Uit LIBER OCTAVUS

Theseus en Acheloüs

Theseus keert terug naar Athene

Na de jacht op het everzwijn was Theseus op terugweg naar Athene. Maar Acheloüs versperde hem de weg met zijn stroom die door de regen gezwollen was. De riviergod raadde Theseus zijn verdere tocht door het woelige water af en nodigde hem uit bij zich thuis. Acheloüs probeerde Theseus te overtuigen om op zijn aanbod in te gaan door hem te vertellen welke schade hij met zijn gezwollen wateren aanrichtte. Theseus volgde zijn raad op en vergezelde Acheloüs naar zijn paleis.

Theseus werd begeleid naar een zaal die gebouwd was met ruwe tufsteen en poreuze puimsteen; vochtig mos vormde er een zachte bodem. Het plafond was versierd met parelschelpen en purperslakken. Het was al avond toen Theseus met zijn gastheer aan tafel zat. Links van hem zat Pirithoüs, Ixions zoon, rechts zat Lelex, de held uit Troizen, en verder zaten er nog andere mannen die door Acheloüs waren uitgenodigd. Nimfen brachten blootsvoets schalen die rijkelijk gevuld waren met verrukkelijk eten en toen de maaltijd gedaan was, schonken ze wijn in paarlen bekers.

Theseus keek over de watermassa's uit en vroeg hij wat die plek in de verte was - was dat geen eiland? Waarop de stroomgod antwoordde dat het niet een eiland was maar vijf verschillende eilanden; omdat ze zo ver lagen, kon je dit moeilijk zien. Om de oorsprong van de eilanden te verklaren, vertelde Acheloüs hun verhaal.

"Heb je een idee van de wraak van Diana als ze kwaad is? Wel, dit verhaal zal je zeker en vast verbazen: die eilanden waren vroeger vijf nimfen die ooit een dansfeest vierden en tien stieren slachtten. Elke god was uitgenodigd, maar mij vergaten ze. Daarom zwol ik op tot ik een nooit geëvenaarde kracht bezat. Mijn stroom was even razend als mijn hart, ik rukte hele bossen uit, overspoelde talloze velden en voerde die nimfen, die toen pas beseften dat ik ook bestond, op een stuk land mee naar de zee. Toen brak ik met de hulp van de golven van de zee hun stuk grond uiteen. Zo ontstond de eilandengroep van de Echinaden. Maar zoals je zelf ziet, ligt er een van die eilanden ver van de andere. Dat eiland is mij dierbaar; de zeelui noemen het Perimele.

Toen Perimele nog een jong meisje was, had ik haar lief en heb ik haar verkracht. Iets wat haar vader, Hippodamas, niet verdroeg een daarom schopte hij zijn eigen dochter van een rots in zee met de bedoeling haar ze te doden. Ik ving haar op met mijn stroom en vroeg aan Neptunus om dat meisje, verstoten door haar vader, een stukje grond te geven of om haar zelf tot grond te maken. Nauwelijks had ik deze woorden uitgesproken of Perimele werd al zwemmend door een stuk aarde omvat en groeide uit tot een eiland, vastgeklonken aan de zeebodem."
 

Pirithoüs gelooft niet in zulke godenverhalen

Toen de riviergod zijn verhaal beëindigd had, zweeg iedereen. Allen waren ze aangegrepen door deze merkwaardige gebeurtenis. Maar Ixions zoon, een brutale godenverachter, lachte hen uit: "Verzinsels, Acheloüs! Als je denkt dat de goden de macht hebben om te vormen en te vervormen, dan heb je het mis!" Iedereen was geschokt door die brutale opmerking en keurde zijn woorden verbolgen af. Vooral Lelex, een oude wijze man, had het moeilijk met wat gezegd was: