Uit LIBER UNDECIMUS

Orpheus en Eurydice: tweede deel van het verhaal

Orpheus' lot

Terwijl de dichter Orpheus in Thrakië dieren, bomen en zelfs rotsen meelokte met zijn gezang, kregen de vrouwen van de Ciconen, in Bacchantenstemming en gehuld in dierenvellen, hem in het oog van op een heuvel. Een van de vrouwen riep: "Kijk daar! Daar heb je onze vrouwenhater." Ze gooide haar thyrsus naar het hoofd van Orpheus, raakte hem maar kwetste hem niet omdat de tak dik bebladerd was. Een ander gooide een steen naar hem maar die werd in zijn vaart geremd door zijn gezang en viel voor zijn voeten neer. Orpheus smeekte om genade bij die mislukte aanval.

Ondanks zijn smeken nam het geweld toe en kende geen grenzen meer. Door het luid gekrijs, het handgeklap, de klank van toeters en timpanen en de Bacchuskreten was de stem van de dichter niet meer te horen en toen trof iedere steen zijn doel. Dan stortten de vrouwen zich op de vogels, slangen en andere wilde dieren (die luisterden naar Orpheus' gezang) en verscheurden hen. Toen gingen ze, met bloed aan hun handen, naar Orpheus toe en omringden hem als vogels die bij het ochtendlicht een nachtuil zien rondvliegen of zoals een hert reeds in de vroege uren de prooi wordt van enkele honden en beseft dat het gaat sterven.

Met hun thyrsus sloegen ze Orpheus neer. Sommigen gooiden met afgerukte takken, kluiten of stenen. Er was genoeg materiaal in de buurt omdat daar vlakbij boeren hun akkers bewerkten met ploeg en ossenspan. Maar die boeren waren in paniek gevlucht voor de Maenaden en hadden hun harken, houwelen en schoffels achtergelaten op het veld. De wilde bende nam het materiaal mee, jaagde de ossen uiteen en keerde dan terug naar Orpheus. Hoe hij ook smeekte, ze doodden hem toch.

Vogels, wilde dieren, rotsen en bossen treurden om Orpheus' dood. Veel bomen verloren hun bladeren, hele rivieren stroomden over door hun eigen tranen en bos- en waternimfen lieten hun haar loshangen en trokken rouwgewaden aan.

Orpheus' in stukken gereten lichaam werd door de Hebrus meegevoerd. En wonderlijk om zeggen: klagend klonk de lier, klagend fluisterde de mond, klagend antwoordden de oevers van de stroom. Toen de stroom het land verlaten had, dreef het lichaam verder weg op zee tot op de kust van Lesbos, waar Methymna ligt. Terwijl het hoofd van Orpheus op het strand lag, wou een slang het aanvallen. Maar toen de slang toehapte, snelde Apollo Orpheus te hulp. Hij liet de slangenbek verstenen zodat de kaken voorgoed opengesperd bleven. Orpheus' ziel daalde af naar de onderwereld, waar hij Eurydice aantrof in de Elyzese velden en haar omhelsde. Sindsdien zijn ze altijd samen: zij aan zij, of één voorop en één die volgt; dan is het dikwijls Orpheus die omkijkt naar Eurydice, maar hij hoeft nu niet bang meer te zijn...

De Bacchanten worden gestraft

Maar Bacchus treurde om Orpheus' dood en nam wraak op de Thrakische Bacchanten. Hij veranderde de tenen van de vrouwen in wortels, die diep in de grond drongen, waardoor de vrouwen aan de grond werden vastgehouden zoals een vogel die met zijn poot verstrikt raakt in een net, zich gevangen voelt en klapwiekt in paniek. De vrouwen probeerden los te komen, maar taaie wortels hielden hen op hun plaats. Als ze naar hun voeten keken, zagen ze hoe het hout naar boven groeide langs hun benen. Dan bereikt het hout het bovenlichaam en de schouders en uiteindelijk veranderen hun armen in takken.