf model staat.
* Rome is het centrum geworden waar alles en allen samenstromen en vanwaar alles ook vertrekt.
* Rome is een universele stad geworden en juist door die universaliteit verschilt ze grondig van alle andere steden van die tijd.
* Rome is uniek en onnavolgbaar geworden.
* Rome is een nieuwe stad geworden, niet alleen daar haar uitzicht, maar ook door het leven dat er zich afspeelt.
* Rome is een grootstad geworden, en voor de eerste maal in de geschiedenis van de mensheid is die term, zonder enige overdrijving, op een stad toepasselijk geworden.

Maar het feit dat Rome een grootstad is, heeft heel wat implicaties.

* Rome is, zoals elke grootstad, bijzonder complex.
* Rome is een vat vol tegenstrijdigheden.
* Rome biedt enorme voordelen aan wie er woont.
* Rome berokkent enorm veel last aan wie er woont.

Natuurlijk is de weerslag van dat alles terug te vinden in het dagelijks leven dat zich afspeelt in het grandioze decor dat Rome is. Er woont een verschrikkelijk groot aantal mensen (meer dan een miljoen), die onwaarschijnlijk heterogeen zijn qua afkomst, sociale stand, mentaliteit, gewoonten, bezigheden en middelen van bestaan.

Die bevolking bestaat voor het grootste gedeelte uit "behoeftigen" en werkloze immigranten die leven van de liefdadigheid van de rijken en van de liefdadigheid van de staat. Een tweede bevolkingslaag bestaat uit een middenklasse van bedienden, handelaars en ambachtslui, vaak vrijgelaten slaven (liberti) of afstammelingen van liberti, die hun bescheiden leventje leiden naast de ogen-uitstekende weelde van een zeer kleine bevolkingslaag van bevoorrechten: de keizerlijke familie, de hoogste echelons van de administratie, de grote senatoriale families, die stilaan uitsterven en vervangen worden door de nieuwe rijken van die tijd: grootgrondbezitters, huisjesmelkers, ondernemers en aannemers. Tot slot weze hier nog gezegd dat tot die middenklasse ook een vrij groot aantal bemiddelde Romeinen behoort, die leven van de rente van hun kapitaaltje, maar met het schrikbeeld voor ogen dat er ooit een dag zou aanbreken waarop ze verplicht zouden zijn te werken om in hun levensonderhoud te voorzien.

Gans die bevolking leeft in een decor dat terzelfder tijd grandioos en deprimerend is. Rome is een weelderige en monumentale stad: vol met zones die, vanuit urbanistisch standpunt gezien, volmaakt zijn; vol met monumenten; glanzend van marmer; opgesmukt met prachtige woningen en schitterende paleizen; vol met de meest uiteenlopende ontspanningsmogelijkheden...

Maar Rome is ook een vermoeiende, chaotische, vijandige stad. Een stad die aangetast is door alle kwalen die alle grootsteden van alle tijden kenmerken: overbevolking, woningnood, ontoereikende dienstverlening, lawaaioverlast, gebrek aan veiligheid, parasitisme, misdadigheid.

Wellicht zijn wij "verslaafd" aan het idee van het "ideale" Rome, "verblindend wit" door zijn marmeren bouwwerken, bevolkt door "in witte toga geklede" mensen. Het zal dus wel wat moeite kosten om een beetje realiteitszin aan de dag te leggen en het echte Rome te ontwaren aan de horizon van onze verbeelding... Een levend Rome, bewoond door mensen zoals wij, een stad van grootsheid en van rampspoed, van licht en schaduw; een stad waar pracht en praal fel schitterden, maar slechts zo fel konden schitteren tegen een sombere achtergrond van doffe ellende.

Terug naar de inhoudsopgaaf