Terug naar de inhoudsopgaaf

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN ROME

5. VAN DE TWEEDE EEUW VOOR CHRISTUS TOT HET EINDE VAN DE REPUBLIEK

Tot het einde van de tweede Punische oorlog (202) had de Romeinse staat afmetingen die verenigbaar waren met die van een stadstaat. Maar vanaf het begin van de tweede eeuw voor Christus groeide er een crisis, die in hoofdzaak economisch was.

De voortdurende oorlogen deden de kleine en middelgrote landbouwbedrijven over de kop gaan, waardoor de steden (en dan vooral Rome) volliepen met ontheemden. In Rome concentreerde de macht, zowel de politieke als de economische, zich meer en meer in de handen van een kleine groep families uit de senatorenstand. Pogingen om het tij te doen keren (van onder meer Tiberius en Caius Gracchus) mislukten jammerlijk.

Maar het grootste gevaar zou van het leger komen, dat nu een beroepsleger geworden was door het wegvallen van de boeren als potentiële soldaten. Het leger voelde zich uitsluitend verbonden met zijn generaal en niet meer met de staat. Lang zou het niet meer duren vooraleer het leger zijn generaals aan de macht zou brengen (denk maar aan Caesar!), wat tenslotte zou uitlopen op het keizerrijk.

De laatste twee eeuwen van de Republiek waren ook vanuit urbanistisch standpunt bepalend voor het uitzicht van de stad in de volgende eeuwen. Er was enerzijds de geweldige bevolkingsaanwas, die de groei van de volksbuurten met zich bracht. Houten huurkazernes van vijf of zes verdiepingen verrezen.

Deze insulae zouden nooit meer uit het stadsbeeld verdwijnen. Anderzijds was die volksmassa een mogelijk drukkingsmiddel en leden van leidinggevende families kwamen al snel in de verleiding om dit drukkingsmiddel ten eigen bate aan te wenden.

De ambitieuze Romeinen voerden, om die volksmassa's te lijmen, een grandioze prestigepolitiek. Forum Romanum, Capitolinus en vooral het Marsveld werden volgebouwd met zuilengalerijen (porticus), monumentale tempels en gebouwen voor schouwspelen, terwijl een nieuwe haven aan de Tiber, aquaducten en enorme magazijnen noodzakelijk waren om continuïteit in de bevoorrading van de stad te verzekeren. Deze krachtlijnen zouden tot het einde van het keizerrijk de urbanisatie van Rome bepalen.

Vanaf de tweede eeuw voor Christus verschenen op het Marsveld tempels en zuilengalerijen in de buurt van de Circus Flaminius, en het waren vooral Griekse architecten en kunstenaars die daaraan werkten. De activiteit die Pompeius, Caesar en Augustus zouden ontplooien, zou die tendens nog versterken.

Dat vooral het Marsveld ten prooi viel aan hun bouwwoede, is te verklaren door het feit dat de grond daar - oorspronkelijk het exercitieveld van het leger - staatseigendom was en geen particulier bezit. In het begin van de Keizertijd (zo lezen we bij de Griekse aardrijkskundige Straboon) waren er naast de toch nog wel aanwezige open ruimte op het Marsveld reeds ononderbroken reeksen van openbare gebouwen: porticus, tempels, thermen, drie theaters en een amfitheater. De grootste activiteit werd ontplooid door keizer Augustus.

Ook andere zones van de stad, zoals het Forum Boarium (de rundermarkt) en het Forum Holitorium (de groentemarkt), kregen een ander uitzicht. De oorspronkelijke handelsactiviteiten van deze pleinen werden verlegd naar de strook ten zuiden van de Aventinus. Daarvan is de Monte Testaccio (de schervenheuvel) het meest imposante bewijs: deze tien meter hoge en tientallen meter lange heuvel bestaat volledig uit scherven van gebroken kruiken. De privé-bouwbedrijvigheid was even groot, maar daar zijn omzeggens geen restanten van bewaard gebleven: noch van de enorme en hoge insulae (waarvan de laagste verdiepingen wel nog in Ostia te zien zijn), noch van de prachtig versierde domus of privé-woningen (waarvan in Herculaneum en Pompei schitterende exemplaren bewaard bleven).

Uit een brief van Cicero weten we dat Caesar het uitzicht van Rome grondig had willen veranderen; vooral het Marsveld en Trastevere (de rechteroever van de Tiber) zouden een grandioze face-lift ondergaan... Zo plande Caesar het omleggen van de Tiber vanaf de Mulviusbrug, door de bocht van het Marsveld af te snijden. Zodoende zou het Marsveld uitgebreid kunnen worden met een deel van Trastevere en een deel van de Vaticaanse vlakte! De moord op Caesar verhinderde echter deze stoutmoedige plannen.

Toch was Caesars activiteit niet gering: hij liet het Comitium met de grond gelijk maken om er zijn Curia Julia te laten zetten, hij liet de Basilica Julia oprichten en een nieuw spreekgestoelte (rostra) bouwen; zo veranderde het uitzicht van het republikeinse forum grondig. De aanleg van het Forum Julium naast het Forum Romanum opende de weg voor de talrijke latere keizersfora. Op het Marsveld tenslotte liet Caesar de Saepta Julia (een nieuw kiesgebouw) optrekken.

Terug naar de inhoudsopgaaf