Uit LIBER QUINTUS DECIMUS

Numa gaat naar Croton 

Intussen was men wel op zoek naar een man die zo’n zware taak aankon en zo’n grote koning kon vervangen. Fama, voorspelster van de waarheid, wees de beroemde Numa als heerser aan. Numa, zeer leergierig maar niet tevreden dat hij slechts de levensregels van de Sabijnen kende, streefde naar het hogere en onderzocht de aard van dingen. Om kennis op te doen verliet hij zijn Sabijnse stad, Cures, en trok naar Croton, gaststad van Hercules. Toen Numa informeerde wie die Griekse stad had gesticht, kreeg hij van een oude, wijze inwoner van Croton het volgende antwoord:

De stichting van Croton

"Hercules, de zoon van Jupiter, bereikte na een vlotte vaart de kust van Lacinium met een rijke buit van Spaanse runderen. Terwijl zijn vee mals gras afgraasde, verbleef (zo zegt men toch) Hercules in het gastvrij huis van de machtige Croton om er uit te rusten van zijn zware tochten. Bij zijn vertrek zei Hercules: "Als uw kleinzonen straks volwassen mannen zijn, zal hier een stad staan."

Wat Hercules beloofd had, gebeurde en dat kwam door Myscelus. Deze Myscelus was een Griek, de zoon van Alemon uit Argolis en bij de goden in die tijd geliefd. Op een nacht, toen Myscelus in diepe slaap verzonken was, boog de godheid met de knuppel over zijn bed en zei: ‘Verlaat je vaders stad en zoek de kiezelrijke stromen van de verre Aesar op.’ Dreigend met verscheidene vreselijke dingen als hij niet zou gaan, verliet de god zijn kamer. Myscelus schoot overeind en herhaalde stil bij zichzelf wat hij zojuist gedroomd had. Hij zat lange tijd in tweestrijd: de god zei hem te vertrekken, de wet verbood hem te vertrekken, want de doodstraf dreigde voor iedereen die zijn vaderland ontrouw werd.

De zon was ondergegaan en de nacht heerste weer over de aarde. De god verscheen weer met dezelfde opdracht en sprak dezelfde straf uit als Myscelus zou falen. Myscelus besloot in doodsangst de nieuwe plek te zoeken, maar de mensen protesteerden: Myscelus werd aangeklaagd wegens schending van de wet. Toen bij de eerste ondervraging, zonder dat ook maar een getuige gehoord was, zijn schuld werd aangenomen, riep hij wanhopig de hemel toe:’Jij, die door twaalf werken god mocht worden, breng mij hulp, ik smeek je! Jij bracht mij tenslotte tot deze daad!’

Het was een oude gewoonte om het vonnis te vellen met zwarte en witte steentjes; zwart gaf schuldig, wit onschuldig aan. Hiervan maakte de jury ook toen gebruik. Het zag er niet goed uit voor Myscelus, elk steentje dat in de urne viel, was zwart. Maar toen die urn werd leeggeschud om de stemmen te tellen, bleken de steentjes wit!

Hercules had de steentjes veranderd zodat het vonnis gunstig was en Myscelus de vrijheid kreeg. Myscelus bracht daarom zijn dank aan Hercules. Hij voer op goede winden de Ionische zee over, langs Tarente, een kolonie van Sparta. Daarna voerde zijn reis langs Sybaris en langs het Sallentijnse Neretum, langs de Sirisbaai, Crimisa en tenslotte over de velden van Japyx. Na vele moeizame zwerftochten langs die kustgebieden vond hij dan toch de monding van de Aesarstroom. Dicht bij de stroom vond hij het aarden graf met de gewijde resten van Croton. Daar stichtte hij, zoals bevolen was, de stad met de naam van de daar begraven Croton. Dat is in de volksmond de overtuigende verklaring van Crotons ligging op het Italiaanse grondgebied."