Uit LIBER QUARTUS DECIMUS

Venus maakt Aeneas onsterfelijk; Aeneas' opvolgers in Latium 

Aeneas’ dapperheid had alle goden en zelfs Juno ertoe gebracht om hun oude wraaklust te beëindigen. De macht voor zijn zoontje Julus was gevestigd. Voor Aeneas brak nu het moment aan van zijn hemelvaart. Hiervoor was Venus langs de goden gegaan; ze had haar vader omhelsd en had hem gezegd: "Vaderlief, nog nooit heb je mij te streng behandeld. Wees nu minder streng dan ooit, ik smeek je, en gun Aeneas, die mijn eigen bloed is en daardoor je kleinzoon, Jupiter, een plaatje, hoe bescheiden ook, onder de goden: gun hem iets! Hij verdient het sinds hij het kille rijk van de onderwereld bezocht en sinds hij de Styx bevoer…"

De goden stemden in en zelfs Juno, de hemelse vorstin, was niet koppig maar knikte vriendelijk, waarop Jupiter sprak: "Mijn kind, de godenstatus die je voor Aeneas vraagt, past hem even goed als jou. Het hangt van jou af." Blij om zijn toestemming bedankte ze haar vader. Vervolgens reed ze op haar duivenspan door het luchtruim totdat ze de kuststrook bij Laurentum naderde waar Numicius zijn trage waterstroom tussen het riet naar zee laat glijden.

De stroomgod Numicius kreeg de opdracht van Venus om alles wat Aeneas aan sterfelijkheid bezat, weg te spoelen en met zijn stille stroming naar mee te nemen naar zee. De gehoorzame god deed zijn werk zoals Venus gevraagd had: zijn water spoelde weg wat Aeneas aan sterfelijkheid bezat maar het beste deel van Aeneas bleef leven. Het reine lichaam werd door Venus met hemels reukwerk gezalfd; zijn lippen werden met ambrozijn, vermengd met zoete nectar, gestreeld: ze maakte van hem een god. Het volk bood hem offers en een tempel aan en noemde hem Indiges.

De opvolgers van Aeneas in Latium

Na zijn vergoddelijking werden Latium en Alba geregeerd door Aeneas’ zoon Ascanius; zijn tweede naam was Julus. Vervolgens regeerde Silvius daar. Diens zoon ontving, samen met de voorvaderlijke scepter van Latium, opnieuw de naam Latinus. De vermaarde Alba volgde Latinus op, na hem kwam Aegyptus. Vervolgens werd het Capys, die de voorganger was van Capetus. Na hen kreeg Tiberinus de macht in handen. Hij verdronk in de Etruskische rivier die naar hem heet. Zijn zonen waren Remulus en Acrota, een felle vechter. Remulus, de oudste, wilde zich meten met de bliksem maar werd door een schicht gedood. Later gaf Acrota met veel minder trots de scepter door aan Aventinus, een krachtig man; hij ligt begraven op de heuvel die zijn naam draagt en vanwaar hij altijd heerste.