Terug naar de inhoudsopgaaf

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN ROME

9. DE DERDE EEUW NA CHRISTUS

Een nieuwe grote brand in 191, onder Commodus, werd gevolgd door reusachtige werken onder het bewind van de keizers van de Severische dynastie. Behalve aan restauratie en wederopbouw werd ook aan nieuwbouw gedaan: een boog op het Forum Romanum (Arcus Septimii Severi); een nieuwe vleugel aan het paleis op de Palatinus, met een monumentale gevel naar de Via Appia (het Septizodium) en van water voorzien door een aftakking van de Aqua Claudia; tenslotte nog de thermen van Caracalla (de thermae Antonianae).

Onder het bewind van Septimius Severus kwam een marmeren stadsplan van Rome tot stand, dat met een verbluffende nauwkeurigheid de ligging van alle belangrijke openbare gebouwen aanduidt. Dat stadsplan, dat slechts gedeeltelijk bewaard bleef, was bevestigd aan een muur van het Forum Pacis en stond bekend onder de naam Forma Urbis.

De derde eeuw werd gekenmerkt door een verregaande desorganisatie van en crisis in het Romeinse rijk. In de stad werden slechts twee tempels opgericht: die van Elagabalus op de Palatinus (thans het klooster van San Sebastiano) en die van Sol Invictus (de onoverwonnen zon) op het Marsveld; deze laatste werd gebouwd onder het bewind van keizer Aurelianus. Diezelfde keizer liet ook de enorme muur rond de stad bouwen (de Aureliaanse muur, le Mura Aureliane), een overduidelijk bewijs van de militaire zwakte van het Romeinse rijk.

Een kortstondige opleving van de bouwactiviteit viel samen met de door Diocletianus ingestelde tetrarchie. Omdat onder Carinus een brand een groot deel van het centrum van Rome in as had gelegd, werd veel energie gestoken in de wederopbouw: het Forum Iulium, de Curia, de tempel van Saturnus en het theater van Pompeius werden hersteld.

Maar de naam van Diocletianus zal vooral bekend blijven door zijn enorm thermencomplex, het grootste dat ooit gebouwd werd, op de plaats waar de Viminalis en Quirinalis elkaar raken: de thermen van Diocletianus.

Terug naar de inhoudsopgaaf