Uit LIBER QUARTUS en LIBER QUINTUS

Perseus en Andromeda

De winden die door Aeolus voor de nacht waren opgesloten in kerkers, werden door Lucifer tot werken aangemaand. Perseus nam zijn vleugels, bond ze weer aan zijn voeten, gordde zijn zwaard om en vloog snel door het luchtruim. Hij had alweer heel wat landen doorkruist toen Ethiopië, het koninkrijk van Cepheus, in zicht kwam. Op bevel van Ammon werd zijn dochter Andromeda gestraft voor wat haar moeder had misdaan. Perseus zag haar vastgeketend aan een harde rotswand. Hij had haar waarschijnlijk voor een marmeren beeld gehouden als haar haren niet zachtjes hadden mee gewiegd met de wind en als ze niet bitter had geweend om haar lot.

Perseus was diep onder de indruk van haar schoonheid en voor hij het besefte brandde hij van liefde - hij vergat zelfs bijna dat hij zijn vleugels moest blijven bewegen! Hij daalde en zei tot het meisje: "Ketens die verliefde harten binden, zouden beter bij jou passen dan de ketens waarmee je aan deze rots gekluisterd bent. Vertel me hoe je heet, waar ik ben en waarom je vastgeketend bent."

Eerst zei het meisje niets, want een meisje mag nu eenmaal niet met vreemde mannen spreken; jammer genoeg kon ze haar gezicht niet achter haar handen verbergen. Dan begon ze te wenen en toen Perseus bleef aandringen, antwoordde ze tenslotte op zijn vragen; ze wou hem laten weten dat zijzelf onschuldig was en vertelde over haar moeders ijdelheid: die had de schoonheid van haar dochter te veel geroemd (ze had beweerd dat Andromeda mooier was dan de Nereïden) en daardoor had ze Neptunus beledigd. Die had een zeemonster op Ethiopië afgestuurd om het land te verwoesten. Een orakel had aan Cepheus gezegd dat alleen het offer van zijn dochter de vloek van Neptunus kon afwenden...

Daarop werd de zee plots wild en uit de kolkende diepte dook een dreigend en immens monster op. Het meisje gilde. Daar kwamen haar ongelukkige ouders al aangelopen. Ze klemden hun dochter in hun armen en weenden en klaagden zonder ook maar iets te kunnen doen. Perseus riep: "Er is nog tijd genoeg om te wenen, maar minder tijd om haar te redden. Ik, Perseus, ben de zoon van Jupiter; ik ben ontstaan uit gouden regen toen mijn moeder opgesloten zat; ik heb al Medusa, een van de drie Gorgonen, overwonnen..." 

"...Staan jullie mij toe dat ik er een heldendaad aan toevoeg in mijn eigen belang? Als ik jullie dochter red, eis ik dat ze de mijne wordt!" Andromeda's ouders stemden dadelijk in en schonken hem hun dochter; daarbovenop kreeg hij als huwelijksgift hun land.

En kijk, het monster bewoog zich snel vooruit zoals een schip dat voortgestuwd wordt door zwetende en hardwerkende roeiers. Het beest naderde razendsnel de rots waaraan Andromeda was vastgeketend. Perseus nam een aanloop en steeg op tot hij tussen de wolken zweefde. Op het zee-oppervlak viel de schaduw van Perseus en op die schaduw stortte zich het afschuwelijke monster...

Perseus dook razendsnel naar beneden, landde op de rug van het monster en plantte zijn zwaard in de rechterflank tot aan het heft. Het monster sidderde van de pijn maar ondanks de diepe wonde kwam het recht tot hoog in de lucht en liet zich in het water vallen. Het spartelde van links naar rechts, zoals een everzwijn dat aangevallen wordt door een meute wild blaffende honden. Perseus kon echter ontsnappen aan de op prooi beluste bek dankzij zijn snelle vleugels.

Hij trok zijn zwaard uit de wonde en stak het tussen de ribben, in de rug, opnieuw in de flank, dan in de staart. Het beest braakte gulpen donker bloed; het smerige goedje doorweekte alles. Perseus' vleugelschoenen waren loodzwaar geworden en daarom durfde hij er niet meer mee vliegen. Hij kreeg hoop toen hij een rif zag; daar vloog hij heen. Met het rif als steunpunt diende hij het monster de genadeslag toe. Applaus klonk op het strand, zo luid dat de goden het konden horen. Perseus werd als een redder begroet door zijn schoonouders Cepheus en Cassiope; hun dochter - nu ook Perseus' echtgenote - werd van haar ketens ontdaan.
 

Zeewier wordt koraal

Ondertussen waste Perseus, na zijn overwinning, zijn handen in zee en opdat het Medusahoofd niet vol zand zou zitten, legde hij het hoofd op een bedje van zeewiertakjes. Het zeewier zoog kracht uit het hoofd en door dit contact versteenden de steeltjes en de blaadjes; ze werden merkwaardig hard. Zeenimfen wilden dit verschijnsel uittesten op ander zeewier en ja, het lukte; ze bleven maar van dat nieuwe zaad over de golven uitstrooien! Koraal heeft die eigenschap behouden, want wat in contact komt met de lucht, verhardt, en wat onder water zit, blijft plant.

Perseus bouwde drie offertafels: een voor de krijgsgodin Minerva, aan wie hij een koe offerde, een voor Jupiter die een stier kreeg, en een voor Mercurius aan wie hij een kalf schonk. Dan ging het in stoet naar het paleis van Cepheus. Voorop werden de fakkels van Amor en Hymenaeus gedragen, daarachter volgde Perseus met Andromeda. Het paleis hing vol met slingers, een altaarvuur geurde van de wierook, vrolijk gezang en luide fluitmuziek weerklonken, blijdschap heerste alom. Kortom, een nieuw leven ging voor hen beginnen. Cepheus ontving zijn talrijke gasten voor een prachtig huwelijksmaal.
 

Perseus vertelt hoe hij aan het Medusahoofd is gekomen

Toen de heerlijke gerechten gezellig verorberd waren en Bacchus' geschenk hen verkwikt had, vroeg Perseus aan de uitgenodigde Ethiopiërs om hun leven en denken aan hem uit te leggen, een verzoek waaraan de Ethiopiërs met plezier voldeden. Toen stelde Cepheus de lang verwachte vraag aan Perseus: "Mijn zoon en mijn held, zeg ons hoe jij het Medusahoofd hebt bemachtigd!"

Perseus vertelde dat onder de Atlasberg een ingang was waar twee zussen woonden, de dochters van Phorcys, die samen slechts een oog hadden dat ze om beurt gebruikten. Perseus had dit oog weggegrist toen de ene zus het doorgaf aan de andere. Zo had hij het huis van de Gorgonen kunnen bereiken en hij had opgemerkt dat de mensen en de dieren die een blik hadden opgevangen van de Medusa, in steen veranderd waren. Ook Perseus had haar aanschouwd, maar niet rechtstreeks: alleen haar spiegelbeeld in zijn schild. Hij had het schild vervolgens op Medusa zelf gericht zodat ze door haar schrikwekkend spiegelbeeld zelf bedwelmd was geraakt, samen met haar slangen, en toen had hij haar hoofd afgeslagen. Uit het bloed dat uit de wonde vloeide, groeiden twee zonen: Chrysaor en de gevleugelde Pegasus...

Hij vertelde nog de rest van zijn tocht, langs de sterrenbeelden, over de zeeën en de landen en de gevaren die hem daar beloerd hadden. Tenslotte zweeg hij, maar het was nog vroeg op de avond en zijn gezellen hielden zo van zijn verhalen dat er al een andere vraag werd gesteld: waarom alleen Medusa slangen op haar hoofd had en haar zusters niet.

Perseus zei: "Op die vraag zal ik een antwoord geven. Wel, Medusa was een meisje dat erg geliefd was om haar schoonheid en talloze aanbidders had. Het mooiste aan haar was wel haar weelderige haardos, zo heeft iemand die haar zelf gezien heeft, me verteld. Men zegt dat Neptunus haar verkracht heeft voor het beeld van Minerva, die uit schaamte haar kuise ogen afwendde. Minerva liet deze heiligschennis niet ongestraft: ze veranderde Medusa's haar in afschuwelijke slangen; zelf draagt de godin ook slangen op haar borst om daarmee haar vijanden af te schrikken."
 

Het huwelijk van Perseus en Andromeda wordt verstoord

Tijdens het verhaal van Danaë's heldhaftige zoon aan zijn Ethiopisch gezelschap stormde een groep woestelingen de feestzaal binnen: in plaats van bruiloftsliederen klonken er kreten van geweld. Het nu in chaos ontaarde feest deed denken aan een kalme zee die plots door een storm verandert in een woest schuimende golvenmassa.

De brutale Phineus leidde het oproer. Hij zwaaide een vervaarlijke speer en zwoer dat hij het roven van zijn bruid zou wreken, dat Perseus zelfs met zijn vleugels niet zou ontkomen. Phineus stond al klaar om aan te vallen, maar zijn broer Cepheus trachtte hem de waanzin van het nakende gevecht duidelijk te maken.

"Waarom ga je tekeer tegen Perseus ? Het is toch Neptunus die Andromeda aan Perseus geschonken heeft? Ook de god Ammon is verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Andromeda werd jou ontnomen toen ze bijna dood was." Cepheus vroeg nog of Phineus Andromeda nu liever dood dan levend had gezien, want toen het meisje geketend was, had hij geen hand uitgestoken om zijn toekomstige echtgenote te redden...

"In plaats van kwaad te zijn op Perseus die haar bevrijd heeft, had je haar beter zelf gered. Andromeda behoort nu toe aan Perseus, omdat ik anders mijn enige dochter had verloren. Perseus heeft mijn dochter van de dood gered, hij heeft haar niet van jou afgenomen!"

Phineus gaf geen antwoord. Hij keek van zijn broer naar Perseus. Hij twijfelde wie van beiden hij eerst zou doden. Dan slingerde hij met al zijn krachten zijn speer naar Perseus. De punt van het wapen bleef echter steken in een kussen. Daarop gooide Perseus de speer terug naar zijn belager, maar Phineus kon nog net achter een altaar wegduiken, anders had het wapen ongetwijfeld zijn hart doorboord. De speerpunt had nu Rhoetus' hoofd getroffen. Toen men de speer uit zijn hoofd trok, schokte het lichaam nog na; het bloed spoot over de gedekte tafel...

Toen ontstaken beide clans in blinde woede. Allerlei projectielen vlogen in het rond, men riep dat behalve Perseus ook Cepheus moest sterven, maar die was al uit het huis gevlucht. Hij zwoer bij de goden van de gastvrijheid dat hij dit gevecht niet gewild had.
 

De feestzaal wordt een slagveld

De godin Minerva kwam haar broer Phineus te hulp, ze spoorde hem aan en beschermde hem met haar schild. Ook de Indiër Athis, kleinzoon van Ganges, was van de partij; de nimf Limnaea had hem gebaard in het heldere water van de Ganges. Op zestienjarige leeftijd was hij een krachtige en erg knappe man. Zijn nobele kledij deed zijn schoonheid nog beter uitkomen: hij droeg een purperen mantel met een gouden boord en gouden kettingen rond zijn hals. Om zijn geparfumeerde lokken droeg hij een haarband. Hij was erg bedreven in het speerwerpen en nog meer in het boogschieten.

Toen Athis zijn boog spande, sloeg Perseus met een rokende boomtak zijn schedel in en verpletterde daarbij zijn gelaat. Toen Athis' beste vriend, de Assyriër Lycabas, zijn makker badend in bloed op de grond zag liggen, schreeuwde hij: "Wee, Athis!". Hij greep de boog die op de grond lag en schreeuwde woedend: "Vecht maar verder tegen mij, aan het doden van Athis zal je niet lang plezier beleven. Voor deze daad verdien je meer minachting dan ontzag."

Bij deze woorden schoot Lycabas een pijl af die in een mantelplooi van Perseus bleef steken. Nu stak de zoon van Danaë met het zwaard waarmee hij Medusa had gedood, in de borst van Lycabas die met zijn laatste krachten het ontzielde lichaam van Athis zocht; toen hij hem gevonden had, legde hij zich neer naast zijn vriend.

Toen bonden Phorbas uit Syene, zoon van Metion, en de Lybiër Amphimedon de strijd aan; beiden gleden echter uit in het warme bloed dat over de vloer stroomde. Toen ze recht wilden staan, werd er bij Amphimedon een zwaard tussen de ribben gestoken, en bij Phorbas een doorheen zijn keel.

Daarna kwam Actor, de zoon van Erytus, in actie met zijn gevreesd wapen: de dubbele strijdbijl. Perseus trok geen wapen om zich tegen hem te verdedigen maar gooide en massieve wijnschaal naar het hoofd van zijn tegenstander. Actor braakte een rode bloedstraal uit alvorens hij met zijn achterhoofd tegen de stenen vloer dood neerviel.

Toen stierven door de hand van Perseus achtereenvolgens nog Polydegmon, de kleinzoon van Semiramis, Lycetus, de zoon van Spercheion, Abaris van de Kaukasus, Helix met zijn lange haren, Phlegyas en Cletys: hun lijken lagen kris kras door elkaar op de grond.

Phineus durfde geen rechtstreekse confrontatie met zijn vijand aangaan en wierp dus van op afstand zijn speer. Die miste zijn doel en raakte Idas die eigenlijk neutraal wou blijven en geen deel wou hebben aan het gevecht. Woest keek Idas de wrede Phineus aan en riep: "Phineus, je dwingt mij om je vijand te worden. Hier, oog om oog, tand om tand." Hij trok de speer uit zijn lichaam en net op het moment dat hij de speer wou terugwerpen, zeeg hij door het hevige bloedverlies neer.

Dan sneuvelde ook Hodites, die in Ethiopië de belangrijkste man was na Cepheus, door het zwaard van Clymenus. Prothoënor stierf in een gevecht met Hypseus en Hypseus zelf viel in zijn strijd tegen Perseus, vlak bij de oude, zeer vrome en rechtschapen Emathion, die zich probeerde te verdedigen met woorden en zei dat vechten niet deugde. Toen hij met bevende hand steun zocht op het altaar, werd zijn hoofd door Chromis afgehakt. En terwijl dat hoofd op het altaar viel, vloekte het nog om pas daarna zijn laatste adem uit te blazen. Ook de onvolprezen boksende broers Ammon en Broteas stierven door het machtige zwaard van Phineus.

En nog was de gruwel niet voorbij. De Cerespriester Ampycus sneuvelde met het wit lint van zijn priesterlijke waardigheid om zijn hoofd. De onschuldige Lampetides, die uitgenodigd was om het feest op te vrolijken met zijn gezang, moest eveneens sterven, met zijn plectrum en zijn lier nog in de hand, door de hand van zijn grijnzende moordenaar Pedasus die zei: "Zing de rest maar voor de doden bij de Styx!" en een dolk in Lampetides' linkerslaap plantte.

Lycormas was woedend en zwoer dat hij Lampetides' dood zou wreken. Hij trok zijn zwaard en sloeg daarmee de zware grendel van de rechter deurpost weg en liet die neerkomen in de nek van Pedasus die als een offerstier op de grond viel. Pelates uit Libië wou de grendel van de linker deurpost grijpen, maar daarbij werd zijn hand door de speer van Clytus uit Marmara aan het hout vastgespijkerd; toen Abas hem in zijn zij stak om hem af te maken, viel Pelates niet neer, maar bleef stervend hangen met zijn vingers aan de deurpost...
  

Meer en meer mannen sneuvelen...

Ook Melaneus, een van Perseus' mannen, en Dorylas, de rijkste herenboer van Afrika, werden neergeslagen. Dorylas was zo rijk aan land dat niemands grondbezit ooit uitgestrekter is geweest; geen man kon zijn stapels wierook evenaren. Een speer, van opzij geworpen, doorboorde zijn onderbuik. Toen zijn aanvaller, Halcyoneus van Bactra, zag hoe hij de doodssnik gaf en met de ogen rolde, riep hij: "Val maar neer! Dit plekje is wat je rest van zoveel land!" en liet hem stervend achter. Toen nam Perseus wraak: snel trok hij de speer uit de nog warme wonde en slingerde hem terug naar de dader. De speer schoot dwars door de neus van Halcyoneus, doorboorde zijn nek en stak met voor- en achterkant naar buiten.

Ook Clytius en Clanis velde hij, twee broers met dezelfde moeder maar beiden met een verschillende doodsstrijd. Perseus dreef met zijn sterke arm bij Clytius een zware lans door zijn beide dijen, Clanis kreeg een speer tussen zijn kiezen dwars door zijn hoofd. De volgende die aan de beurt was, heette Celadon van Mendes. Ook Astreus, de zoon van een Palestijnse vrouw en een onbekende vader, viel dood neer; Aethion, voordien een knap profeet maar nu misleid door een valse voorspelling, werd eveneens afgemaakt. Ook Thoactes, de wapendrager van de koning, en de beruchte Agyrtes, een vadermoordenaar, ondergingen hetzelfde lot.
 

Perseus tegenover een overmacht

De strijd werd nog heviger: allen richtten hun woede op een tegenstander. Eensgezind viel men hem van alle kanten aan op Perseus voor een zaak waarin geen eer behaald kon worden (daarvoor was de oorzaak van de strijd te gemeen). Cepheus kwam tevergeefs voor zijn schoonzoon op. Ook Andromeda en Cassiope kozen zijn kant. Hun geween klonk door de zaal, gesmoord in wapengekletter en doodsrochel, terwijl de krijgsgodin Bellona de paleispenaten bezoedelde met stromen bloed en steeds aanvuurde tot nieuwe strijd. Phineus en zijn talloze wapenbroeders dromden samen rondom Perseus.

Vlak naast diens ogen en oren hagelde het projectielen van links en rechts. Perseus zocht met zijn schouders en zijn rug steun tegen een grote zuil en met die dekking keerde hij zich tegen de horde voor hem en pareerde hun aanvallen. Molpeus, een Chaoniër, viel aan van links terwijl Echemnon van rechts op hem afkwam. Zoals een tijgerin soms van twee kanten het geloei van twee kudden hoort - wat haar honger nog verdubbelt - en dan niet weet op welke prooi ze het eerst moet afgaan omdat ze beiden samen wil verscheuren, zo twijfelde Perseus om links of rechts toe te slaan. Gelukkig wist hij eerst Molpeus weg te jagen met een steek dwars door zijn been, want Echemnon gunde hem geen respijt. Die stormde op Perseus af met de bedoeling hem het hoofd af te hakken, maar sloeg zijn zwaard met een wat ondoordachte uithaal tegen de zuil in stukken. De kling brak af, sprong terug en doorboorde keel van de man die toegeslagen had. Maar de niet zo diepe wond kon de doodsoorzaak niet zijn en toen de man sidderend zijn krachteloos wordende armen wou opheffen, doorstak Perseus hem met zijn zwaard.
 

Perseus gebruikt het ultieme wapen

Toen Perseus merkte dat zijn krachten gingen tekortschieten tegen zoveel tegenstanders, riep hij uit: "Jullie dwingen mij hulp te zoeken bij mijn eigen vijand! Diegenen die mij hier goedgezind zijn, moeten hun ogen nu richten op mij", en hij stak Medusa's hoofd naar voren.

"Zoek een ander die jouw praatjes wil geloven!" riep Thescelus, zijn arm geheven om Perseus met een speer te doden - en in die houding verstarde hij tot een marmeren standbeeld. Vlak na hem viel Ampyx aan, het zwaard gericht op Perseus' onverschrokken hart, maar midden in die aanval verstijfde zijn arm; hij kon hem noch vooruit noch achteruit bewegen.

Nileus, die beweerde dat de Nijl, de god met zeven stromen, zijn vader was en op zijn schild dan ook het beeld droeg van zeven stromen (die deels in goud en deels in zilver waren gesmeed), riep luid: "Hier, Perseus, bekijk eens goed van wie ik afstam! Een grote troost kun je meenemen naar de stille onderwereld: je bent gedood door een grote held...", maar reeds dat laatste woord werd in zijn eigen klank gesmoord; zijn open lippen leken nog te willen spreken maar konden geen woorden meer vormen.

Scheldend schreeuwde Eryx hen toe: "Het is niet door het toedoen van Gorgo's macht dat jullie zo verstijven maar uit lafheid. Kom maar mee, dan slaan wij hem wel neer, die vijand met zijn toverwapens!" Hij wou de aanval inzetten, maar kon zich niet meer verroeren; hij bleef een steenklomp, een gewapend, onbeweeglijk beeld.

Zij kregen allen hun verdiende loon. Aan Perseus' kant was er een man, een zekere Aconteus, die al vechtend het ongeluk had de Gorgo aan te kijken en zo ook in steen veranderde. Daarop trof Astyages, niet merkend dat Aconteus niet meer leefde, hem met zijn slagzwaard; het gaf een luide, metalen klap. Verbaasd daarover kreeg Astyages eenzelfde starheid en die verbazing bleef gegrift in zijn stenen gezicht.

Het duurt te lang om iedereen van minder hoge afkomst die daar meestreed, op te noemen. Tweehonderd man waren nog steeds in de strijd en nog eens tweehonderd man waren door die Gorgo-blik bevroren. Dan pas kreeg Phineus spijt over zijn ondoordachte aanval, maar wat moest hij doen? Vlak naast hem zag hij allerlei gestalten die zijn eigen mannen waren geweest. Hij riep ze bij hun naam en smeekte hen om hem te helpen; hij raakte, zonder zelfvertrouwen, even zijn makkers aan - ze waren van steen!

Hij wendde zich af, hief zijn handen berouwvol, smekend omhoog, afgekeerd van die Gorgo, en riep tot Perseus: "Goed, jij wint, maar stop dat monsterhoofd weg! Weg, die verstenende ogen van Medusa, wie zij ook mag zijn! Weg, ik smeek je! Niet uit haat of machtsbegeerte ging ik de strijd aan, nee, het was mijn bruid voor wie ik vocht. Ik had de oudste rechten, jíj, haar redder, hebt de sterkste rechten. Het deert mij niet te moeten wijken voor de sterkste, maar laat me mijn leven, iets anders vraag ik niet. Jij krijgt de rest..."

Terwijl hij die woorden sprak, durfde hij de man tot wie hij smeekte niet aan te kijken. Perseus zei hem: "Phineus! Lammeling! Ik geef je wat ik je kan geven. Wees niet bang, geen wapen zal je verwonden. Meer nog: ik maak een eeuwigblijvend standbeeld van je, dat voorgoed te kijk zal staan in paleis van mijn schoonvader! Dan kan mijn vrouw zich troosten met het beeld van haar vroegere verloofde..." en met die woorden hield hij het Medusahoofd vlak voor het angstige en van hem afgekeerde gelaat van Phineus. Die probeerde nog het hoofd te wenden, maar zijn nek was al verstijfd, het vocht van zijn ogen was al steen geworden. En in die steen kon je zijn bange blik en smekend gebaar blijven zien, zoals ook in zijn handen en houding zijn onderdanigheid zichtbaar bleef.

Na die zege kwam Perseus met zijn vrouw in Argus aan, zijn vaderstad. Hoewel Acrisius deze weldaad niet verdiend had, nam Perseus, als kleinzoon van Acrisius, wraak op Proetus, die zijn broer Acrisius met wapens had weggejaagd en diens burcht bezet hield - tot eigen ongeluk, want burcht noch wapens hielpen Proetus tegen de wrede blik van het slangenrijke Gorgo-monster.
 

Perseus straft Polydectes

Polydectes, die over Seriphus regeerde, was niet geïmponeerd door Perseus' heldhaftigheid of tegenslagen. Onvermurwbaar streng koesterde hij zijn haat, zijn redeloze woede kende geen grenzen. Hij smaalde op Perseus' roem en beweerde zelfs dat de dood van Medusa gelogen was... "Dan zal ik jou de waarheid laten voelen!" riep Perseus. "Wend je ogen af!" schreeuwde hij naar de anderen, en met Medusa's hoofd liet hij die koning tot een bloedloze steen verharden.