Terug naar de inhoudsopgaaf

ONTSTAAN EN ONTWIKKELING VAN ROME

2. VAN DE VEERTIENDE TOT DE ACHTSTE EEUW VOOR CHRISTUS

Verscheidene heuvels van Rome waren reeds in de bronstijd bewoond: de Capitolinus vanaf de veertiende eeuw, de Palatinus vanaf de tiende eeuw, en wat later ook de Esquilinus. Van een stad was in die periode natuurlijk geen sprake. Herdersgemeenschappen hadden die heuvels als vaste verblijfplaats gekozen om de eenvoudige reden dat ze gemakkelijk te verdedigen waren.

Volgens de Romeinse geschiedschrijvers werden de bewoonde centra van de omliggende heuveltoppen onderworpen aan de nederzetting op de Palatinus. Die eerste pogingen tot urbanisatie situeren zich in het midden van de achtste eeuw, het begin van de ijzertijd, in een periode dat de landbouwopbrengst steeg. Die stijging van de opbrengst bracht een overschot van landbouwproducten met zich, waardoor een grotere bevolkingsconcentratie mogelijk werd dan voorheen. Zo konden zich binnen de bewoonde centra ook secundaire en tertiaire activiteiten ontwikkelen (industrie, handel, ...), die de basis vormen van elke stedelijke beschaving.

Niet toevallig viel deze evolutie samen met de Griekse kolonisatie van Zuid-Italië (omstreeks de helft van de achtste eeuw) en met de traditionele stichtingsdatum van Rome: 753. Vrijwel onmiddellijk waren er handelscontacten tussen Rome enerzijds, en Ischia en Cumae anderzijds, zoals recente vondsten van Grieks aardewerk uit de achtste eeuw op het Forum Boarium bewijzen.

Terug naar de inhoudsopgaaf