Uit LIBER DUODECIMUS en TERTIUS DECIMUS

Odysseus en Ajax eisen de wapens van Achilles op 

Ajax en Odysseus eisen Achilles’ wapens op

Zelfs Achilles’ schild, dat kennelijk wou laten zien van wie het was, riep strijd op: wapens vochten om Achilles’ wapens. Wie eiste ze op? Geen Diomedes, geen Agamemnon, geen Menelaus, geen ander die dat waagde; alleen Ajax, de zoon van Telamon en Odysseus, de zoon van Laërtes, toonden zoveel eigendunk en eerzucht. Agamemnon schoof de lastige beslissing van zich af en vermeed wrok door de Griekse leiders in het scheepskamp bijeen te roepen tot een scheidsrecht: zij moesten beslissen wie de wapens kreeg!

 

De redevoering van Ajax

De leiders namen plaats en toen het leger rond hen stond, trad Ajax, buiten zichzelf van woede, naar voor. Bars en boos liet hij zijn blikken over de kustlijn gaan, langs de schepen op het strand, en riep met de armen wijd open:

"Bij Jupiter! Ik mag mijn eer hier, voor de vloot, verdedigen en tegen wie? Odysseus! De man die zonder aarzeling voor Hectors fakkels week, terwijl ik bleef vechten; ik heb de schepen van het vuur gered! Hij vindt het nu dus veiliger met leugens te strijden dan echt te vechten. Maar goed, spreken ligt mij evenmin als vechten hem ligt; en wat ik waard ben op het slagveld, is hij alleen met woorden waard.

Toch denk ik, Grieken, dat ik jullie niet over mijn overwinningen hoef te vertellen, want jullie hebben ze gezien. Laat Odysseus liever spreken over de zijne, al dat werk waar niemand anders dan Moeder Natuur van weet… Ik streef naar hoge eer, maar hij bederft de wedstrijd, want een Ajax kan nooit pronken met iets waar ook Odysseus aanspraak op maakte, hoe prachtig het ook is. Odysseus ziet zijn pogingen om de wapens te krijgen al met succes bekroond, want als hij verliest, zal hij bekend staan als de aartsvijand van Ajax, een grote eer voor hem!

Maar zelfs als men niet in mijn kracht gelooft, dan ben ik nog altijd sterker door mijn afkomst. Want ik ben de zoon van Telamon; mijn vader nam onder Hercules’ gezag de burcht van Troje in en voer met het Argosschip van Pagasae naar Colchis; ik ben de kleinzoon van Aeacus die recht spreekt in het rijk van de stille dood, waar Sisyphus zijn zwaar rotsblok rolt. Aeacus wordt door de hoge Jupiter erkend als zijn zoon en ik, Ajax, ben dus de achterkleinzoon van de oppergod! Toch mag die stamboom mij niet helpen, behalve dan dat ik daardoor verwant ben aan de held Achilles: hij was mijn neef, als neef eis ik dan ook zijn wapens op. Maar jij, Odysseus, nakomeling van diezelfde Sisyphus van wie je leugens en bedrog hebt geërfd, wat ben jij in Aeacus’ familie?

Komt mij, die zelfstandig en lang voor hem ten strijde trok, die wapenuitrusting dan niet toe? Verkiest men hem, omdat hij zo traag de wapens opnam en aan de strijd wou ontsnappen door zich als waanzinnige voor te doen, tot zijn laffe leugenpraat ontmaskerd werd door Palamedes? Want die was nog slimmer dan hij en sleurde hem mee naar het slagveld. Krijgt hij nu de beste wapens omdat hij niets van wapens wilde weten? Blijf ik onbeloond en van familiegiften verstoken, ik die altijd als eerste naar het heetst van de strijd ging?

Och, was zijn waanzin echt geweest! Had men hem maar geloofd! Dan zou die man, die nu alleen maar rampen veroorzaakt, nooit met ons naar Troje zijn gekomen... Dan zou Philoctetes ook nooit, door onze schuld, op Lemnos’ strand zijn afgezet... Daar ontroert hij, volgens de laatste berichten, in bossen en spelonken weggedoken, rotsen met zijn geklaag en smeekt hij de goden wraak te nemen op Odysseus, verdiende wraak. Als er echt goden bestaan, laat dan zijn smeekbeden verhoord worden!

Philoctetes zwoer, helaas voor hem, dezelfde eed als wij, hij was een van onze leiders en hij mag de boog en pijlen van Hercules bezitten. Geknakt door pijn en honger dekt hij zich nu met veren en leeft hij van vogels die hij neerschiet met pijlen die voor Troje’s ondergang bestemd waren. Maar goed, hij leeft nog, nu hij van Odysseus af is…

Hoe graag zou ook die arme Palamedes gedeserteerd zijn! Dan was hij niet gestorven en vooral niet zo oneervol: Odysseus, die hem de ontdekking van zijn pseudo-waanzin maar al te kwalijk nam, betichtte hem op valse gronden van landverraad door te wijzen op een goudschat die hij eerst zelf had verstopt! Zo vecht Odysseus, dat maakt hem gevaarlijk.

Hij mag met woorden winnen, zelfs van onze trouwe Nestor, maar nooit zal hij mij overtuigen dat zijn ontrouw aan diezelfde Nestor geen misdaad was. Want toen de vermoeide grijsaard, wiens paard gewond was, Odysseus om hulp riep, liet zijn ‘vriend’ hem in de steek. Dat mijn aanklacht geen leugens zijn, weet Diomedes wel: die heeft hem nog geroepen, ingehaald en hem zijn laffe vlucht verweten.

Ook de goden zien rechtvaardig op het mensdom neer: diegene die geen hulp bood, kreeg geen hulp. Hij kwam in nood en riep om hulp… Ik ging erop af, ik zag hem trillen, hij lag daar lijkwit van angst, bevend voor de naderende dood. Met mijn schild als bolwerk gaf ik hem dekking en redde de slappeling. Niet bepaald een grootse prestatie! Odysseus! Als je graag blijft vechten, denk dan aan dat slagveld. Denk aan de vijand, denk aan je wonden en aan je bange hart. Kom dan weer bij mijn schild schuilen, ik zal je weer dekken…

Nadat ik hem gered had, nam de man, die door de pijn zogezegd niet eens kon staan, opeens de benen, zonder hinder te hebben van zijn verwondingen: Hector naderde, en die heeft de goden aan zijn kant. Waar Hector aanstormt, heerst er paniek. Niet alleen bij jou, Odysseus, maar ook bij echte helden. Zoveel schrik zaait hij! Ik was het die Hector met een kei van ver trof toen hij weer eens te koop liep met zijn bloedige successen. Toen hij ons opriep om met hem te duelleren, heb ik hem heel alleen weerstaan. De hoop van alle Grieken dat ik dat zou kunnen, bleek terecht. Als je naar de afloop van het duel vraagt: ik heb niet verloren…

En toen de Trojanen dankzij Jupiter hun vuur en wapens naar ons scheepskamp brachten, waar was Odysseus toen met al zijn mooie praatjes? Jullie weten dat door mijn moed veel schepen gered zijn, een daardoor jullie kans op terugkeer. Wijs mij in ruil daarvoor die wapens toe! Als ik eerlijk mag zijn, die wapens worden dan wel meer geëerd dan ik, maar ze passen bij mijn roem. Niet Ajax wil die wapens, maar zij willen Ajax!

Wat zal die man van Ithaka hier tegen inbrengen? Rhesus of Dolon? Moorden op weerloze mannen! De vangst van Helenus? Het Pallasbeeld? Odysseus doet nooit iets bij daglicht en ook nooit zonder Diomedes. Als jullie hem straks de wapens zouden toekennen voor zijn vuile streken, verdeel ze dan en geef het grootste deel aan Diomedes. Wat moet die Ithakees, die altijd ongewapend op tegenstanders afgaat en hen met bedrog verrast, ermee doen? Alleen de glans al van die stralende gouden helm zal hem straks, tijdens het spioneren, in elke hinderlaag verraden! Maar ook Achilles’ helm zal te zwaar zijn voor het hoofd van een eilandvorst en die speer van Pelisch hout kan alleen maar te zwaar zijn voor zijn zwakke armen. Achilles’ schild, waarop heel de wereld gesmeed staat, past niet bij een bange linkerarm die leeft van diefstal!

Zeg schurk, wat wil je met een prijs die jou nog zwakker maakt? Stel dat de Grieken fout beslissen en jij wint, dan zul je geen vrees maar rooflust bij de vijand opwekken. Vluchten, het enige waar je goed in bent, zal moeilijk worden als je zulke zware wapens moet dragen! Voeg daar nog bij dat jij een schild hebt dat nog zo goed als nieuw is, omdat je zelden vecht! Het mijne daarentegen is al duizend maal door pijlen stukgeschoten en is aan vervanging toe... Maar kom, wat doen woorden? Daden bewijzen meer: verplaats Achilles’ wapenuitrusting naar hartje Troje, laat Troje veroveren en wie de wapens terugbrengt, wint de buit…"

De redevoering van Odysseus

Ajax, de zoon van Telamon, zweeg. Na zijn laatste woorden klonk er een druk gemompel. Odysseus, de zoon van Laërtes, kwam naar voor, hield zijn blik een paar seconden naar beneden, keek daarna de leiders aan en pas toen brak hij de spanning en sprak met fraaie woorden:

"Grieken! Als onze wens verhoord zou zijn, dan zou er geen twijfel en geen onenigheid zijn om wie er mag erven: Achilles zou nog gewapend onder ons zijn. Maar het lot stond niet aan onze zijde en dat heeft hem zijn leven gekost." Hij maakte een gebaar alsof hij zijn tranen wegveegde. "Wie komt er zo dicht bij de grootheid van Achilles als Odysseus, de man die hem dichter bij de Grieken bracht? Dat Ajax dom is, heeft hij net bewezen; dat kan hem geen goed doen. Beoordeel mij niet verkeerd vanwege mijn vernuft en welbespraaktheid, want ik pleit niet voor u, maar ik pleit voor mijn meester.

Heeft iemand daar problemen mee? Elk heeft zijn eigen kwaliteiten. Voorouders, afkomst en alles waar wij niets aan kunnen doen, zijn geen eigen kwaliteiten. Ajax pronkt door zich achterkleinzoon van Jupiter te noemen, maar ook ik heb dat bloed in mijn aderen, niet meer of minder. Ik ben immers de nakomeling van Laërtes en van Arcesius en van Jupiter. Geen van hen werd ooit gestraft of moest vluchten!

Van mijn moederskant krijg ik dankzij Mercurius zelfs een tweede adellijke titel, mijn ouders zijn dus beiden afstammelingen van goden! Ik eis de wapens niet op grond van die tweede titel en ook niet omwille van het feit dat mijn vader zijn eigen broer niet gedood heeft. De wapens van Achilles gaan alleen om moed en eer, bloedverwantschap speelt hier geen rol. Trouwens, als de wapens aan bloedverwanten zouden moeten toebehoren, is er nog altijd Achilles’ zoon Pyrrhus. Of zijn vader Peleus. Om welke reden zou Ajax die wapens erven? Ze horen thuis op Scyrus of in Thessalië. Ajax is misschien de neef van Achilles, maar Teucer ook en hij vraagt niets. Wat als hij dat toch deed? Zou hij ze dan krijgen? Neen, want het gaat hier om daden en niets anders.

En ik heb meer gedaan dan ik in het kort zou kunnen vertellen, maar toch zal ik elk verhaal helemaal vertellen. Achilles’ moeder Thetis, de dochter van Nereus, wist wat voor dood haar zoon te wachten stond. Daarom verkleedde ze hem als meisje en zo wist ze ons allen, ook Ajax, te misleiden. Toen heb ik, om hem meer moed te geven, wapens onder de geschenken van de dochters van Lycomedes gelegd. Al gauw had Achilles zijn vrouwenkleren uitgetrokken en stond hij voor ons met schild en lans in de hand. Toen zei ik: ‘Zoon van een godin, je moet het machtige Troje veroveren! Je mag niet aarzelen...’ Hij volbracht heldendaden door mijn woorden, dus zijn het ook mijn daden.

Ik heb Telephus met een speerworp uitgeschakeld en dan naar zijn wens ook weer gered. Thebe is dankzij mij gevallen. Lesbos en Tenedos, Chryse en Cylla, steden van Apollo zijn ook dankzij mij gevallen; Scyrus ook. De burcht van Lyrnessus is door mijn woorden verwoest. Ik wil de rest niet noemen, maar de man die Hectors woestheid kon temmen, heb ik gemaakt en daarom ligt zijn roem nu geveld! De wapens waarmee ik de echte Achilles ontmaskerd heb, wil ik nu, na zijn dood, terugkrijgen.

Toen het verdriet van een persoon tot alle Grieken doordrong en de haven van Aulis bij Euboea druk bezet was door een vloot van duizend schepen, liet de wind verstek gaan. Een wreed orakel zei dat Agamemnon zijn onschuldig kind moest slachten vanwege Diana’s wrok. De vader weigerde dit en hij was woedend op de goden. Met mijn woorden heb ik dat tere vaderhart naar het openbare belang omgepraat en ik beken dat ik een moeilijke pleitrede hield voor een rechter die partijdig was. Maar het landsbelang, de wil van zijn broer, zijn eigen scepter en zijn wil dreven hem toch bloed te offeren voor de eer. Dan stuurde hij mij ook naar zijn vrouw Clytaemnestra, niet om haar te dwingen, maar om haar te misleiden met een list. Als Ajax naar haar zou gegaan zijn, dan lagen de zeilen ginds nog steeds op wind te wachten!

Ook ben ik naar Troje geweest. Ik zag er de raadzaal op de hoge burcht die toen nog vol Trojanen zat en ik trad er binnen. Zonder vrees ben ik met de zaak begonnen waarvoor heel Hellas mij gestuurd had. Ik klaagde Paris aan en vroeg Helena en haar bezit terug. Ik vond gehoor bij Priamus en Antenor, maar Paris en zijn broers en al die rovers om hen heen hielden hun boevenhanden nauwelijks thuis.

Herinner je je die eerste dag nog, Menelaus? We deelden het gevaar. Het kostte veel tijd om al het nuttige wat ik gedaan heb in die lange oorlog op te sommen. De vijand bleef na de eerste gevechten jarenlang binnen de stadsmuren en bood ons geen enkele kans meer om verder te strijden. Pas in het tiende jaar kwam er een veldslag. Wat deed jij al die tijd, Ajax? Jij die niet anders kunt dan vechten? Had jij enig nut? Maar vraag je naar mijn daden: ik heb hinderlagen gelegd, ik hielp bij graafwerken rond de wal, ik gaf mijn makkers moed zodat de lange oorlogskwelling hen niet te zwaar kon worden, ik toonde hoe we aan voedsel en aan wapens konden geraken en ik was overal waar ik nodig was.

Plots zei Agamemnon, die op last van Juppiter verblind was: ‘Geef de oorlogsplannen op!’ Hij kon zijn leiderswoord alleen nog maar baseren op die droom, zelfs Ajax riep niet dat Troje moest verdwijnen en hij vocht niet zoals gewoonlijk. Waarom had hij de aftocht niet gestuit? Hij kon de weifelaars toch roepen hem te volgen? Niet te veel gevraagd voor iemand die nooit anders doet dan bluffen! Erger nog: hij vluchtte zelf! Ik schaamde me, Ajax, toen ik je zag vluchten. Ik riep direct: ‘Wat voeren jullie uit? Met wat voor een dwaasheid breken jullie de belegering van Troje op? Wat brengen jullie straks na tien jaar mee naar huis? Alleen maar schande…’ Met meer van dit soort sterke taal heb ik de vlucht gekeerd, weg van de vloot die al reisklaar was.

Daarna riep Agamemnon zijn getrouwen bij elkaar; allen waren doodsbang. Ajax durfde nog steeds geen kik geven, alleen Thersites was brutaal genoeg om onze vorsten uit te schelden. Ik diende hem van antwoord en ik spoorde mijn mannen opnieuw aan om te vechten, ik wekte hun oude strijdlust opnieuw op. Sinds ik Ajax belette te vluchten, is alles wat nog een daad van moed kan zijn, mijn verdienste.

En dan, wie van de Grieken eert jou nog of heeft je nog nodig? Diomedes nodigt mij wel uit bij wat hij doet, omdat hij me kent en omdat hij voortdurend vertrouwt op zijn vriend Odysseus. Dat is toch wat: uit duizend Grieken kiest Diomedes mij, zonder dat het lot erbij betrokken wordt! Zo heb ik, onbevreesd voor dag of nacht, Dolon de Phrygiër gedood. Hij was net zoals ik aan het spioneren, maar ik heb hem niet gedood vooraleer ik wist wat men in het trouweloze Troje van plan was.

Ik hoefde niet verder op speurtocht te gaan omdat Dolon mij alles verteld had. Ik had kunnen teruggaan met verdiend succes, maar ik wilde meer. Ik begaf mij naar het tentenkamp van Rhesus. Ik doodde de koning zelf en alle mannen in zijn buurt. Ik reed als succesvol winnaar, die in blijdschap zijn triomftocht viert, naar ons kamp op een veroverd vierspan. Dolon had voor die nacht Achilles’ paarden als beloning gevraagd. Wie gunt mij dan de wapens van Achilles niet? Zelfs Ajax is bereid de helft weg te schenken…

Moet ik beschrijven hoe ik met mijn zwaard de troepen van Sarpedon uit Lycië geslacht heb? Hoe ik Chromius, Alastor, Iphis’ zoon Coeranus, Alcandrus, Halius, Noëmon en Prytanis heb omgebracht? Ik heb Charops en Ennomon, die een verschrikkelijk lot onderging, gedood, nadat ik Thoön en Chersidamas had geveld. Ik heb ook anderen van minder roem in het stof doen bijten, mensen die voor hun stadsmuur stierven door mijn geweld. Ikzelf liep ook wonden op, eervol geplaatste wonden. Hier, als u mij niet zou geloven". Hij trok zijn kleed omlaag. "Deze borst heeft altijd voor jullie welzijn gestreden! Ajax aan de andere kant heeft in al die jaren nog geen druppel bloed voor ons vergoten en zijn lichaam toont nog geen enkel litteken van een eerbare veldslag.

En wat dan nog als Ajax roept dat hij de Griekse vloot verdedigd heeft en tegen Troje en zelfs met Jupiter gestreden heeft? Ja, dat deed hij! En wat dan nog? Hij deed het samen met jullie. En het zou laf zijn tegenover jullie om alleen met de eer te gaan strijken! Het was toch Patroclus, alias Achilles, die de Trojaanse fakkels wegjoeg van de vloot en van haar ‘verdediger’! Volgens Ajax is hij de enige die met Hector heeft geduelleerd. Waarschijnlijk was zijn geheugen niet meer fris want hij vergeet dat hij na mij en nog zeven andere leiders tegenover Hector kwam te staan, na eerlijke loting. En, grote held, de afloop van jullie duel, was dat niet dat Hector zonder wond of krasje thuiskwam?

Opeens moet ik met veel pijn in het hart denken aan de dag waarop Achilles, die beschermer van de Grieken, gesneuveld is. Tranen, verdriet en angst hebben mij toen niet belet hem op te tillen en hem en zijn wapenuitrusting naar huis te dragen. Op deze schouders hier bracht ik een memorabel man en zijn wapenrusting naar ons kamp. Daarom wil ik ze nu opnieuw dragen. Ik heb de moed en de krachten om deze opdracht tot een goed einde te brengen en ik ben duidelijk de man die jullie beslissing als een eer zal waarderen…

Heeft de goddelijke Thetis deze goddelijke, werkelijk prachtige wapenrusting aan haar zoon gegeven opdat zo’n boerse vechtjas zonder hart ermee zou gaan lopen? Iemand die niet snapt hoe fraai dat schild bewerkt is met oceaan, aardrijk en goddelijke sterren? Hij dingt naar wapens die hij grijpen kan, maar nooit begrijpen zal…

En als hij mij verwijt dat ik de zware oorlogsplicht ontliep en mij te laat kwam melden voor de expeditie, dan verwijt hij niet alleen mij maar ook de edele Achilles: als verschuilen fout is, deden wij dat beiden. Als laat zijn slecht is, was ik toch vroeger bij ons leger dan Achilles. Ik bleef nog bij mijn teerbeminde vrouw, hij bij zijn teerbeminde moeder. De eerste dagen bleven we thuis want we wisten dat we de andere dagen ver van huis zouden zijn. En zelfs al had ik geen excuus, ik vrees niet voor een aanklacht die ik met zulk een held mag delen. Hoe dan ook, had ik die held niet geholpen, dan was die held hier ook niet geweest. En Ajax heeft me niet moeten helpen om hier te zijn!

Dat hij mij uitscheldt, verbaast me niet. Maar dat hij jullie beschuldigt… Hij zegt dat Palamedes door mij op valse gronden is beschuldigd. Maar dat jullie hem daarna veroordeeld hebben, is wel fatsoenlijk? Nee, Palades kon zich in die voor mij duidelijke zaak niet goed verdedigen. Wat jullie betreft, jullie hebben mijn aanklacht niet alleen gehoord maar ook gezien. Het goud was het bewijs.

Dat Philoctetes nu op Lemnos zit, Vulcanus’ eiland, is niet mijn schuld. Pleit jullie zelf dan vrij! Jullie waren allen akkoord toen ik (dat wil ik niet ontkennen) voorstelde hem de zware reis en harde strijd te besparen, opdat hij zou kunnen herstellen. Hij gaf toe…en leeft! Mijn raad was niet alleen oprecht gemeend, maar ook de redding voor Philoctetes. De voorspellers zeggen dat zijn komst alleen maar kan zorgen voor de val van Troje. Dat zou best kunnen, maar ik ga hem niet halen! Stuur liever Ajax, die mag dan Philoctetes in een pijn- of woedeaanval troosten met zijn woorden en hem handig naar hier lokken met een list! Nee, eerst zal de Ida kaal worden of zal de Simoeis de andere kant op stromen - of nog beter, zal Hellas bondgenoot van Troje worden dan dat de hersenen van die stomme Ajax, in geval de mijne weigeren, de Grieken zouden kunnen dienen!

Philoctetes is mijn vriend en hij is koning, maar hij haat mij verschrikkelijk. Hij spreekt voortdurend onheil uit over mij. Hij mag wensen dat hij me nog eens te pakken krijgt om me te doen afzien, om met mij te doen wat hij wil, zoals ik deed met hem, want ik heb hem veel pijn gedaan. Maar toch zal ik hem proberen naar hier te brengen; ik zal door offers aan Fortuna proberen zijn pijl en boog te bemachtigen.

Fortuna heeft me vroeger bijgestaan toen ik die Trojaanse priester in mijn macht kreeg en zo het lot van Troje te weten kwam, en toen ik het Trojaanse Palladium, het godenbeeld uit de tempel van Minerva, dwars door Troje heb meegeroofd! Zou Ajax kunnen zeggen dat hij hetzelfde heeft gedaan? Je weet dat Fortuna het Pallasbeeld eiste vooraleer Troje ten onder kon gaan. Waar bleef die sterke Ajax toen, de held met de grote mond? Waarom was hij bang toen ik, Odysseus, ‘s nachts langs de bewakers sloop? Waarom was hij niet bij me toen ik de stadsmuren van Troje bereikte en zelfs tot bij de top van de burcht geraakte om het Palladium uit de tempel te sleuren en het dwars doorheen de linies naar hier te brengen? Als ik dat niet had gedaan, dan was er tevergeefs gevochten om Troje te veroveren! Die nacht is onze zege over de stad Troje behaald! Ik heb er toen voor gezorgd dat we de overwinning konden behalen!

Bespaar me je klachten, Ajax, natuurlijk deelt Diomedes in die overwinning. Was jij soms alleen toen je de vloot van je bondgenoten beschermde? Jij had troepen naast je, ik die ene makker… Diomedes heeft goed begrepen dat vechten minder waarde heeft dan denken, anders had hij ook gevraagd om de wapens van Achilles te mogen bezitten; maar hij snapte tenminste dat deze wapens geen beloning kunnen zijn voor brute kracht! Ook andere helden hadden die wapens kunnen opeisen omdat ze even dapper zijn als jij, maar niemand heeft het gedaan omdat ze in mij hun meerdere erkennen als het op verstand aankomt!

Jouw kracht is op het slagveld nuttig, maar zonder mijn leiding is je vechtlust niets waard. Jij strijdt zonder er bij na te denken, daarom ben ik er voor de goede afloop en jij voor het vechten. Het uur wanneer er gestreden wordt, bepalen Agamemnon en ik. Jij kunt alleen helpen met je lichaam, wij met ons denkwerk. Een stuurman op een schip leidt toch ook de roeiers? Een veldheer, leidt toch ook zijn soldaten? Ik leid jou dus! Want mijn kracht wordt beheerst door mijn verstand; dat is pas ware kracht!

Dus, kameraden die de wapens moeten toewijzen, geef de wapens aan iemand die ze verdient. Beloon de inzet die ik jarenlang op gevaar voor mijn leven betoond heb. Schenk me iets dat dezelfde waarde heeft als mijn trouwe dienst. De strijd loopt naar haar einde, ik heb de obstakels overwonnen die het lot in onze weg had geplaatst; ik heb Troje al veroverd door dat Palladium weg te halen. Ik smeek bij de goede afloop van de oorlog, bij alles wat ik zojuist geroofd heb en bij wat er met wijsheid, inzicht en voortvarendheid nog niet bereikt is, dat jullie aan mij zullen denken. Als jullie mij de wapens toch niet schenken, geef ze dan aan dit beeld", en hij wees op het Palladium, het noodlot van Troje.

De beslissing over de wapens van Achilles

Odysseus maakte indruk op Agamemnon en door zijn welsprekendheid kreeg hij de wapens van Achilles. De man die in zijn eentje Hector aankon en zo vaak vuur, staal en zelfs Jupiter weerstond, kon zijn woede niet langer de baas. Hij kon amper zijn tranen bedwingen! Hij nam zijn zwaard en riep: "Is dit nog steeds van mij of is dit nu ook van Odysseus? Dit zo vaak met Trojaans bloed besmeurde wapen hoort niet meer bij mij en zal daarom besmeurd worden met het bloed van zijn meester. Ajax kan enkel zichzelf verslaan, iemand anders kan dit niet!"

Waarna hij het zwaard tussen zijn ribben stak; dit was de eerste wonde die hij ooit opliep. Hij had geen kracht genoeg om het wapen uit zijn lijf te trekken: het zwaard kwam samen met het bloed vanzelf naar buiten. Toen de grond doordrenkt was met bloed, groeide er in het jonge gras uit het bloed van Hyacinthus een purperen bloem, met in de kroonbladeren de letters A en Y, tweeduizend keer voor man en jongen: de naam Ajax en de klacht van Hyacinthus.

De winnaar zette koers naar Lemnos, het land van koning Thoas en zijn dochter Hypsipyle (waar vroeger de beruchte mannenmoord had plaatsgehad); daar ging hij de boog van Hercules ophalen. Toen hij met Philoctetes en de boog bij de Grieken was aangekomen, werd eindelijk de laatste wrede strijd gestreden: Troje viel.