Terug naar de inhoudsopgaaf

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN ROME

11. SLOTBESCHOUWINGEN

Indien we ons een idee willen vormen van alles wat Rome (van een kleine pastorale gemeenschap uitgegroeid tot de grootste metropool van de oudheid) omvatte, dan moeten we een beroep doen op de beschrijving van Rome uit de tijd van keizer Constantijn, die ons in twee redacties bekend is: de Notitia uit 354, en het Curiosum uit 357.

Toen de eerste christelijke keizer naar het oosten vertrok en zo een abrupt einde maakte aan de bouwbedrijvigheid in Rome, bedroeg de omtrek van de stad meer dan twintig kilometer en telde Rome 11 aquaducten die dagelijks meer dan één miljard liter water aanvoerden.

Rome bezat verder 11 grote openbare thermen, 856 privé-thermen, 37 stadspoorten, 423 belangrijke straten, 29 grote wegen (die van het centrum uitzwermden naar het ganse rijk), een eindeloos aantal straatjes en steegjes, 8 bruggen over de Tiber, 190 graanpakhuizen, 254 bakkersmolens, 11 fora, 10 basilicae, 36 marmeren triomfbogen, 1152 fonteinen, 28 bibliotheken, 2 circi, 2 amfitheaters, 2 naumachieën en 4 gladiatorenkazernes.
Na 330 beperkte de activiteit van de bestuurders van Rome zich tot het instandhouden en restaureren van de gebouwen en monumenten. Die hadden uiteraard hun functie grotendeels verloren en werden, langzaam maar zeker, verlaten. Allengs begonnen ze zelfs bloot te staan aan plundering en afbraak. Terzelfder tijd groeide echter, naast en in en op het oude Rome, een nieuwe, christelijke stad.

Terug naar de inhoudsopgaaf