Terug naar de inhoudsopgaaf

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN ROME

3. VAN DE ZEVENDE TOT DE VIJFDE EEUW VOOR CHRISTUS

Een zeer belangrijke fase in de ontwikkeling van de stad situeert zich halverwege de zevende eeuw, de periode van - althans volgens de traditie - de regering van koning Ancus Marcius. Deze koning zou de eerste (houten) brug over de Tiber hebben laten bouwen (Pons Sublicius) en de Janiculumheuvel op de rechteroever van de Tiber hebben laten bezetten om deze brug te beschermen.

Terzelfder tijd zou hij Ostia, de haven van Rome aan de monding van de Tiber, hebben gesticht. Om de vrije doorvoer van goederen van Ostia naar Rome en vice versa te verzekeren, liet Ancus Marcius alle bewoonde centra langs de Tiber tussen Ostia en Rome vernietigen. Deze traditie wordt bevestigd door de archeologie: in al deze centra stopt het begraven van doden erg bruusk in de zevende eeuw.

Het groeiend belang van Rome en de ruime mogelijkheden die de gunstige ligging van de stad bood, verklaren de tussenkomst van de Etrusken naar het einde van de zevende eeuw toe: voor hen had Rome een sleutelpositie. De eeuw waarin Rome, zonder daarom zijn Latijns karakter te verliezen, bestuurd werd door een Etruskische dynastie, viel samen met de definitieve urbanisatie. De stad werd in vier districten verdeeld: Palatina, Collina, Esquilina en Suburana.

Van de uitgestrektheid van Rome in dit stadium van zijn ontwikkeling geeft het tracé van de Serviaanse muur, gebouwd in de zesde eeuw en versterkt in de vierde eeuw, ons een vrij goed beeld. Het toenmalige Rome besloeg een oppervlakte van 426 hectaren, die weliswaar niet volledig bebouwd waren. Op dat ogenblik bestond er geen grotere stad op het hele schiereiland! De rijkdom en de macht van het "grote Rome der Tarquinii" blijken ook uit het aantal en uit de afmetingen van de tempels die toen gebouwd werden, en dan vooral die van Jupiter Capitolinus: die is met 63 op 53 m de grootste Etruskische tempel die ons bekend is.

De activiteit van de Etruskische koningen beperkte zich evenwel niet tot de bouw van tempels. Er was de reeds vermelde Serviaanse muur en er was het imponerende rioleringsstelsel dat onder de Tarquinii tot stand kwam. Dit net van riolen saneerde de moerassige en ongezonde valleien tussen de heuvels en maakte dus ook de urbanisatie ervan mogelijk. De belangrijkste riool van dit ingenieuze net was de Cloaca Maxima, die de vallei drooglegde waar later het Forum Romanum zou verrijzen; het oudste plaveisel van het forum dateert trouwens uit die tijd. Een tweede zeer belangrijke tak van dit rioleringsstelsel legde de Vallis Murcia droog tussen de Palatinus en de Aventinus. Daar lieten de Tarquinii de Circus Maximus bouwen.

Een idee van de territoriale invloedssfeer van Rome in de zesde eeuw kunnen we krijgen uit de tekst van het eerste verdrag tussen de Romeinen en de Karthagers, ons door de Griekse geschiedschrijver Polybios overgeleverd. Dit verdrag stamt uit de eerste jaren van de Republiek en er kan uit afgeleid worden dat de invloed van Rome zich uitstrekte tot Circeo en Terracina in Latium, zo'n honderd kilometer ten zuiden van Rome.

In de decennia na 510 bleef de bouwactiviteit groot. In die periode werden de tempels van Saturnus en van Castor en Pollux op het forum gebouwd en die van Ceres aan de voet van de Aventinus. Deze tempels waren sterk beïnvloed door Griekse voorbeelden en diezelfde sterke Griekse invloed blijkt ook uit de grote invoer van Grieks aardewerk in Rome.

Halverwege de vijfde eeuw (de periode van het bewind van de Decemviri en de uitvaardiging van de Wetten der XII tafelen) manifesteerde zich echter een zware crisis, waarbij enerzijds de strijd tussen de patriciërs en de plebejers een hoogtepunt bereikte en anderzijds aanzienlijke stukken grondgebied verloren gingen in Zuid-Latium. De invoer van Grieks aardewerk nam sterk af en de bouwactiviteit viel nagenoeg stil. Alleen de tempel van Apollo en de Villa Publica (het ambtsgebouw der censoren) op het Marsveld dateren uit die periode. Op "buitenlands" vlak moest Rome in die tweede helft van de vijfde eeuw vechten voor zijn voortbestaan!

Terug naar de inhoudsopgaaf